Home » Blog » voelen

Tag: voelen

Mijn Verdrietig Lied

Door Fiona Robertson, vertaald door Pleun Vermaas.

ik probeerde het niet te voelen
maar niet voelen bleek vele malen pijnlijker dan wel voelen

ik probeerde zonder verlangen te zijn
denkend dat als ik zonder verlangen zou kunnen zijn, het dan op mijn pad zou verschijnen

ik wist: dit is het in ieder geval niet
voorts negeerde ik die wetenschap; bleef mijn bekende paden sleets lopen

zo vastbesloten om mijn gelijk te bewijzen
wachtte ik (tevergeefs) totdat jij mijn versie van mij goed zou keuren

ik maakte een schrijn voor mezelf
ik zong mijn verdrietig lied

Je springlevend voelen door ál je gevoelens te voelen

Door Fiona Robertson, vertaald door Pleun Vermaas.    

Jaren geleden, en met twee benen in een relatiecrisis, ging ik naar mijn wijze vriend en mentor. Na eerst flink janken en klagen over het gedrag van mijn nu-nog-man-maar-dat-duurt-niet-lang, schoot ik vervolgens in een lange monoloog over dat ik best wist dat ik wat er gebeurde moest accepteren, dat mijn onvermogen om dat ook te doen volkomen aan mezelf te wijten was, met mijn fouten en gebreken. Ik had, vrij recent, New Age sessies bezocht en was onmiddellijk gegrepen door het idee van onvoorwaarlijke acceptatie en overgave, ik slikte het allemaal voor zoete koek. Ik geloofde echt, een genadig korte periode bleek achteraf, dat al mijn lijden het bestaan uit geaffirmeerd kon worden.

Mijn vriend luisterde geduldig. Toen pakte hij een scherp potlood van zijn bureau.

En vroeg: “Wat zou er gebeuren als ik dit potlood in je oog steek?”

“Het zou erg pijnlijk zijn gok ik zo”, antwoorde ik terugdeinzend.

“Precies”, zei hij en hij glimlachte erbij!

Het duurde even voordat ik begreep wat hij bedoelde. Ineens zag ik het: er was niet werkelijk iets mis met mij of met mijn gevoelens. Ik had pijn, jazeker, maar dat was gezien de situatie, volkomen logisch. De gebeurtenis an sich was immers pijnlijk. Het gedrag dat ik me voorgenomen had te accepteren, was domweg onacceptabel. Mijn gevoelens hadden een soort gidsfunctie, om me de weg te wijzen in plaats van de ongemakkelijke reacties te zijn zoals ik ze ervoer en die ik zou moeten onderdrukken, censureren of overwinnen.

De overtuiging dat we niet zouden mogen voelen wat we voelen zorgt voor veel stress. Het is de motor van het lijden en verschijnt in vele gedaanten. Het kan zo zijn dat ouders ons vroeger hebben geleerd dat het niet o.k. is om bepaalde gevoelens te hebben of te uiten (in sommige families vindt men woede een emotie die je moet onderdrukken of wordt verdriet niet erkend bijvoorbeeld). Of misschien hebben we het geleerd vanuit onze cultuur, religie of spiritualiteit, dat bepaalde gevoelens niet wenselijk zijn, maar tekenen van tekortkoming, zwakte of slechtheid. Op bredere schaal legt de samenleving sancties en straffen op al naar gelang ras, geslacht en seksualiteit. Het is dus niet verwonderlijk dat, als we in de greep zijn van woede, verdriet, jaloezie, wrok, angst of welke emotie dan ook waarvan we hebben geleerd dat het verkeerd is, we denken dat er wat met ons mis is. Want dit zou ik niet moeten voelen dus dit gevoel moet rechtgezet worden, opgelost of weg. Bovenop het ervaren van het gevoel hebben we ook nog eens te maken met schaamte en zelfverwijt over dat we die gevoelens überhaupt hebben. Ons zelfvertrouwen wordt ondermijnd, we blijven maar twijfelen, vol van zelfverwijt en -kritiek.

Centraal in deze dynamiek staat het geïnternaliseerde, ideale zelfbeeld; het fictieve über-zelf dat voor altijd net buiten bereik ligt. Wat dit perfecte plaatje precies inhoudt is, vanzelfsprekend, voor ieder mens verschillend. We beginnen al vroeg, als kind weten we wat we ‘later’ het liefst willen worden, naarmate we ouder worden verfijnen we dat; we meten ons dagelijkse zelf eraan af en zo komen er meer verlangens bij. Dingen die we willen met als uiteindelijk doel, het bereiken van dat ideaalbeeld dat we inmiddels gecreëerd hebben. Een voorbeeld van zo een ideaal plaatje is, een beheerste en kalme vrouw die ongeacht de situatie rustig blijft. We merken echter vaak het tegenovergestelde op, we zijn woedend en gedragen ons vijandig en vervolgens bekritiseren we onszelf daarom. Of ons ideaal is een avonturier, altijd bereid risico’s te nemen en belangrijk: nergens bang voor. Als we dan opeens met knikkende knieën en een bonzend hart van angst in een situatie staan, slaan we onszelf met nauwverholen hatelijkheden om de oren. Met als resultaat: veelal groeiende zelfhaat. Ongeacht hoe we geloven dat we zouden moeten zijn en voelen, kunnen we niet om de realiteit van moment tot moment heen van wat we werkelijk voelen en zijn. We raken verstrikt in verwoede pogingen om ons werkelijke zelf met ons ideaalbeeld overeen te laten komen. Dit is uiteindelijk een gewelddadige activiteit, naar onszelf en vaak ook naar anderen; we proberen vaak ons ideaalbeeld in stand te houden door anderen als fout te bestempelen, terwijl we om ons heen schoppen.

Maar het kan ook anders, mits we bereid zijn tot wat grondig zelfonderzoek. Dan kan de gordiaanse knoop ontward worden en kunnen we een begin maken om open en eerlijk de realiteit tegemoet te treden in plaats van deze bij voorbaat af te serveren en te manipuleren omdat we de situatie nu eenmaal liever anders hadden gezien. Hoe? Ten eerste: opmerken van onze gedachten; wat vertellen ze? Let speciaal op de woorden: het zou moeten en het zou niet moeten, het moet of het hoort zo. Ik zou dit niet mogen voelen. Ik zou dit moeten accepteren. Ik zou niet jaloers mogen zijn. En vervolgens kijk je naar je gedachten en stel je jezelf er vragen bij: wat zegt ons dat we ons niet zo zouden moeten voelen? Hoe weten we dat we dit zouden moeten accepteren? Als we inquiry doen, stellen we de vragen niet vanuit een intellectueel perspectief. In plaats daarvan gaat het erom, dat de antwoorden opborrelen vanuit een diepere plek; de antwoorden komen uit het geheugen, uit het onderbewuste, dat opgeslagen ligt in zowel het hoofd als het lichaam. Wellicht ontdekken we zo waar een overtuiging vandaan komt. Het kan zomaar zijn dat we ooit gezworen hebben nooit en te nimmer woede te voelen of toe te laten simpelweg omdat een agressieve vader in onze jeugdjaren ons schrik aanjoeg. Of we werden gepest op school omdat klasgenootjes ons zagen huilen op het schoolplein. De voorbeelden zijn talrijk en voor ieder van ons verschillend. Hoe het voor jou werkt, welke regels en overtuigingen jou persoonlijk bewegen, daar draait het om. Om dat inzicht.

Tijdens sessies met cliënten (en in mijn eigen inquiry), komt het regelmatig voor dat een voorheen ontkend, ‘verboden’ gevoel, een taboegevoel zo gezegd, eindelijk gevoeld wordt. In een veilige omgeving krijgt het de ruimte om simpelweg te zijn wat het is: een gevoel, een fysieke sensatie. Niet meer en niet minder. En zelfs wanneer het ondraaglijk pijnlijk is, is er eveneens opluchting. Opluchting dat het mogelijk is om de realiteit van de fysieke sensatie te voelen en te laten voor wat het is. Het nu eindelijk erkende gevoel kan uitdrukken, laten zien en zo haar verhaal vertellen, waarvan de boodschap vaak jarenlang onopgemerkt is gebleven. Het is verbazingwekkend wat gevoelens ons kunnen vertellen over ons zelf. We worden eerlijker naar onszelf. We komen dichter bij ons meer reële zelf, zodra we niet meer zo strak vasthouden aan het ideale plaatje van onszelf. Eenmaal op dat punt aanbeland, staan we bereidwilliger tegenover de realiteit. Meer synchroon als het ware en eerder bereid om te zien (en voelen!) wat die is. Ook ontdekken we dat we minder bereid zijn om te luisteren naar leringen en regels die vertellen hoe we moeten zijn en wat we moeten voelen.

Al onze gevoelens, ongeacht hun signatuur en wat we er maar over geloven of denken, zijn simpelweg een natuurlijke reactie op een gebeurtenis. Ze ontstaan vanzelf, niet omdat er iets mis is met ons of omdat we er schuld aan hebben, maar omdat ons systeem zo ontworpen is. Het is een essentieel deel van onze ervaring als mens. Wie eigen of andermans gevoelens veroordeelt, slaat de plank volledig mis. Wanneer we echter de capaciteit ontwikkelen om ongeacht welk gevoel er opkomt, het gewoon te voelen, en we over een veilige omgeving beschikken om dit zelf of met een ander te doen, dan hoeven we ons niet langer op een destructieve of schadelijke manier te gedragen. Door ons volledig bewust te zijn van wat we voelen kunnen we de realiteit, zonder al die schadelijke rompslomp, tegemoet treden zoals we werkelijk zijn. Dus middenin het leven staan, het hele spectrum aan gevoelens voelen en contact maken met onze aangeboren levendigheid, bevrijd van de starheid om te moeten voldoen aan hoe het zou moeten en hoe het hoort teneinde aan het ideale plaatje te voldoen, dat we niet langer onderschrijven. In plaats van een soort ongenaakbaar übermensch zonder enig gevoel proberen te zijn, worden we gewoon lekker helemaal ons eigen zelf, kwetsbaar en juist zeer menselijk, alle aspecten omarmend van ons zijn. Het leven raakt ons – en wij raken het leven aan – steeds dieper.