Home » Blog » Pleun Vermaas

Tag: Pleun Vermaas

De Boomerang Inquiry; een dialoog tussen Tricia en Scott Kiloby

Door Scott Kiloby, vertaald door Pleun Vermaas.

Tricia:
Mijn man Brian irriteert me bijna dagelijks. Als ik zie hoe hij naar andere vrouwen kijkt bijvoorbeeld. En dat hij niet naar me luistert, dat zit me écht dwars. Ik heb geprobeerd met hem over zijn gevoelens te praten, maar hij kan dat niet. Hij vindt dat ik alles zo overdrijf.

Scott:
Op die momenten dat jij ziet dat hij naar andere vrouwen kijkt, wat vind je dan van jezelf?

Tricia:
Lelijk. Alsof ik niet goed genoeg voor hem ben.

Scott:
En hoe zit dat met die keren dat hij niet naar je luistert, of niet wil praten over de dingen die jij wel met hem wilt bespreken?

Tricia:
Het voelt alsof hij me buitensluit en dat doet pijn.

Scott:
Geef het zelf dat tekortschiet een naam. Als je dit hele verhaal over hoe hij je doet voelen kon samenvatten tot één specifiek soort zelf dat tekortschiet, wat is dat dan? Beperk het tot iets dat diep van binnen echt als jou voelt.

Tricia:
Ik ben ongeliefd. Dat zegt al die blabla eigenlijk. Ja, dat is het precies!

Scott:
Kijk of je die ongeliefde zelf kan vinden. Ontspan en merk de capaciteit op om je bewust te zijn van gedachten die komen en weer weggaan. Kijk naar die woorden ‘ik ben ongeliefd’. Ben jij deze woorden? Jij, die ongeliefd bent? Het kan helpen om je voor te stellen hoe die woorden in een fotolijstje staan. Haal ze uit de context, zodat je er rechtstreeks naar kunt kijken.

Tricia:
Geef me een momentje… Ben ik de woorden ‘ik ben ongeliefd’? Ja, zeker weten. Dat is wat ik van mijzelf vind.

Scott:
Als woorden voelen als waar en echt voor jou, betekent dit alleen maar dat er een emotie of fysieke sensatie tegelijk opkomt met de woorden. Maar de emotie of fysieke sensatie is onbewust. Om zo te zeggen: je bent je niet direct bewust van wat er gebeurt. Neem even de tijd en ga met je aandacht naar je lichaam. Voel of er een emotie of fysieke sensatie opkomt.

Tricia:
Verdriet.

Scott:
Kijk rechtstreeks naar dat woord ‘verdriet’. Zet het in een fotolijstje. Ben jij dat, de ongeliefde zelf?

Tricia:
Nee, dat is duidelijk alleen een woord.

Scott:
Laat dat woord vervagen en ga met je aandacht terug naar je lichaam. Kun je de energie voelen, die jij verdriet noemt? Niet het woord ‘verdriet’, maar alleen de pure fysieke energie in je lichaam?

Tricia:
Ja, ik voel het.

Scott:
Neem de tijd en merk op dat jij je nu bewust bent van die energie, zonder het een label te geven. Raak het liefjes van binnenuit aan. Ben jij die energie? Jij, de ongeliefde persoon?

Tricia:
Ja, dat ben ik.

Scott:
Als het voelt alsof jij een emotie of fysieke sensatie bent, betekent dit alleen dat er wat woorden of mentale beelden tegelijk met het gevoel opkomen. Als je even de tijd neemt om de binnenkant van je ogen goed te bekijken: welke woorden of beelden komen er gelijktijdig op met die energie?

Tricia:
De woorden ‘ik heb altijd al dit probleem met mannen gehad.’

Scott:
Kijk rechtstreeks naar deze woorden. Ben jij deze woorden? Jij, de ongeliefde zelf?

Tricia:
Nee, dat zijn gewoon woorden. Toen ik naar ze keek, vervaagden ze.

Scott:
Richt je aandacht opnieuw op je lichaam. Voel je die energie nog?

Tricia:
Ja.

Scott:
Voel die energie opnieuw, zonder het te benoemen. Laat alle woorden en beelden ongemoeid opkomen. Voel het gewoon. Ben jij die energie?

Tricia:
Nee, dat is gewoon energie. Het verdween eigenlijk meteen, tegelijk met de woorden.

Scott:
Probeer een herinnering op te roepen van de laatste keer dat Brian niet naar je luisterde en jij daardoor gekwetst was.

Tricia:
Dat is niet zo moeilijk. Dat was vanochtend nog.

Scott:
Kijk naar dat plaatje van hoe jij vanochtend tegen hem stond te praten, terwijl hij niet luisterde. Zet desnoods een fotolijstje om dat beeld heen, als dat je helpt. Ben jij dat plaatje?

Tricia:
Nee, dat is een herinnering. Meer niet. Ik ben dat niet.

Scott:
Kijk naar de woorden ‘Hij kijkt naar andere vrouwen’. Ben jij deze woorden? Jij, de ongeliefde persoon? Antwoord alleen met ja of nee.

Tricia:
Nee.

Scott:
En hoe zit dat met ‘Hij luistert niet naar me en dat zit me écht dwars’?

Tricia:
Nee.

Scott:
Nu rust je gewoon en tast je de ruimte aan de binnenkant van je lichaam af. Laat ieder woord, beeld of energie opkomen zoals het komt. Waar is de ongeliefde persoon? Kun je haar vinden?

Tricia:
Ik begrijp niet wat je bedoelt.

Scott:
Je kwam naar me toe met het verhaal dat je een ongeliefd iemand bent. Ik neem aan dat je daar al jaren van overtuigd bent?

Tricia:
Ja, dat klopt, van kindsbeen af.

Scott:
Als dit echt is wie je bent, dan zou je die ongeliefde persoon nu ergens moeten kunnen vinden, niet? Het is net als met Pasen en de eieren. Kinderen die naar die eieren zoeken zijn totaal niet verward over wat ze aan het zoeken zijn. Er zijn slechts twee opties: het kind vindt de eieren wel, of het kind vindt ze niet. Als er een ongeliefd persoon nu naast me zit, wil je haar dan voor me aanwijzen?

Tricia:
Jawel. Ik ben het!

Scott:
Zijn de woorden ‘Ik ben het’ de ongeliefde zelf?

Tricia:
[Lacht hardop.] Nee. Gewoon woorden.

Scott:
Speur naar de ongeliefde persoon.

Tricia:
Het lijkt alsof het iets met mijn naam te maken heeft.

Scott:
Kijk rechtstreeks en alleen naar het woord ‘Tricia’. Is dat de ongeliefde persoon?

Tricia:
Nee, maar het lijkt alsof het naar haar verwijst.

Scott:
Vind de ongeliefde persoon die nu echt hier is. Niet alleen maar woorden die naar haar lijken te verwijzen. Vind haar!

Tricia:
Het gaat niet. Ik kan… Oh wacht, ja, het lukt. Ik zie de gedachte opkomen ‘Ik weet dat hij van me houdt, maar ik voel het niet’.

Scott:
Ben jij die woorden? Jij, de ongeliefde persoon?

Tricia:
Nou, verstandelijk weet ik wel dat het gewoon woorden zijn. Maar er is ook verdriet dat opkomt.

Scott:
Ga met je aandacht naar je lichaam en voel die energie. Zonder woorden, zonder beelden. Ben jij die energie?

Tricia:
Nee. Ik kan die ongeliefde persoon helemaal niet vinden. Ik zit hier gewoon lekker vredig, voel me volledig bevrijd van dat verhaaltje. Ik kan de herinnering aan mijn vader nu zien. Hij was koud. Maar als ik alleen maar naar het beeld kijk kan ik zien dat ik dat niet ben, die
persoon. Oh wacht… er komt een plaatje voorbij waarin ik mezelf zie als tienjarig meisje. Dát is die ongeliefde ik!

Scott:
Ben jij dat beeld van het meisje? Jij, de ongeliefde zelf?

Tricia:
Ik kan zien dat het alleen een plaatje is. Ik ging meteen mijn lichaam in om dat verdriet te voelen en waste wit als het ware, schoon (fris!). Nee, dit ben ik niet. Wauw! Ik heb zo lang geloofd in dit verhaaltje. Zo lang! Ik kan haar niet vinden, de ongeliefde zelf.

Scott:
Kijk in gedachten nu weer naar Brian. Heb je het idee dat jij een ongeliefd persoon bent nu, als je naar hem kijkt? Is er nog een boemerangeffect bezig?

Tricia:
Nee, Brian is prima zoals hij is. Ik kan zien dat ik van hem houd. Of eigenlijk, meer dan dat. Er is alleen maar liefde. Ik heb niet het gevoel dat er iets ontbreekt nu of mis is. Het was een verhaaltje dat ik op hem projecteerde. Dank je wel! Dank je zeer! Het is me kristalhelder nu. Ik voel me zoveel lichter nu!

Scott:
Ja, en als we van het verhaal van ‘ik ben ongeliefd’ overtuigd zijn, dan geloven we dat andere mensen onze liefde bezitten en het ons niet geven.

Tricia:
Wat een wrede grap!

Uit Scott’s boek: “The Unfindable Inquiry: One Simple Tool to Overcome Feelings of Unworthiness and Find Inner Peace”

The Unfindable Inquiry is als paperback of als e-book verkrijgbaar bij bol.com.

Ziet de binnenkant onder ogen!

Door Kristy Johnsson, vertaald door Pleun Vermaas.

Als we ook maar één aspect van onze wereld willen verbeteren – of het nou gaat om familiesystemen of politieke systemen – dan komen we er niet onderuit en moeten we met de billen bloot. We zullen onze bittere kanten onder ogen moeten zien die ongewild de status quo in ere houden.

Weet je wat de meest absurde ontdekking was, die ik als fervent activist deed?

  • Al die bomen die ik geplant heb;
  • alle kinderen die ik les gegeven heb;
  • alle vrijwilligersacties die ik op touw gezet heb;
  • alle mensen die ik gecoacht heb;
  • alle goede doelen die ik financieel gesteund heb;
  • al die keren dat ik gestemd heb;
  • al dat geklaag en gemekker en gejaag;
  • al die schrijfsels van me (op Facebook, blogs, protestbrieven, wat niet?);
  • al dat gedane research.

Ik deed het allemaal om de wereld een ietsiepietsie beter te maken. Iets minder zelfdestructief. En waar ik toen achter kwam is dat het helemaal niet gaat om de actie. De krachtigste actie die er is, is geen actie.

En dat was kijken in de meest duistere crypten van mijn wezen en dit alles met vol-ledige acceptatie in mijn hart opnemen. Het was vooral een samen-zijn-met en geen poging om controle of invloed uit te oefenen.

Het klinkt misschien cliché, maar ik zweer je dat het echt waar is. We kunnen domweg niet behulpzaam zijn voor wie of wat dan ook, zolang we zelf in een waan verkeren. En in het oog van de draaikolk trauma, angst en pijn, als we niet meer stevig op de grond staan, geldt dit voor de meesten van ons.

Op mijn zeventiende kregen mijn moeder en ik een keer ontzettend ruzie. Het was een vuile, gemene bekvecht. Nadat ik me op mijn kamer teruggetrokken had, kwam ze me achterna en zei: “Denk jij werkelijk dat jij het zo slecht hebt? Toen ik zo oud was als jij pleegde mijn moeder zelfmoord. Ze sprong uit het raam en was morsdood!”

Dat was de eerste keer dat ik hoorde dat mijn oma zelfmoord had gepleegd. En het gros van haar elf kinderen stonden erbij en keken toe.

Ik was compleet in shock, stond daar maar. En niet enkel om voor de hand liggende redenen. Er was ook iets anders. Er kwam een helder beeld in mij op dat me in de greep hield: ik zag mezelf voor een enorm, kwijlend beest met scherpe tanden staan. En achter mij stonden al mijn vrouwelijke voorouders die het Beest al leken te kennen. De boodschap was luid en duidelijk: nu is het jouw beurt om het Beest te ontmoeten.

Ik had er nog nooit van gehoord dat trauma van generatie op generatie overgeheveld kan worden. Dat het zelfs zijn sporen nalaat in ons DNA. Achteraf gezien was dat wél het inzicht dat ik had. Niemand van mijn familie wist dat ik jarenlang worstelde met een diepe depressie en chronische zelfmoordgedachten, maar op dat moment zag ik de link tussen mijn oma en mij heel duidelijk: haar leed en mijn leed waren onlosmakelijk met elkaar verbonden. En nu was het mijn beurt om me in die duisternis, van mij en haar, te wagen.

Het onder ogen zien van zowel mijn onbewuste leed als het leed van mijn cultuur, zorgde voor een radicale ommekeer. Ik keek met nieuwe ogen naar mezelf en de wereld. En ook de wijze waarop ik mezelf neerzette en door deze wereld laveerde veranderde drastisch. Het is en blijft een ongelofelijk proces, met diepe inzichten.

Ons leed, onze gewoontepatronen en onze overtuigingen tasten alles in ons leven aan. En als miljarden mensen deze patronen afreageren op de wereld, dan krijg je een wereld zoals die nu is. Geen enkele mate van politieke verandering, educatie, het planten van bomen of actievoeren zal de wereld zo grondig en zo duurzaam veranderen als wanneer we dat wat er in ons ligt onder ogen zien en alles ontmoeten.

Spiegeltje, spiegeltje aan de wand, wie is het mooiste van het land?

Door Melanie Balint Gray, vertaald door Pleun Vermaas.

Spiegels zijn een groot stuk van mijn leven een vijand voor mij geweest. Of ik er nou inkeek om mijn tanden eens een goede flosbeurt te geven, met lipstick en mascara de boel een beetje op te pimpen of gewoon even de snelle hoofd-schouder-knie-en-teen check te doen voor ik de deur uitging, die dingetjes voelde vaak als het startschot voor enorme bakken zelfkritiek. Degene die in de spiegel keek (ik???) kon altijd wel IETS vinden dat mis was met dat beeld in de spiegel (was ik dat ook???) – een scheve tand, scherpere kraaienpootjes, dikke dijen, ballonkuiten; kortom een eindeloze lijst van al mijn tekortkomingen!!! Hetzelfde gold voor profielfoto’s, snapshots, videobeelden etc. Het oog dat al deze beelden aan een inspectie onderwierp was ALTIJD KRITISCH en de eindconclusie was dat de meid die erop te zien was simpelweg niet voldeed. Waaraan? Aan wie? Een of andere standaard die ik zelf overgenomen had. Hoe dan ook, het voelde in ieder geval beroerd.

En ik weet dat ik hier niet alleen in sta. Vele vrienden van me reageren hetzelfde als ze geconfronteerd worden met een eigen snapshot of foto. Ik zie het gebeuren: ze krimpen ineen of kijken meteen de andere kant op om hun gezicht maar niet te hoeven zien. Sommige biechtten op dat het zien van een eigen foto hen aan het huilen kon krijgen. Het is triest als je bedenkt hoe vele van ons, en niet enkel vrouwen, zo diep gevangen zitten in een veroordeling van ons lichaam, dat ons zo barmhartig door het leven draagt. Het is belachelijk te denken dat al die verschillende lijven kunnen voldoen aan de ‘ideale maten’. Maten die je aantreft in de bladen of advertenties.

Ik zie wel waar de vernietigende zelfkritiek op mijn eigen lichaam vandaan komt:

  • een onschuldige opmerking van mijn moeder, die met haar vinger wijst naar de vrouw aan de overkant en zegt dat zij er zo hip en slank uitziet;
  • sprookjes zoals Sneeuwwitje en alle andere sprookjes met prinsessen die benadrukken hoe belangrijk het is om fysiek mooi te zijn en daardoor iedereen die niet aan het gangbare schoonheidsideaal voldoet buitensluit;
  • Hollywood, het Amerikaans bastion; de filmwereld vol pracht en praal;
  • mijn vader die regelmatig zijn Army Air Corps dieet (biefstuk en een berg ijsbergsla met olie en azijn) uit de kast haalde om zijn taille wat aan te scherpen (en om een tijdje ‘droog’ te staan, geen alcohol te drinken)… (Bah, hoeveel diëten heb ik wel niet uitgeprobeerd?!);
  • mijn moeder die zich opgedoft heeft voor weer een ambassadeursfeestje en mij (haar kleine dochter, godbetert!) met een zorgelijk gezicht vraagt: “Lieverd, wat denk je? Zie ik er goed uit zo?” (Oh gut, volgens mij deed ik dat bij MIJN dochter net zo!!!);
  • willekeurige mensen die tegen me zeiden: “Oh, wat zie je er beeldig uit in die jurk!”;
  • mijn moeder, die zo bang was dat ze te dik was zoals ze ooit (alleen maar een beetje) als jongvolwassene is geweest, die haar angst naar buiten projecteerde en zich niet inliet met dikke mensen. Ze liep liever met een grote boog om hen heen.

De bovenstaande lijst invloeden geeft me inzicht. Eerst was ik alleen maar pissig en vol wrok; geschokt omdat ik als jonkie onderworpen werd aan zulke kortzichtige opvattingen. Op den duur, door gewoon te zitten in dat vat vol wrok en boosheid op iedereen die zo attent was om mij op die standpunten te attenderen, totdat ik alleen nog maar een spons van zelfhaat was, zag ik in dat ook zij waren geïndoctrineerd. Zij probeerden ook gewoon te voldoen aan het ideaalplaatje.

Dit gezien hebbende, zag ik dat dit het zoveelste voorbeeld was van het onbewust van generatie op generatie doorgeven van niet-onderzochte gedachten. Het werd me duidelijk dat ik deze erf-stok niet meer door wilde geven. Bij mij zou het stoppen. Maar hoe zou ik dat voor elkaar kunnen krijgen? Hoe kon ik deze valse spiegel laten barsten? Hoe te breken met deze haat jegens het lichaam, die zo’n gewoonte was geworden?

Ik besloot het volgende te doen: om mezelf te ontmoeten waar ik was, hier-en-nu, nog immer vol van zelfhaat en met een kritisch oog dat elke millimeter van mijn lijf met argusogen veroordeelde. Ik ontmoette mezelf eerst in de spiegel – een van mijn vertrouwde strijdtonelen. Dus ging ik onderzoeken. Ik keek en keek beter. Wat gebeurde er telkens als ik voor de spiegel stond? In het begin was het gewoon zeer a-relaxed. Het liefst wilde ik me supersnel omdraaien en weglopen, zodat ik die afkeer van mijn lijf niet hoefde te voelen of de zinnen die in mijn hoofd voorbijraasden, over hoe beneden peil mijn looks wel niet waren, niet hoefde te horen: waarom ik niet beter voor mezelf kon zorgen en hoe ik me ooit op een feestje zou kunnen vertonen, zonder die eeuwige tentjurk van me, enz.

Dit ging een poosje zo door. Toch bleek, tegelijk, dat ik mij beter kon concentreren op mijn spiegelbeeld. Mijn beeld en ik brachten zo meer tijd met elkaar door. Soms met tranen over mijn (en haar!) wangen. En soms bekeken we elkaar gewoon, ontmoeting van oog-in-oog en was er weinig commentaar. Was me dat even een verschil!

Op een dag werd ik me ervan bewust dat er nog iemand anders was bij het onderonsje met mijn spiegelbeeld. Al kon ik dit wezen niet echt zien, toch voelde ik vaag de aanwezigheid ervan. Na een tijdje ving mijn bewustzijn een glimp op van deze ‘persoon’. Als in een flits. Het was alsof ik een vluchtig beeld van ‘mijn perfecte ik’ zag – een soort samengestelde lichaamsvorm waarin verschillende vrouwen (vriendinnen, vreemdelingen, beroemdheden) verwerkt zaten; vrouwen die, in mijn beleving, allemaal een of meer aspecten van het ‘perfecte’ lichaam bezaten.

Wauw, hé! Ik realiseerde me dat dit beeld van die ‘perfecte ik’ er altijd al was geweest en gewoon naast me stond terwijl ik met mijn spiegelbeeld driftig in discussie was OF geheel tevreden mijn looks aan het lofprijzen was. Ik had er stomweg jarenlang overheen gekeken. Omdat mijn aandacht alleen maar gericht was op mijn reflectie, kon ik het vage ideaalplaatje daar in de rechterhoek niet zien.

In die spaarzame momenten, wanneer ik mijn spiegelbeeld gewoon ‘normaal’ kon ontmoeten, zonder dat zelfveroordeling om de hoek kwam zeilen, was ‘zij’ er niet bij.

Alleen wanneer ik in tweestrijd stond met mijn mening over mijzelf – opgesplitst tussen mijn eigen spiegelbeeld en een heel vage weerspiegeling van hoe ik dacht dat ik eruit ZOU MOETEN zien – was ze er ineens wel. Maar als ‘zou zo moeten of zus’ geen grip op me kregen, dan was ze er niet. Zodra ik de vormen en kleuren met een neutrale blik kon bekijken was er geen ‘ander’ die mee gluurde op rechts.

Het zijn deze maatstaven, die ik mezelf eigen gemaakt heb, deze geadopteerde lijstjes van wat acceptabel is en wat niet; onbewust sjouwde ik die rugzak al heel lang met me mee. Aangezien mijn onderbewuste me veelal aanspreekt in beelden – meestal vluchtig van aard – in plaats van alleen maar in gesproken of gevisualiseerde woorden, heeft het me wel wat tijd gekost om er bedreven in te raken om deze flitsen van vage, kortstondige beelden te vangen.

Bovendien, toen ik dat eenmaal onder de knie kreeg en steeds meer spookbeelden uit de lucht kon vangen, ontstond bij mij het vertrouwen dat dit een manier was waarop mijn onderbewuste me iets wilde vertellen of laten zien. Het waren niet zomaar willekeurige beelden. Dus lette ik op of een vaag beeld dat verscheen in mijn bewustzijn, een reactie in mijn lichaam opriep. Zo ja, dan bekeek ik het plaatje beter om te ontdekken wat het me wilde zeggen. Als er geen fysieke reactie kwam, dan nam ik aan dat dat inhield dat ik niet onbewust een betekenis toe kende aan dat vage beeld.

Hierdoor werd mijn vermogen om ‘te horen’ wat mijn onderbewuste me wilde vertellen steeds verfijnder. Ik raakte meer en meer vertrouwd met de wereld van symbolen en beeldentaal, waar ik eerder alleen op woorden afging. Wat een ontdekking!

Terwijl ik verder voortging op deze avontuurlijke reis, gebeurde er nog iets anders. Ik werd nieuwsgierig naar mijn samengestelde, perfecte ik en al die vrouwen die ik onbewust gebruikt had om haar te creëren. Hoe zat het dan bij al die vrouwen en wat ik van hen wist en hoe hun leven eruitzag, gebaseerd op wat ze me hadden verteld of wat ik over hen gelezen had? In plaats van te ontdekken dat zij gelukkig of tevreden waren met zichzelf, kon ik zien dat ook zij worstelden met die innerlijke criticaster en het continue gevoel beter te moeten zijn dan ze waren. Wat een giller!

Ik was onbewust bezig met streven naar wat ik dacht dat perfectie betekende (hun ideale maten, ja, ja) en zij, waarvan ik dacht dat ze gewoonweg perfect waren, liepen op hetzelfde ‘gekke-hoeden-pad’ als ik, gewoon een paar stappen voor mij uit!!

Toen dit goed tot me was doorgedrongen en ik me realiseerde dat al die vrouwen dezelfde innerlijke worsteling hadden als ik, maakte dat dat ik me heel normaal ging voelen. Ik werd aardiger voor de ‘ik’ in de spiegel en de ‘ik’ die in de spiegel keek. Tegenwoordig, als we zo naar elkaar staan te kijken, komt er soms wat zelfkritiek voorbij en soms ook niet. Wat het anders maakt is dat er nu een bewustzijn is van de uitwisseling tussen beide ‘ikjes’; een overkoepelende en meer omvattende observatie van wat er gaande is tijdens elk onderonsje.

En de erkenning van die samengestelde ik, die komt en gaat in de spiegel, werkt prachtig als een post-it memo om mezelf eraan te herinneren aan ALLE manieren waarop ik in mijn leven nog steeds verstrikt raak in vergelijkingen. Het heeft ertoe geleid dat ik nu meer let op de onderbewuste beelden van andere mensen die ik op andere gebieden van mijn leven als richtlijn heb gebruikt. Het is zo fijn om al die spoken uit de kast te halen. Zo kan ik ze tenminste echt goed zien en naar ze kijken!

De Panorama Inquiry door een controlefreak

Door Scott Kiloby, vertaald door Pleun Vermaas.

Michael merkte dat hij getriggerd werd door zowel zijn moeder, zijn zoon en zijn vrouw. Na een aantal sessies met mij, besloot hij de Panorama Inquiry alleen te doen (zonder mijn begeleiding).

Mijn moeder moet haar geldzaken en financiën anders organiseren – beter. Ik moet ervoor zorgen dat mijn zoon de universiteit gaat doen in plaats van een HBO-opleiding. Mijn vrouw moet zich daar verre van houden. Dat is hoe het zal gaan vanaf nu! En niet anders! [Vervolgens plaatst hij zijn moeder, zoon en vrouw in een (denkbeeldige) kring om zich heen en kijkt deze rond.]

Wat spiegelt de situatie met mijn moeder terug over mij? Wat zegt dat over mij?

Ik ben een controlfreak. Dat weet ik wel.

Ik voel veel angst in mijn lichaam op dit moment. Om eerlijk te zijn: ik ben bang. En angst zorgt er bij mij voor dat ik me enorm machteloos voel in dit alles.

Benoem het: ik haat het dat ik machteloos ben.

Vind het: kan ik die machteloze ‘ik’ vinden? [Hij kijkt naar een herinnering waarin zijn zoon hem vertelt dat hij graag een HBO-opleiding wil doen.]

Dat ben ik niet. [Hij kijkt naar de woorden ‘mijn moeder moet veranderen.’]

Dat is niet die machteloze ‘ik’. [Hij ademt een paar keer diep in en uit en vanuit deze rust ziet hij dat er een beeld opkomt van zijn vrouw die zich in de discussie mengt.]

Dat ben ik, ik wil dat ze zich er onder geen beding mee bemoeit.

Zijn de woorden ‘ik wil dat ze zich er onder geen beding mee bemoeit’, die machteloze ‘ik’?

Ja. [Hij voelt de angst als energie, zonder woorden of beelden.]

Ik ben die energie niet. [Hij kijkt naar de woorden ‘Ik ben bang.’]

Ja, dat ben ik. [Hij voelt de angst en kijkt hoe die weer verdwijnt in het niets, als er geen verhaal aan vastzit.]

Ik ben niet die energie.

Laat ik de kring weer rondkijken. Mijn moeder is er. Zij triggert me. Ik zie het voor me hoe ik me als kind zijnde altijd zwak heb gevoeld in haar bijzijn.

Ben ik dat beeld van dat zwakke jongetje?

Ja, dat ben ik. [Hij kijkt naar dat beeld en ziet hoe het vervaagt. En vervolgens voelt hij de pure energie.]

Ik ben niet die energie. [Hij loopt de kring nog een keer af.]

Geen triggers. Ik kan die machteloze ‘ik’ niet vinden. Nu heb ik geen behoefte meer om wie of wat dan ook mijn wil op te leggen.

.

.

Uit Scott’s boek: “The Unfindable Inquiry: One Simple Tool to Overcome Feelings of Unworthiness and Find Inner Peace”

The Unfindable Inquiry is als paperback of als e-book verkrijgbaar bij bol.com.