Home » Blog » Scott Kiloby

Tag: Scott Kiloby

Ambitie; een voorbeeld van de Panorama Inquiry

Door Scott Kiloby, vertaald door Hanneke Geraeds-de Vries.

John:
Dit jaar heeft het softwareontwikkelingsbedrijf waar ik werk een enorme winst gemaakt. En toch heb ik het gevoel dat we meer moeten doen. Onze concurrenten zitten ons op de hielen. De clientèle voor onze producten is beperkt. Ik denk niet dat we te ambitieus zijn omdat onze software mensen helpt.

Scott:
Wat maakt dan dat je hier bent om deze inquiry te doen?

John:
Nou, als ik denk aan ons bedrijf, de concurrenten, de consumenten en alle materiële spullen die ik bezit, krijg ik zo’n knagend gevoel in mijn buik dat er iets niet klopt. Wat het precies is weet ik niet. Ik hoop dat jij me erbij kunt helpen.

Scott:
Stel jezelf voor dat je in het midden van een kring zit. Zet alle mensen en dingen uit je bedrijf om je heen, samen met de concurrenten van je bedrijf en de potentiële kopers van de producten van je bedrijf. Scan dan de kring en laat me weten of dat knagende gevoel in je buik weer opduikt.

John:
Ik was even van mijn stuk gebracht omdat ik dacht dat je mijn bedrijf in het midden van de kring zou zetten, niet mij.

Scott:
Bedrijven zijn niet ambitieus. Alleen mensen zijn dat. Een bedrijf is alleen maar een groep mensen en aangezien we de andere mensen uit je bedrijf niet hier hebben of de concurrenten van je bedrijf of de potentiële kopers van de producten van je bedrijf, kunnen we alleen jou in het midden zetten.

John:
Als ik de kring rondkijk en de potentiële kopers zie, merk ik dat het nogal wat voor me betekent of ze onze producten wel of niet kopen.

Scott:
Vergeet niet om de consumenten die de producten van je bedrijf weigeren te kopen ook in de kring te zetten. Wat spiegelen die naar je terug?

John:
Angst. Ik ben bang dat veel mensen de producten niet willen kopen.

Scott:
Benoem dit. Benoem de ontoereikende ik. Wat zegt dat gevoel over jou als persoon?

John:
Tekort. Het is angst voor een tekort aan geld en zekerheid.

Scott:
Kun je ‘deze tekortkomende ik’ vinden? Ben jij de woorden: ‘Ik ben bang dat veel mensen de producten niet willen kopen’? Jij, ‘de tekortkomende ik’? Antwoord met ja of nee.

John:
Ja.

Scott:
Laat deze woorden wegvallen en ga met je volle aandacht naar dat gevoel. Ben jij die energie?

John:
Ja, zo voelt het wel.

Scott:
Dat betekent alleen maar dat er nog woorden of beelden opkomen. Welke zijn het?

John:
Ik zal alles wat ik bezit verliezen.

Scott:
Ben jij deze woorden? Jij, de tekortkomende persoon?

John:
Ja.

Scott:
Zie je hoe gedachten, emoties en fysieke sensatie aan elkaar gesmolten lijken te zijn? Hoe ze je het gevoel geven dat er een persoon is die diep van binnen iets tekortkomt?

John:
Ja.

Scott:
Als het lijkt alsof gedachten en emoties aan elkaar gesmolten zijn, ga je heen en weer tussen beide. Ga met je aandacht naar de woorden en vervolgens naar de energie zonder de woorden en dan weer naar de woorden en dan weer naar de energie zonder woorden. Heen en terug. Zie je dat de woorden een andere kwaliteit hebben dan de energie?

John:
Ja, de woorden zijn gewoon woorden. Ze zijn niet mij. Maar de energie voelt echter. Er is iets met die angst in mijn lichaam die voelt alsof ik het ben.

Scott:
Ga met je volle aandacht naar de energie, zonder de woorden, nu je weet dat je die woorden niet bent. Ben jij deze energie? Jij, de persoon die iets tekortkomt?

John:
Nee, dit is gewoon energie. Dat zie ik nu wel. Zonder een verhaal heeft het weinig kracht.

Scott:
Kijk nog eens naar de consumenten die de producten niet willen kopen. Ben jij dat mentale beeld van hen? Jij, ‘de tekortkomende ik’?

John:
Nee.

Scott:
Ontspan maar even zonder gedachten. Merk alleen maar je capaciteit op om gewaar te zijn. Scan alles in dit gewaarzijn. Kun je de tekortkomende persoon vinden?

John:
Nee, die is er niet. Ik kijk de kring daarom nog maar eens rond. Ik zie de baas van mijn bedrijf tevoorschijn komen in de kring. Ik krijg weer het gevoel dat er iets niet klopt. Hij zou me elk moment kunnen ontslaan.

Scott:
Ben jij de woorden ‘er klopt iets niet’? Jij, de tekortkomende persoon?

John:
Nee, dat zijn maar woorden. Ik kijk nu naar de woorden ‘hij zou me elk moment kunnen ontslaan’. Die woorden ben ik ook niet.

Scott:
In hoeverre heb je toch nog ergens het idee dat er hier een tekortkomende persoon bij mij zit?

John:
Op dit moment niet meer.

Scott:
Loop de kring weer langs en kijk of je opnieuw getriggerd wordt.

John:
Ja. Ik zie een herinnering van hoe ik zag dat onze concurrenten uitkwamen met bepaalde software die populair werd.

Scott:
Is dat mentale beeld ‘de tekortkomende ik’? Het kan helpen om het in een lijstje voor je te zien. Stel je een denkbeeldig fotolijstje voor en zet dan deze herinnering in het lijstje.

John:
Ja, het voelt op de een of andere manier alsof ik dat ben. Ook al ben ik niet op dat plaatje te zien.

Scott:
Laat deze woorden voorbij gaan. Voel de fysieke energie die erbij opkwam. Ben jij die?

John:
De energie is minder geworden. Nee, ik ben niet die energie. Oké, nu zie ik mijn vader, toen ik klein was. Hij zit aan de eettafel en maakt zich zorgen over geld.

Scott:
Ben jij dat mentale plaatje? Jij, ‘de tekortkomende ik’?

John:
Ja, dat ben ik… Ik rust nu in de energie zonder die woorden… Oké, nee, ik ben die energie niet. Ik kreeg ineens een vredig gevoel. Ik heb niet meer het gevoel dat er iets niet klopt. En ik kan de tekortkomende persoon niet vinden. Ik zie in dat ik mezelf misleid heb. Ik heb altijd tegen mezelf gezegd dat ik deze baan alleen maar doe om de rekeningen te kunnen betalen en dat dat mijn enige motivatie is. Maar ik zie nu in dat dit verhaal over tekortkoming de drijvende kracht achter alles is geweest.

Scott:
Het is goed om je rekeningen te betalen.

John:
Ja, natuurlijk. En mijn rekeningen zijn altijd betaald. Eigenlijk heb ik behoorlijk wat geld verdiend. Maar ik zie nu wat de echte motivatie is geweest van wat ik aan het doen was. Deze kernovertuiging dat ik iets tekortkom is mijn werkelijke motivatie. En die overtuiging kan ik nu niet vinden. Dus is mijn motivatie verdwenen. Dat maakt me bang. Betekent dit dat het me nu koud laat of ik nog voor het bedrijf werk?

Scott:
Dat hoeft niet zo te zijn. Het betekent dat je niet langer op gang gebracht hoeft te worden door iets wat er niet echt is; een ik dat in de kern iets tekortkomt.

John:
Nu denk ik aan mijn toekomst. Ik voel een streven om iets te bereiken.

Scott:
Dat is mooi.

John:
Ik heb veel plezier gehad in deze baan en voelde me echt geïnspireerd. Maar als ik naar de toekomst kijk, voelt het niet meer als inspiratie. Meer als angst.

Scott:
Zet je toekomst in de kring. Beter nog, zet een toekomst neer waarin je er niet in slaagt te bereiken wat je wil. Ben jij dat mentale beeld van die toekomst? Jij, de tekortkomende persoon?

John:
Ik zie meteen dat het niets dan woorden zijn. En de angst kwam doordat ik deze woorden geloofde. Ja, dat voelt goed. Ik kan me veel meer ontspannen tijdens mijn dagelijkse leven en me op andere dingen richten waar ik van geniet, mijn familie, vrienden en hobby’s. Ik kan nog steeds bij deze baas werken, maar zonder dit verhaal. Ik heb deze baan iedere dag mee naar huis genomen. En het lijkt erop dat alles draaide om deze angst en tekortkoming.

Scott:
Misschien heb je het verhaal van Ik kom iets tekort iedere dag mee naar huis genomen omdat je dacht dat jij het was.

John:
Precies. Natuurlijk. Ja! De baan is er gewoon. Het is het gevoel dat ik iets tekortkom dat ik nu niet kan vinden. Mijn baan ziet er compleet anders uit en ook de mensen in de kring. Ik zie dat het allemaal gedachten zijn. Ik zie ook dat ik dacht dat gedachten mij waren. Er is nu dus veel minder stress. Het is zoveel rustiger in mijn hoofd wat betreft al deze dingen.

 

Uit Scott’s boek: “The Unfindable Inquiry: One Simple Tool to Overcome Feelings of Unworthiness and Find Inner Peace”

The Unfindable Inquiry is als paperback of als e-book verkrijgbaar bij bol.com.

Altijd maar de vrede willen bewaren; het gebruik van de Panorama Inquiry

Door Scott Kiloby, vertaald door Hanneke Geraeds-de Vries.

Geoff:
Ik weet eigenlijk niet precies waarom ik hier ben. Ik weet alleen dat deze inquiries de wereld veel vrede kunnen brengen. En daar ben ik helemaal voor in.

Scott:
Ik ook. Ik heb vrede hoog zitten.

Geoff:
Natuurlijk, ik ook. Als ik ander mensen zie ruzie maken en vechten om wie gelijk heeft en wie niet, daar word ik letterlijk misselijk van.

Scott:
Dat is niet zo vredig. Stel je je een kring voor waarbij jij in het midden zit. Plaats dan alle mensen uit jouw leven die ruzie maken en vechten om je heen in die kring. Zie je ze?

Geoff:
Ja. Ik zie mijn vader en moeder die ruzie aan het maken zijn. Ik zie mijn broer die mij altijd bij alles wat ik zeg uitdaagt. Hij wil altijd maar gelijk hebben. Ik zie Seth, een vroegere vriend van me waar ik geen contact meer mee heb. Op een avond kregen we ruzie en dat liep slecht af.

Scott:
Maak gebruik van de spiegel: wat reflecteren deze mensen naar jou over jezelf?

Geoff:
Dat ik naar vrede verlang. Meer dan wat dan ook.

Scott:
Maar al deze mensen in de kring zijn aan het ruziën en in conflict. In hoeverre ben je zelf in conflict met hoe zij zich gedragen?

Geoff:
Ja, dat is goed om te zien.

Scott:
Neem even de tijd en wees door en door eerlijk. Als je conflicten om je heen ziet of op jou gericht, heb je dan het idee dat er iets mis is?

Geoff:
Ja. Het voelt liefdeloos.

Scott:
Trek je het je persoonlijk aan?

Geoff:
Ja. Het maakt me angstig. Ik wil niet bij hen in de buurt zijn. Dus, ja, als zij een conflict hebben, en al helemaal als dat met mij is, dan heb ik eerlijk gezegd het gevoel dat ze me niet leuk vinden. Ik voel me niet geliefd.

Scott:
Laten we die ‘ongeliefde ik’ proberen te vinden. Bekijk de herinnering aan je vader en moeder die ruzie aan het maken zijn. Ben jij dat mentale beeld? Jij, die niet geliefd is?

Geoff:
Ja. Op de een of andere manier ben ik dat, ook al kom ik niet in dat beeld voor. Raar, ik heb nu dat misselijkmakende gevoel in mijn maag.

Scott:
Ben jij de woorden: ‘ik heb nu dat misselijkmakende gevoel in mijn maag’?

Geoff:
Nee, dat zijn alleen maar woorden die de ‘ongeliefde ik’ beschrijven.

Scott:
Wat we met deze inquiry willen doen is ons richten op het vinden van die ‘ongeliefde ik’, niet alleen maar de woorden die hem beschrijven. Laat die herinnering aan je vader en moeder rusten en wegvagen. En ook die woorden. Is die energie, die je in je lichaam voelt, jou? Jij, de ongeliefde ik? Voel alleen de energie. Denk er niet over na.

Geoff:
Nee. Die is nu aan het verdwijnen.

Scott:
Kijk nog eens naar dat mentale beeld van je vader en je moeder. Ben jij dat?

Geoff:
Nee.

Scott:
Loop de kring langs en laat me weten wanneer je je getriggerd voelt. Wanneer dat gevoel van ongeliefd te zijn weer opduikt.

Geoff:
Hoe graag ik ook die ruzie met Seth niet opnieuw wil zien, komt dat toch op.

Scott:
In woorden of in beelden?

Geoff:
Allebei. Ik zie dat ik hem probeer te vermijden. En ik denk: hij moet iets aan zijn boosheid doen. Ik ben duidelijk nog niet met hem klaar.

Scott:
Ben jij de woorden: ‘hij moet iets aan zijn boosheid doen’? Jij, de ongeliefde?

Geoff:
Nee. Eerlijk gezegd weet ik niet eens of ik me diep van binnen wel ongeliefd voel. Ik voel me alleen afgewezen of buitengesloten als anderen gemeen tegen me doen.

Scott:
Dat is oké. Mocht dat specifieke kernverhaal over wat er tekortschiet voor jou niet spelen, dan kan deze inquiry geen kwaad. Je komt er dan alleen maar achter dat dit niet het handigste was. Bekijk de herinnering aan dat jij Seth probeert te vermijden. Ben jij dat plaatje? Jij, de ongeliefde?

Geoff:
Ik weet dat het alleen maar een herinnering is. Maar ik voel me angstig. Dus zal ik ‘ja’ zeggen.

Scott:
Altijd goed om ‘ja’ te zeggen als je lichaam reageert op een gedachte. Ben jij het woord ‘angstig’?

Geoff:
Nee. Ik kan die angst nu voelen, zonder dat er veel woorden aan vast zitten. Ik ben niet die energie. Het kwam alleen maar op en nu is het weg.

Scott:
Loop opnieuw de kring af.

Geoff:
Ik zie nu iets anders in de kring: mijn collega’s die op het werk in een verhitte discussie geraakt zijn. Ik zit er stil bij en voel me ongemakkelijk.

Scott:
‘Ik zit er stil bij en voel me ongemakkelijk.’ Ben jij deze woorden? Jij, de ongeliefde?

Geoff:
Ja. Het hele tafereel ziet er behoorlijk maf uit. Heel veel conflict.

Scott:
Laat al deze woorden tot rust komen, zelfs het woord ‘ongemakkelijk’. Kun je, zoals je hier zit, met je aandacht naar dat ongemak gaan en het van binnenuit voelen zonder het te proberen te veranderen of te benoemen?

Geoff:
Ja, maar het voelt alsof ik het ben.

Scott:
Dat betekent alleen maar dat er wat woorden of beelden opkomen.

Geoff:
De woorden: ‘Ik wil dit niet doen.’ Deze woorden blijven maar in mijn hoofd spoken, als ik zonder gedachten de energie in mijn lichaam probeer te voelen. Het lijkt wel of ik ze steeds harder hoor.

Scott:
Zet in gedachten deze woorden in een kader. Kijk dan rechtstreeks naar dit plaatje. Ben jij deze woorden?

Geoff:
Nee. Oké…, nu zijn de woorden verdwenen. Laat ik met mijn aandacht naar deze pijn gaan. Dit ongemak is er gewoon. Het doet niks. Alleen maar energie. En nu breidt die zich uit in de ruimte, afnemend. Ik ben het niet, de ongeliefde ik. Er zit nu helemaal geen verhaal aan vast.

Scott:
Kun je die ongeliefde persoon hier en nu vinden?

Geoff:
Nee. En als ik de kring weer rondga en mensen ruzie zie maken, lijkt dat oké, zoals het is. Er is niets om me druk over te maken. Ik zie in dat ik in strijd ben geweest met strijd, in conflict met conflict. Ik wil dat mensen mij aardig vinden.  En als ze van streek of boos zijn, voel ik me afgewezen.

Scott:
Ja, ongeliefd.

Geoff:
Ik zie ook in dat ik niet goed begrepen had wat liefde eigenlijk echt is, alsof het er alleen is als iedereen het eens is met iedereen en niemand mij uitdaagt.

Scott:
Juist.

Geoff:
Liefde is er gewoon. Het is niet alleen een liefdevol gevoel. Ik zie in dat zelfs conflict en ongemak oké zijn. Het is op de een of andere manier allemaal liefde.

Scott:
Soms kan conflict er juist voor zorgen dat wij ontwaken uit bepaalde verhalen over onszelf waaraan we ons vastklampen.

Geoff:
Ja, het verhaal: Ze geven niets om mij. Die persoon kan ik niet vinden. Ik wist niet eens dat dit verhaal speelde. Wat een blinde vlek!

Scott:
Wees je er alleen bewust van dat als je in de gaten hebt dat je de vrede wil bewaren en conflict aan het vermijden bent, dat dit oude script op de achtergrond meespeelt. Bij het kernverhaal Ik ben niet geliefd gaan mensen op zoek naar overeenstemming, oppervlakkige vriendelijkheid en vrede als een middel om zich geliefd te voelen. Maar dat werkt niet echt, want de realiteit is dat er nu eenmaal conflicten zijn.

Geoff:
Ja. Ik heb oorlog gevoerd met conflicten… En al helemaal als ik er direct bij betrokken was.

Scott:
Veel vredestichters voeren een soort oorlog tegen conflicten. Merk op dat als het vredestichten voortkomt uit de kernovertuiging ik ben niet geliefd, het ook vaak draait om een oorlog tegen basisemoties binnen jezelf, zoals angst en woede. Deze emoties worden door conflicten aangewakkerd. En zodra deze emoties opkomen worden ze als niet-vredig beschouwd.

Geoff:
Hoe kan er ware vrede zijn als er binnenin mij een oorlog tegen deze emoties aan de gang is? Dankzij deze inquiry zie ik in dat deze emoties helemaal verwelkomd kunnen worden. Ik zag gewoon niet dat ik vrede probeerde te stichten om me geliefd te kunnen voelen. Dat is alleen maar een erg oppervlakkige vrede, een manier om maar niet te hoeven voelen.

Scott:
Ja. En zodra je niet meer strijdt tegen deze emoties en ze vrij op mogen komen, worden de emoties zelf gezien als geliefd.

Geoff:
[lange pauze] Ik ben sprakeloos…. Ik heb er gewoon geen woorden voor hoe open en liefdevol ik me nu voel.

Uit Scott’s boek: “The Unfindable Inquiry: One Simple Tool to Overcome Feelings of Unworthiness and Find Inner Peace”

The Unfindable Inquiry is als paperback of als e-book verkrijgbaar bij bol.com.

Conflict; een voorbeeld van de Boomerang Inquiry

Door Scott Kiloby, vertaald door Hanneke Geraeds-de Vries.

Robert:
Ik heb een collega, die Charlie heet. We lunchen meestal samen. Onze gesprekken gaan uiteindelijk altijd over de politiek. En altijd loopt het uit op verhitte discussies. Ik zou graag over politiek willen praten zonder dat ons gesprek een gevecht wordt.

Scott:
Misschien gaan die gesprekken niet alleen maar over de politiek.

Robert:
Ik begrijp wat je bedoelt. Het wordt heel persoonlijk.

Scott:
Laten we de Boomerang Inquiry gebruiken. Pas de spiegel toe. Als je nu naar het beeld van Charlie kijkt, op het moment dat hij zijn gelijk wil krijgen, wat laat de spiegel jou dan zien over wie jij bent?

Robert:
Ik krijg dan het gevoel dat ik het verkeerd heb.

Scott:
Zie je dat er een gevoel van een afgescheiden, tekortschietende persoon is, die zichzelf moet verdedigen en beschermen?

Robert:
Ja, zoals ik al zei, het voelt echt persoonlijk.

Scott:
Laten we het specifiek benoemen. Laten we het gewoon ‘de verkeerd-hebbende ik’ noemen of ‘de persoon die het verkeerd heeft’.

Robert:
Ja, dat heb ik in mijn leven vaak gevoeld. Dit moet de reden zijn waarom ik steeds in deze discussies verzeild raak. Ik wil gelijk hebben.

Scott:
Probeer het te vinden. Als je nu zoekt, kun je ‘de persoon die het verkeerd heeft’ vinden? Zijn de woorden ‘Ik heb het verkeerd’ die persoon?

Robert:
Mijn buikgevoel zegt: “Ja, dat ben ik.”

Scott:
Zodra woorden aanvoelen alsof ze jou zijn, betekent dat alleen maar dat er een bepaalde fysieke sensatie of emotie opkomt samen met die woorden. Wat is die fysieke sensatie in je buik?

Robert:
Een beklemmend gevoel.

Scott:
Zijn de woorden ‘beklemmend gevoel’ jou? Jij, de persoon die het verkeerd heeft?

Robert:
Nee.

Scott:
Neem even een moment en laat de woorden ‘Ik heb het verkeerd’ en ‘beklemmend gevoel’ tot rust komen. Rust een paar seconden hier, in het huidige moment, zonder je verhaal. Ga met je aandacht naar die energie in je buik. Ben jij die energie? Jij, de persoon dit het verkeerd heeft?

Robert:
Ja, zo voelt het wel.

Scott:
Als een emotie of fysieke sensatie aanvoelt alsof je dat zelf bent, betekent dit alleen maar dat er ook een bepaalde gedachte – een bepaalde reeks woorden of een beeld –opkomt. Merk je zoiets op? Kijk in je lichaam. Is er ook een mentaal plaatje daar onder in je buik?

Robert:
Ik zie een beeld van mijn maag.

Scott:
Ben jij dat beeld? Jij, de persoon die het verkeerd heeft?

Robert:
Nee, het is alleen maar een plaatje.

Scott:
Bekijk gewoon het plaatje, zonder er woorden bij te plaatsen. Zie hoe het uit zichzelf transformeert en verandert.

Robert:
Ja, het is aan het verdwijnen.

Scott:
Blijft er wat van een emotie over?

Robert:
Ja, angst, maar dat begint nu te verdwijnen nu het beeld verdwenen is. Maar het verdwijnt niet helemaal.

Scott:
Dat is niet erg. Laat het er zijn, zoals het is. Het gaat er niet om van fysieke sensaties en emoties af te komen. Het gaat erom om te proberen de persoon te vinden die het verkeerd heeft. Roep eens een recente herinnering op aan toen jij en Charlie aan het discussiëren waren over de politiek. Wat zegt hij?

Robert:
Dat ik in de war ben, net als alle Democraten.

Scott:
Je bent ‘in de war, net als alle Democraten.’ Ben jij die woorden?

Robert:
Nee, omdat het voor mij duidelijk is dat Democraten niet in de war zijn.

Scott:
Deze inquiry gaat niet over politiek. Het gaat er zelfs niet om wat waar is. Het gaat om het kijken of je de persoon die het verkeerd heeft kunt vinden, die ik die zich in zijn kern te kort voelt schieten, die het idee heeft dat hij zichzelf moet verdedigen en beschermen.

Robert:
Oké, nee. Ik ben niet deze woorden. Dit is ongelofelijk. Er viel net iets van me af… een gevoel van zwaarte werd opgeheven. Ik beschouwde deze woorden als mijzelf. Je hebt gelijk – dit gaat niet over politiek. Het gaat over mij.

Scott:
Kun je de persoon die het verkeerd heeft vinden, terwijl je hier in rust zit en gedachten laat opkomen en weer gaan?

Robert:
Er blijft nog iets hangen. Ik zie de gedachte ‘ Ik moet Charlie deze inquiry laten zien’. Dat voelt heel persoonlijk op de een of andere manier.

Scott:
Ben jij de woorden ‘Ik moet Charlie deze inquiry laten zien’? Jij , de persoon die het verkeerd heeft?

Robert:
[lachend] Nee, dat ben ik niet. En ik zie nu in dat ik hem alleen maar wilde laten zien dat hij het verkeerd heeft en dat dit helemaal niet over politiek gaat.

Scott:
Zoals je hier zit, op dit moment, kun je de persoon vinden die het verkeerd heeft?

Robert:
Hij zit in mijn lichaam.

Scott:
Ben jij de woorden ‘hij zit in mijn lichaam’? Jij, de persoon die het verkeerd heeft?

Robert:
Nee.

Scott:
Sluit je ogen en scan met aandacht de ruimte binnenin je lichaam. Denk er niet over na. Gewoon scannen. Kun je de persoon vinden die het verkeerd heeft?

Robert:
Nee, ik kan hem niet vinden. Maar ik voel dat hij in mijn lichaam zit.

Scott:
Zie je de omtrek van jouw lichaam als je je ogen gesloten hebt?

Robert:
Ja.

Scott:
Kun je zien dat het een mentaal beeld of plaatje is?

Robert:
Ja.

Scott:
Kijk naar die lijn. Volg hem rond je hele lichaam, van top tot teen. Ben jij het mentale beeld van een lijn? Jij, de persoon die het verkeerd heeft?

Robert:
Wanneer ik rechtstreeks naar de omtrek kijk, zie ik dat het gewoon een gedachte is. Ik voel op dit moment een grote openheid, alsof er geen lijn is tussen mij en de ruimte om mij heen.

Scott:
Kijk in die open ruimte. Scan het. Kun je de persoon vinden die het verkeerd heeft?

Robert:
Nee.

Scott:
Kijk nu terug naar Charlies gezicht. Raakt het je nog steeds?

Robert:
Helemaal niet. Ik heb nu niet de behoefte om met hem in discussie te gaan. Ik kan me er echt niet meer druk om maken.

Uit Scott’s boek: “The Unfindable Inquiry: One Simple Tool to Overcome Feelings of Unworthiness and Find Inner Peace”

The Unfindable Inquiry is als paperback of als e-book verkrijgbaar bij bol.com.

De onvindbare ‘ik’; een voorbeeld van de Unfindable Inquiry

Door Scott Kiloby, vertaald door Hanneke Geraeds-de Vries.

 

Hoe de Unfindable Inquiry werkt

  1. Benoem het. Benoem de persoon (bijvoorbeeld ‘de ‘ik’ die het niet waard is om lief gehad te worden’, ‘het slachtoffer’, ‘degene die niet goed genoeg is’).
  2. Vind het. Probeer die persoon te vinden. Doorloop stap voor stap de belangrijkste woorden, beelden en energie die samen die persoon vormen. Het woord ‘energie’ verwijst zowel naar elke emotie (verdriet, angst, enzovoorts) als ook naar elke fysieke sensatie of zintuiglijke gewaarwording (verharding, genoegen, pijn, verkramping, kleur, vorm, geluid). Bij elke verschijningsvorm stel je je de vraag: ‘Ben ik dit?’ Zodra je die vraag gesteld hebt, pauzeer je even en ga je met je aandacht naar elke set woorden, elk beeld, elke energie om te zien of dit echt de persoon is die je denkt te zijn.

Een persoon is iets meer dan een tijdelijke set woorden, een tijdelijk beeld voor ons geestesoog of tijdelijke energie. We zien een persoon als een vaste, objectieve, afzonderlijke en permanente entiteit. Maar precies dat kun je nou net niet vinden als je er eens goed naar kijkt.

Als je op zoek gaat naar iets anders dan ‘ik’, verander je de inquiry door de persoon, plaats of het ding te benoemen en dan probeer je het te vinden door één voor één naar de woorden, beelden en energie te kijken [of voelen, noot vertaler] die opkomen. Bekijk alles tijdens de inquiry.

 

Een voorbeeld van de Unfindable Inquiry

Scott:

Benoem de persoon waarnaar je op zoek wil gaan.

Caleb:

Ik zou op zoek willen gaan naar mijzelf.

Scott:

Oké, we kunnen inquiry doen naar het algemene idee van ‘ik’. Maar soms is het handig om te kijken of er iets specifieks is met betrekking tot jezelf, dat last veroorzaakt.

Caleb:

Ik heb mezelf altijd als een slachtoffer beschouwd. Het leven lijkt zo oneerlijk. Ik voel me meestal ellendig. Zoals gisteren bijvoorbeeld. Ik was de hele dag eenzaam en alleen.

Scott:

Laten we dan op zoek gaan naar Caleb, het slachtoffer. Ontspan je en maak het jezelf gemakkelijk. Sluit je ogen en kijk in je gedachten naar het woord ‘Caleb’. Neem de tijd. Ben jij dit woord ‘Caleb’? Jij, het slachtoffer?

Caleb:

Nee, dat is alleen maar een naam. Gewoon een woord.

Scott:

Hoe zit het met de woorden ‘Het leven lijkt zo oneerlijk’? Ben jij dat? Jij, diegene die het slachtoffer is?

Caleb:

Of ik dat ben? Nee, dat is gewoon een gedachte.

Scott:

Let goed op of je de vraag niet alleen met je intellect beantwoordt. Kijk er rechtstreeks naar vanuit gewaarzijn zelf. En vergeet niet om met je aandacht naar je lichaam te gaan. Reageert je lichaam op de een of andere manier als je de woorden ‘Het leven lijkt zo oneerlijk’ voor je ziet?

Caleb:

Ja, er is verdriet.

Scott:

Kijk rechtstreeks naar het woord ‘verdriet’. Ben jij dat woord? Jij, het slachtoffer?

Caleb:

Nee, maar de gedachte ‘Het leven lijkt zo oneerlijk’ is teruggekomen.

Scott:

Zet de woorden ‘Het leven lijkt zo oneerlijk’ in je gedachten in een lijstje. Dat kan helpen om te zien dat het alleen maar woorden zijn. Kijk nu naar de woorden in dat lijstje. Is dat de persoon die een slachtoffer is?

Caleb:

Nee, dat zijn alleen maar woorden.

Scott:

Zet de woorden ‘Ik voel me meestal ellendig’ in je gedachten in een lijstje. Ben jij deze woorden? Jij, het slachtoffer?

Caleb:

Ja, dat ben ik zeker. Het verdriet is terug, samen met een verkramping.

Scott:

Iedere keer als woorden of een beeld jou lijken te zijn, betekent dat altijd dat er een of andere energie, een bepaalde emotie of andere fysieke sensatie, tegelijkertijd mee opkomt. Emoties of fysieke sensaties zijn als alarmbellen die je eraan helpen herinneren met je aandacht in je lichaam te zijn en de energie ervan rechtstreeks te voelen. Laat dus alle woorden en beelden los; laat ze uit je gewaarzijn vallen. Laat alle woorden en beelden los en rust. Neem de tijd. Ga met je aandacht naar de naamloze energie in je borst. Laat die energie zoals die is. Ben jij die energie? Jij, het slachtoffer?

Caleb:

Die energie voelt als mij.

Scott:

Oké, telkens als een energie als een ‘ik’ voelt, betekent dit alleen maar dat er tegelijkertijd een paar woorden of beelden opkomen. Wat verschijnt er?

Caleb:

De gedachte ‘Dit ben ik’.

Scott:

Zet deze woorden in een lijstje. Ben jij de woorden ‘Dit ben ik’? Jij, het slachtoffer?

Caleb:

Nee, ik zie duidelijk dat dat alleen maar woorden zijn. Nu zijn ze weg.

Scott:

Ga met je aandacht weer naar je lichaam, zonder woorden en beelden. Ben jij die energie? De ‘ik’ die slachtoffer is?

Caleb:

Nee, het is gewoon energie. Er zit geen verhaal aan vast. En het verdriet en de verkramping verdwijnen nu.

Scott:

Kijk naar het beeld van jezelf, zoals je er gisteren bij zat toen je je eenzaam voelde. Ben jij dat beeld?

Caleb:

Ik kan zien dat het een beeld is, maar het voelt als een slachtoffer. Het verdriet en de verkramping zijn weer opgekomen.

Scott:

Als je rechtstreeks naar de woorden ‘verdriet en verkramping’ kijkt en ze uitgespeld voor je ziet, ben jij dan de woorden ‘verdriet en verkramping’? Jij, het slachtoffer?

Caleb:

Nee, dat zijn alleen maar woorden.

Scott:

Wees je gewaar van het verdriet en de verkramping, maar zonder het te benoemen. Ben jij die energie?

Caleb:

Nee, dat ben ik niet. Maar die energie lijkt vast te zitten.

Scott:

Als energie vast lijkt te zitten in het lichaam, dan is er nog een identificatie met woorden of beelden. Soms projecteert het denken mentale beelden op de fysieke sensatie of emotie. Hierdoor lijkt de energie meer solide. Sluit je ogen en laat het me weten als je een of ander mentaal beeld voor je ziet.

Caleb:

Ja, het lijkt of de energie weergegeven wordt als een knoop.

Scott:

Kijk alleen naar het beeld van die knoop. Bekijk het van een afstandje, zonder het te beschrijven. Je kunt zelfs het beeld naar boven halen, weg bij de energie en ernaar kijken hoe het in de ruimte zweeft. Ben jij dat beeld? Jij, het slachtoffer?

Caleb:

Nee, ik kan zien dat het alleen maar een beeld is en het is net tot rust gekomen. Nu komt het verdriet weer op.

Scott:

Laat alle woorden en beelden tot rust komen en ervaar alleen die energie. Laat die precies zoals die is. Neem de tijd. Ben jij die energie?

Caleb:

Wauw, nee! Het stroomde net weg. Nu zie ik dat als er geen woorden en beelden op een emotie geplakt worden, die geen slachtoffer is. Ik voel me geen slachtoffer.

Scott:

Rust nu alleen maar. Laat alles wat er dan ook maar verschijnt op een natuurlijke manier opkomen en verdwijnen. Kun je het slachtoffer vinden?

Caleb:

Ik zie hier en daar een gedachte, maar als ik vraag: ‘Ben ik dat?’, zie ik dat het alleen maar een gedachte is en dan verdwijnt ie. Er is een emotie, maar als ik met mijn aandacht daarin rust, verdwijnt die ook. Ik kan het slachtoffer niet vinden. Eigenlijk kan ik niet eens een  ‘ik’ vinden. Dit is zo eenvoudig en effectief. Ik heb letterlijk mijzelf zitten te bedenken als iets dat ik niet kan vinden als ik er echt naar op zoek ga.

.

.

Uit Scott’s boek: “The Unfindable Inquiry: One Simple Tool to Overcome Feelings of Unworthiness and Find Inner Peace” 

The Unfindable Inquiry is als paperback of als e-book verkrijgbaar bij bol.com.

Het gebruik van de Panorama Inquiry bij afgunst

Door Scott Kiloby, vertaald door Hanneke Geraeds-de Vries.

Afgunst

Afgunst kent vele varianten. Als we anderen ontmoeten die iets bezitten wat wij niet hebben of die succesvoller, aantrekkelijker, rijker, machtiger, kundiger of belangrijker lijken, kunnen onze afgunstige gedachten gepaard gaan met stekende emoties. Dit soort kenmerken bij anderen kunnen in onszelf echt een hoofdverhaal losmaken over wat wijzelf tekortkomen.

In deze inquiry bleef Preston vooral naar anderen wijzen, blind voor wat er in hemzelf speelde. Enkel door Preston te helpen de focus naar hemzelf te verplaatsen en naar waar die neiging vandaan kwam, dat hij naar de anderen wees, maakte het verschil.

 

Preston:
Ik heb een soort onderbuikgevoel bij bepaalde mensen waarvan ik vind dat ze te veel bezig zijn met materiële welvaart of die flaneren en te koop lopen met hun knappe vrouwen en veel aandacht krijgen.

Scott:
Wat voor soort gevoel is dat?

Preston:
Ik heb een hekel aan hen.

Scott:
Stel je een kring voor van mensen om je heen die je het meeste triggeren. Scan vervolgens die kring. Aan wie heb je de grootste hekel?

Preston:
Er is er één bij die wel verliefd lijkt te zijn op geld. Hij heeft een hele menigte om zich heen verzameld. Ik vind het walgelijk en oppervlakkig hoe zij hem aanbidden. En hij vreet het allemaal.

Scott:
Oké, dat is wat jij over hem denkt. Begrijpelijk. Wat zie je als je niet meer met je vinger naar hem wijst, maar die in plaats daarvan op jezelf richt? Hoe zie jij jezelf in vergelijking met hem?

Preston:
Ik zie niks.

Scott:
Misschien is het een blinde vlek, maar er moet een reden zijn die ervoor zorgt dat je steeds met je vinger naar de ander wijst. Haalt hij iets in je naar boven waarvan jij vindt dat je tekort komt, ondermaats, gebrekkig of iets dergelijks bent?

Preston:
Het eerste dat er in me opkomt is dat ik mezelf veel bescheidener vind met betrekking tot het verdienen van geld.

Scott:
Is dat echt hoe je over jezelf denkt? Of speelt er misschien wat overcompensatie mee? En als dit zo is, dan vind je het moeilijk om de waarheid te vertellen over hoe je je echt diep van binnen over jezelf voelt. Kwam je naar me toe omdat je jezelf bescheiden vindt?

Preston:
[lachend] Dat lijkt me sterk. Ik voel wat afgunst naar hem. Ik heb heel hard moeten werken voor het beetje dat ik bezit.

Scott:
Nu komen we ergens. Wat heeft hij wat jij niet hebt, maar wel zou willen hebben?

Preston:
Hij krijgt aandacht. Hij kan lekker plezier maken. Hij heeft een mooie vrouw.

Scott:
Kijk of je dit kunt samenvatten tot een specifiek soort tekorkomende ‘ik’, zodat we het kunnen benoemen. Maak de volgende zin eens af: ‘Er is iets mis met mij. Ik mis …’

Preston:
Belangrijkheid. Ik voel me onbelangrijk als ik naar hem kijk.

Scott:
Laten we die onbelangrijke ‘ik’ proberen te vinden en kijken of dat dingen opheldert over hoe jij hem ziet. Ben jij de woorden ‘Ik voel me onbelangrijk’? Jij, de onbelangrijke ‘ik’?

Preston:

Ik voel meteen een grote brok in mijn keel en in mijn onderbuik. Ja, dus.

Scott:
Ben jij de woorden ‘Ik voel een grote brok in mijn keel’?

Preston:
Nee, natuurlijk niet. Ik beschrijf alleen wat er in me opkwam.

Scott:
Oké, stop met het beschrijven van de fysieke sensatie in je keel. Blijf gewoon hier bij mij zitten, rustend, zonder woorden om die fysieke sensatie te beschrijven. Zie je in je gedachten een beeld van je keel?

Preston:
Ja.

Scott:
Ben jij dat beeld? Jij, de onbelangrijke ‘ik’?

Preston:
Ik moet ja zeggen. Op de een of andere manier voelt het alsof ik dat ben.

Scott:
Ben jij de woorden ‘het voelt alsof ik dat ben’?

Preston:
Nee. Het is zo subtiel. Het denken is zo subtiel. Ik zag niet dat de stem in mijn hoofd deze woorden aan dat beeld koppelde.

Scott:
Rust maar even. Merk alleen maar de open ruimte van het huidige moment op. Voel de uitgestrektheid ervan. Voel de levendige ruimte in je lichaam. Nou, zie je dat beeld voor je?

Preston:
Het is net verdwenen. En de brok is ook verdwenen.

Scott:
Waar is die ‘ik’ die onbelangrijk is?

Preston:
Ik zie zijn gezicht.

Scott:
Ben jij dat beeld van zijn gezicht? Jij, de onbelangrijke ‘ik’?

Preston:
Er zit lading op, dus… ja.

Scott:
Lukt het je dat beeld te laten vervagen gedurende een paar tellen en dan de emotie of fysieke sensatie te voelen die erbij opkwam?

Preston:
Ja. Ik voel me verdrietig.

Scott:
Ben jij de woorden ‘Ik voel me verdrietig’?

Preston:
Nee.

Scott:
Blijf bij dat verdriet, zonder het te benoemen. Laat die energie zich uitbreiden in de ruimte.

Preston:
Ik merk dat ik daar grote weerstand tegen heb.

Scott:
Ben jij deze woorden?

Preston:
Nee.

Scott:
Waarschijnlijk begrijp je nu wat maakte dat je steeds met de vinger naar de ander wees: hierdoor hoefde je dit innerlijk verdriet niet te voelen. Voel het nu, maar zonder het te beschrijven.

Preston:
[Huilend] Ik schaam me. Maar het voelt goed op de een of ander manier. Ik voel dat er iets loslaat.

Scott:
Ben jij die energie die loslaat? De ‘jij’ die onbelangrijk is?

Preston:
Nee.

Scott:
Kijk eens of je de onbelangrijke ‘jij’ kunt vinden, terwijl je rust, met andere woorden terwijl je woorden, beelden en energie laat opkomen en weer verdwijnen zoals ze van nature doen.

Preston:
Bepaalde gedachten lijken ‘mij’ te zijn, totdat ik er gewoon rechtstreeks naar kijk en dan verdwijnen ze weer. Nee, ik kan die ‘ik’ niet vinden.

Scott:
Scan de kring nog eens. Wie maakt iets in je los?

Preston:
Hij maakt nu niets meer in mij los, maar ik zie nu mijn vrouw overdreven aardig doen tegen onze loodgieter. Ik heb ook een hekel aan hem.

Scott:
Ben jij de woorden ‘Ik heb ook een hekel aan hem’? Jij, diegene die niet belangrijk is?

Preston:
Nee.

Scott:
Hoe zit het met het mentale beeld van je vrouw die overdreven aardig tegen hem doet?

Preston:
Nee. Het voelt alsof ik degene ben die dit alles bekijkt. De onbelangrijke persoon ziet haar dit doen.

Scott:
Ben jij de woorden ‘Ik ben degene die haar dit ziet doen’? Jij, de onbelangrijke persoon?

Preston:
Nee, maar de woorden lijken op mij te slaan.

Scott:

Als je de woorden loslaat, kun je dan die ‘mij’ vinden waarop de woorden lijken te slaan?

Preston:
Het voelt alsof iemand me in mijn buik heeft geslagen.

Scott:
Ben jij deze woorden?

Preston:
Nee.

Scott:
Rust zonder deze woorden en voel de fysieke sensatie in je buik.

Preston:
Het voelt alsof het daar echt vast zit.

Scott:
Ben jij deze woorden?

Preston:
Nee. Ik merk dat mijn denken zich ermee wil bemoeien en alles wil beschrijven.

Scott:
Ben jij een van deze beschrijvingen? Jij, degene die onbelangrijk is?

Preston:
Nee. Het voelt wel weer of ze op mij slaan.

Scott:
Kijk eens of je die ‘mij’ kunt vinden.

Preston:
Het zit in mijn buik.

Scott:
Ben jij die beschrijving?

Preston:
Nee. Oké, ik begrijp het. Geef me even om deze huidige pijn te voelen, in plaats van hem te beschrijven. [Lange stilte]. De fysieke sensatie veranderde in verdriet en het lijkt minder te worden nu ik dat verdriet de ruimte geef.

Scott:
Ben jij die minder wordende energie [noot vertaler: fysieke sensatie]?

Preston:
Nee.

Scott:
Scan de kring.

Preston:
Oh, dit is apart. Ik zie mijn moeder die meer aandacht geeft aan mijn broer dan aan mij, toen ik een kind was.

Scott:
Ben jij dat beeld?

Preston:
Ja, maar ik rust en laat het gevoel [noot vertaler: de fysieke sensatie] er zijn. Geef me even [snikkend]. God, het voelt alsof ik mijn hele leven overal buiten gehouden werd.

Scott:
Ben jij deze woorden?

Preston:
Het zijn alleen maar woorden.

Scott:
Denk eraan dat we hier niet zitten om je verleden over te doen of jou aan een psychoanalyse te onderwerpen. We doen iets heel specifieks: we proberen de ‘ik’ te vinden die onbelangrijk is. Kun je die vinden? Kijk overal.

Preston:
Geen enkele gedachte lijkt die ‘ik’ te zijn. Het is dit lijf. Er is iets mis met dit lijf. Ik ben niet aantrekkelijk.

Scott:
Kijk naar de woorden die je zojuist gezegd hebt. Stel je ze in gedachten voor in een lijstje. Staar de woorden rechtstreeks aan. Ben jij deze woorden? Jij, de onbelangrijke ‘ik’?

Preston:
Nee.

Scott:
Kun je hem ergens vinden?

Preston:
Ik voel me volledig ontspannen nu. Nee, ik kan hem niet vinden.

Scott:
Scan de kring. Voel je je getriggerd?

Preston:
Nee, alleen een milde fysieke sensatie of emotie hier en daar. Die zijn niet de onbelangrijke ‘ik’. Wat een ongelofelijk verhaal heb ik me zelf stiekem toegefluisterd!

Scott:
Het leidt tot heel wat gewijs naar anderen, niet?

Preston:
Absoluut! Dat was echt dom van me om zo naar anderen te wijzen, terwijl het probleem eigenlijk bij mij lag, bij het idee onbelangrijk te zijn.

Scott:
Geef jezelf niet op je kop. Het idee dat we tekortkomen is een veelvoorkomend, menselijk verhaal. Blijf alleen maar bij het kijken als je die ‘ik’ hier niet kunt vinden.

Preston:
Ik kan hem niet vinden.

Scott:

Kijk nog eens naar al die anderen. Is er echt iets mis met hen?

Preston:
Nee, ze zijn gewoon wie ze zijn. Dit ging alleen maar over mijzelf. Zij zien er perfect uit. Ik heb geen hekel aan hen. Ik had een hekel aan mijzelf, dat zie ik nu.

Scott:
Ben jij de woorden ‘Ik had een hekel aan mijzelf’? De ‘jij’, die onbelangrijk is?

Preston:
[Lachend] Nee.

Uit Scott’s boek: “The Unfindable Inquiry: One Simple Tool to Overcome Feelings of Unworthiness and Find Inner Peace” 

The Unfindable Inquiry is als paperback of als e-book verkrijgbaar bij bol.com.