Home » Blog » Pleun Vermaas

Tag: Pleun Vermaas

Als het kind in ons aandacht en liefde nodig heeft

Door Helena Weaver, vertaald door Pleun Vermaas.

Dit zijn uitdagende tijden. Zeker. Voor het eerst in weken was ik weer een keer in de stemming voor wat meditatie. Ik zat een tijdje, richtte mijn aandacht naar binnen en voelde hoe mijn ademhaling langzamer en dieper werd. Toen begon ik mijn lichaam te scannen en voelde ik voorzichtig de lichamelijke en emotionele sensaties van binnenuit, waarbij ik me geleidelijk aan meer en meer bewust werd van wat ik voelde in dat lijf van me.

Na een tijdje ontdekte ik een diepe laag in mijzelf die geschokt en bevroren aanvoelde. Een subtiel, bruisend, gespannen gevoel, afgedekt door een ietwat zweverig gevoel. Het drong op dat moment tot me door dat ik over deze laag heb geschaatst, afgeleid en gedesoriënteerd door de gebeurtenissen van de afgelopen weken. Ik voelde me bij tijd en wijle alsof ik niet met beide benen op de grond stond, maar net erboven zweefde, zonder precies te weten waarom. De enige reden die ik daarvoor kon verzinnen is dat deze tijden abnormaal en schokkend zijn. Maar die innerlijke, bevroren toestand voelde ook bekend aan – het begon me te dagen dat deze laag altijd al tot op zekere hoogte bevroren was.

Voorzichting tastte ik dit gevoel af. Ik merkte op dat het gevoel toebehoorde aan een jong kind. Herinneringen aan Bahrain kwamen bovendrijven. We hebben daar tussen mijn vierde en achtste jaar gewoond. Ik begon met een dankbaarheidsmeditatie, wat resulteerde in een hart dat zich langzaam ontvouwde voor liefde, waardoor vervolgens het bevroren deel begon te ontdooien. En dat was doodeng voor dit deel van mij, want het ijs fungeerde als een zelfbeschermingsmechanisme tegen alle onzekerheid, instabiliteit en alle angsten. Desondanks heb ik me altijd te min en niet in staat gevoeld om op te komen of te zorgen voor mezelf. Er kwam veel gesnik en gehuil bij kijken, dat oprecht uit het hart kwam. Ook voelde ik het in de solar plexus. Mijn lichaam schudde ervan. Destijds maakten mijn moeder en vader vaak ruzie. Ik herinnerde me een specifieke, beangstigende ruzie. Mijn vader smeet met dingen en mijn moeder en ik krompen ineen. En dan het schreeuwen, die onvoorspelbare explosies, hoe hij zo opeens pats-boem een kamer kon binnenvallen om dan als opgejaagd wild rond te lopen en vervolgens in volle woede te ontsteken en te klagen; zijn zure regen. Al die eindeloze drama’s, die hun volledige aandacht opeisten en waardoor zij als het ware met elkaar vergroeiden.

Ik herinnerde me hoe dat jonge eenzame kind met twee lichtgeraakte ouders, die elkaar regelmatig in de haren vlogen, in zichzelf keerde en vluchtte in haar eigen gedroomde wereldje met geheime tuin. Daar verdween ze, terwijl het gezin ondertussen van het ene naar het andere land trok. Koeweit, Irak, Bahrein, Turkije, Libië, waar ze telkens enkele jaren verbleven om vervolgens weer te vertrekken naar de volgende bestemming. Met elke verhuizing verloor ze haar huis, tuin, vrienden, school, vertrouwdheid van de buurt en de gewoontes en gebruiken van het dagelijkse leven. Bij elk nieuw begin werd mijn aanpassingsvermogen op de proef gesteld. En overvraagd. Dat liet zijn sporen na. Zo was ik sociaal gezien achter op mijn leeftijdsgenoten. Ik was een verlegen, introvert en onzeker meisje, was gauw van slag, makkelijk te raken en over het algemeen zeer instabiel. Eigenlijk weet ik niet eens zeker of dit deel van mij wel ooit volwassen is geworden. Het voelt alsof het er altijd al was, dat ik het diep van binnen met me meedroeg, bevroren en weggestopt; verborgen en toch in staat om haar invloed uit te oefenen, me af te remmen, omdat zij als een angst-generator fungeerde.

Vandaag realiseerde ik me voor het eerst, terwijl ik van binnenuit luisterde en voelde, hoe zeer de huidige situatie van buiten (de Corona-crisis) lijkt op mijn vroege verleden. Het is als het ware een echo van het leven zonder mogelijkheden, onder een grote wolk van dramatiek en continu gevaar en paniek. Ah, natuurlijk. Mensen met een onderliggend trauma weten hoe het is om met een onoplosbare angst te leven en dat ze zich nergens ooit veilig en geborgen kunnen voelen. Maar ik had nog niet volledig doorzien dat dit jonge meisje in mij zo getriggerd werd door wat er nu om haar heen gebeurt. Daarom heb ik van die perioden, hele dagen soms wel, dat ik me afgesloten en zweverig voel en op het punt van huilen sta.

Echter nu begrijp ik het. Het is allemaal heel logisch eigenlijk. Ik heb gewoon de neiging om me terug te trekken en mezelf te begraven in die magische tuin van me. Soms heb ik dat echt even nodig; zij heeft het nodig, en ik laat haar begaan. Zij studeert graag talen, speelt met de woorden, de klanken en hun betekenissen. Het is een beetje als het kraken van codes. Dus leren we nu Grieks en Frans. Die magische tuin is beschermend en een plaats om te herstellen, maar het is geen plek om continu in te verdwijnen (dat is wel wat zij het liefst zou doen).

Dus vandaag voelde het goed om dit jonge meisje bewust te ontmoeten en naar haar te luisteren. Ik verwelkomde haar verdriet volledig. Ik hechtte waarde aan haar herinneringen. En ik erkende haar angst. Dus wiegde ik haar zachtjes in mijn armen, ten teken dat ik haar angst volledig accepteerde en begreep, waardoor het voor ons beide makkelijker werd om de angst volledig te voelen, zonder dat er ook nog schaamte bij kwam kijken. Nu was er ruimte om daar afscheid van te nemen.

Daardoor stelde ze zichzelf open. Ze voelde zich door mij gezien en zelfs lief gehad, doordat ik haar omarmde en wiegde. En langzaam kwam die beschermende ijsklomp, stukje voor stukje, aan het breken, smelten en verdwijnen. De dankbaarheidsmeditatie trok als een golf door mijn hele systeem en ik kreeg het inzicht: we worden allemaal vastgehouden en we zijn allemaal geliefd, precies zoals we op elk moment zijn, door iets dat niemand van ons echt kan benoemen. Of we ons daar nou bewust van zijn of niet. Er is geen enkele uitzondering of voorwaarde, welke ervaringen we ook maar doormaken. Het maakt niet uit.

Liefde is…

Vreemde tijden

Door Fiona Robertson, vertaald door Pleun Vermaas.

Het zijn zulke vreemde tijden en het lijkt alsof elke dag alsmaar vreemder wordt (vooral voor mensen die nog nooit andere verstoringen van het dagelijks leven of een pandemie hebben meegemaakt).

Ik voel me angstig en maak me zorgen over de mensen die behoren tot de hogere risicogroepen. Tegelijkertijd is er een soort fascinatie: waar gaat dit heen? Zelfonderzoek is het sleutelwoord hier. Het is mijn innerlijke TomTom, zoals altijd. Ik dacht bij mezelf dat wat er in mijn zelfonderzoek naar voren kwam, misschien bij meer mensen weerklank vindt. Dus hier komt het:

Toen ik ervoor ging zitten, voelde ik een extreem gevoel van uitputting en ik werd me bewust van de behoefte om er een tijdje tussenuit te gaan. Ik liet me erin zakken en dat voelde zo teder, lief en heerlijk; met tranen en al.

‘Uitgeput’ bleef echoën, dus besloot ik dit woord op te zoeken in het woordenboek. Alles wat daar stond raakte een gevoelige snaar: ‘uitputten is onttrekken, leegmaken door de inhoud eruit te halen, het geheel op gebruiken, verbruiken, afgemat raken door uitputting, om middelen, kracht of essentiële eigenschappen af te voeren.

Ineens kwam het plotsklaps binnen: ik ben uitgeput. Wij zijn uitgeput. De aarde is uitgeput. Wij zijn uitgeput door de huidige maatschappij.

Hoe bezorgd ik ook ben over dit hele gebeuren, toch voel ik me eveneens opgelucht. Sluit die deuren maar en dan blijven we een tijdje thuis.

Zoals ik hier nu lig, voel ik hoe mijn zenuwen (die door de buitenwereld regelmatig worden beproefd) zich ontspannen bij het idee dat alles een halt toegeroepen wordt, afgezegd wordt of op slot gaat. Het was altijd maar ‘rennen, springen, vliegen, duiken, vallen, opstaan en weer doorgaan’ en ik ben bekaf. Het is een grote opluchting om die uitputting bij naam te noemen en die er domweg te laten zijn. Het hoort er allemaal bij.

In plaats van het met mijn hoofd te begrijpen, voel ik hoe het mij aangrijpt…

Door Melanie Balint Gray, vertaald door Pleun Vermaas.

Soms droom ik. Meestal vertel ik mijn echtgenoot s’ morgens over mijn droom. Ik heb geleerd om te luisteren naar de woorden die mijn mond uit tuimelen als ik mijn droom beschrijf. Vaak zijn dit geen woorden die ik doorgaans gebruik. Het is alsof, door de droom, mijn onderbewuste verder gaat dan het gebruik van symbolen en op de een of andere manier ook via woorden met mij “praat”. En ik voel de woorden eigenlijk meer dan dat ik ernaar luister.

Ik richt mijn aandacht op hoe mijn lichaam van binnenuit reageert op elk gesproken woord. Is er een fysieke reactie of blijft het juist neutraal? Of het nu gaat om de woorden die ik gebruik bij het beschrijven van een droom of de woorden die mijn man zegt als hij me vragen stelt of andere invalshoeken aandraagt, ik ben haast alleen maar gericht op hoe mijn lichaam van binnen voelt en hoe het reageert op dit gesprek.

Vanmorgen werd ik wakker en in mijn droom nam ik samen met iemand uit mijn verleden deel aan een of andere wedstrijd of competitie om een wezen uit een verticale buis te halen. We moesten hem bevrijden omdat hij opgesloten zat in die buis. In het echt hebben die man en ik regelmatig met elkaar in de clinch gelegen. Ik ben er tot op heden niet in geslaagd mijn waakzaamheid tegenover hem te laten varen. Ben altijd op mijn qui vive met hem. Dus het was in die zin een uitdaging om met hem te moeten samenwerken in deze droom.

Het beknelde wezen had het uiterlijk en de maten als die van een dwerg. De buis was te smal voor de hand van mijn partner, maar mijn hand was een stukje kleiner en paste er wel in. Dus reikte ik naar binnen en met wat hindernissen, bevrijdde ik het kleine creatuurtje.

Ik gaf het kleine wezentje aan mijn partner. Ergens wist ik dat hij moest wegrennen met dit wezen en hem zo in veiligheid brengen. Ver weg zou hij immers vrij zijn en veilig.

In eerste instantie zei deze droom me niets. Ik kon er geen chocolade van maken. Tot mijn man me vroeg wat dit zei over mij. Voor welke kwaliteit weigerde ik mijn partner (in de droom) erkenning te geven? Welke kwaliteit had ik niet willen zien in hem en gaf ik hem nu terug, in de vorm van dat kleine wezen, zodat hij er mee vandoor kon gaan. Anders gezegd: wat had ik op deze man geprojecteerd dat ik nu wilde opheffen?

Beng!

Ik zei: “Het voelt alsof dat klopt.” Niet op een verstandelijke manier. Helemaal niet. Er waren geen gedachten of analyses op dat moment. Zulks had niet plaatsgevonden.

Het was alsof mijn lichaam een echo liet klinken van die “Beng”, alsof in die vragen erkenning van de waarheid verankerd lag. Ik voelde een brok in mijn keel opkomen voor ik antwoordde: “Ik nam het hem kwalijk dat hij niet het vermogen leek te hebben om simpelweg te “zijn”. Ik zag hoe ik die man al afgeschreven had wat dat betreft: hij zou nooit samen met mij in het-hier-en-nu aanwezig kunnen zijn en we zouden nooit een lucht-je-hart gesprek voeren. Ik voelde tranen over mijn wangen druppen en daarna spijt.

Het kleine wezen in mijn droom was als een entkristal van ‘aanwezig zijn’ dat ik nu terug gaf aan die man, terwijl ik mijn kleingeestige projectie introk.

Toen doemde er een panorama op met een kring van mensen die ik onbewust had afgedaan als mensen die niet bij machte leken gewoonweg te “zijn”. Ik zag hoe vaak ik de etiketten “in slaap”, “onbewust” en “onwetend” gemakshalve op verschillende mensen plakte waar ik van hield.

Beng!

Ik voelde het schaamrood mijn wangen kleuren en dat greep me naar de strot. Ik zat daar, met mijn vingers masseerde ik mijn keel. Er was niets aan te doen, deze ervaring moest eerst gekauwd en verteerd worden; bij die galerij van portretten voelen hoe het was om al die mensen al lang en breed afgeschreven te hebben.

Uiteindelijk loste de strakke band op en de dingen kwamen in rustiger vaarwater. Het kalmeerde, als ware.

Ik had mijn lesje geleerd. Eentje over de wijze waarop ik mezelf had gedistantieerd van juist die mensen die ik het meest liefhad. Een lesje over hoe ik een tegenstelling tussen superieur-en-inferieur-zijn in het leven had geroepen. En hoe veel pijn het me deed om dat te doen. Mijn lichaam vertelde me dat.

Waar ik mee wil zeggen dat mijn lichaam tegen me “praat” en dat er dan misschien woorden kunnen opkomen die meer inzichtelijk dan analytisch van aard zijn.

Zie wat het je te bieden heeft deze grondige gids in jezelf te voelen en van binnenuit aan te raken!

Op zondagmiddag

Door Fiona Robertson, vertaald door Pleun Vermaas.

De wereld is in mij

Allicht kan ik dit toch niet zijn?
Allicht heb ik daar het recht niet toe?
Ik moet worden gekortwiekt, ingeperkt en vernederd

ik was dor, toch draag ik nu vrucht
was verdwaald, toch nu gevonden

ik sloot mezelf op
ik probeerde het binnenskamers te houden
ik probeerde het buitenskamers te houden
ik dacht dat ik het niet had
ik dacht dat ik God niet was
ik zag niet dat ik al piccobello was
en had constant het idee dat er nog wat dingen gedaan moesten worden
het kon niet hier zijn, of dit zijn
het kon niet nu zijn

gemis op gemis,
verdriet op verdriet
ik was onaf, tekort gedaan
lag daar maar met de grond gelijk gemaakt
ontwricht

De poortwachter, die waakzame:
verdelend, begrenzend, inperkend,
controlerend, vasthoudend, bang –
‘n doodsbange zielloze, eigenlijk –
vond zo’n veiligheid binnen restrictie
zo veilig binnen grenzen
onbeperkte vrijheid die het verstand te boven gaat
maar verdwaald en gevonden waren nooit echt van elkaar gescheiden

Elkander:
wat een liefde in dat woord
de innige omhelzing waarvan we denken dat we die kwijt zijn
de innig omhelzing die ons nooit verlaten heeft

In ons gebroken zijn ligt ons al-heel zijn
in onze kwetsbaarheid ligt onze kracht
we worden gevormd door ons tenietdoen
In elkaars armen vallend
rijker dan voordien want er is geen ander
dat is gezien

En nu dan? We vragen ons af Wat nu?
Geen eind en geen begin
Voorwaar, levendigheid, intimiteit, gezegende rust

Een voorbeeld van de Panorama Inquiry; dialoog tussen Kevin en Scott

Door Scott Kiloby, vertaald door Pleun Vermaas.

Kevin:
Ik haat autoriteiten. Ik vind het niet leuk als mensen mij vertellen wat ik moet doen, of me ongevraagd advies geven over wat het beste voor me zou zijn. Ik haat hoe ze doen alsof ze de waarheid in pacht hebben over alles. Mijn missie is dat ik al dat soort mensen laat inzien hoe gestoord en arrogant ze wel niet zijn! 

Scott:
Stel jezelf voor dat je in het midden van een cirkel staat, waarbij al die autoriteiten uit jouw leven om je heen staan.

Kevin:
Ik zie mijn vader, mijn directeur van de middelbare school, mijn baas, bepaalde politici, een spirituele leraar die ik een tijdje heb gevolgd, en mijn beste vriend, zo een type van ik-weet-het-allemaal-wel. Eh, eens even kijken, wie nog meer? Oh ja – ik zie jou, Scott. Ik voel hetzelfde verzet tegen jou, omdat jij gelooft dat deze inquiry me de waarheid kan laten zien. 

Scott:
[lachend] Ziet ernaar uit dat je nogal wat autoritaire figuren aantrekt!

Kevin:
Dat doe ik niet. Het is niet zo dat ik ze aantrek of zo. Ze zijn er gewoon. Ik wil ze graag laten inzien hoe arrogant ze wel niet zijn. 

Scott:
Kijk de cirkel rond, tot je een trigger voelt. Stop daar dan. 

Kevin:
Ik ben al getriggerd. Mijn vader komt het meest naar voren. Hij valt op.

Scott:
Welk zelf dat tekortschiet reflecteert hij naar jou? Benoem dat. 

Kevin:
Ik denk niet dat ik tekortschiet. Hij probeerde me gewoon onder de duim te houden en hij dacht dat hij wist wat het beste voor me was. 

Scott:
Hoe voelde je je over jezelf toen hij dat deed?

Kevin:
Klein en zwak.

Scott:

Kijk, daar is het zelf dat tekortschiet. 

Kevin:
Bah! Oké. 

Scott:
Vind dat zelf. Kijk of je dat kleine en zwakke jongetje kan vinden. Zijn de woorden ‘ik voel me klein en zwak’ dat jongetje dat tekortschiet?

Kevin:
Ik voel een soort strakke band om mijn borst zitten. 

Scott:
Is dat dan een ja?

Kevin:
Ja!

Scott:
Zijn de woorden: ‘ik voel een soort strakke band om mijn borst zitten’ dat kleine en zwakke jongetje?

Kevin:
Nee.

Scott:
Laat die woorden vervagen. Merk ze gewoon op en laat ze dan gaan. Voel de energie in je borst, zonder die te benoemen. Blijf er even mee zitten. Geef jezelf alle tijd die je nodig hebt. Laat het me weten als je die energie kunt voelen, zonder haar te benoemen.  

Kevin:
[stilzwijgend voor 30 seconden] Ja, ik voel het.

Scott:
Is die energie de kleine en zwakke jongen? Ben jij dat, degene die tekortschiet? 

Kevin:
Nee, het vervaagt alweer. 

Scott:
Kijk naar het gezicht van je vader. Is dat mentale plaatje de kleine en zwakke jongen?

Kevin:
Nee.

Scott:
Hoe zit het met de woorden ‘Hij probeerde me onder de duim te houden’? Ben jij dat?

Kevin:
Als ik niet het beeld van zijn gezicht bij deze woorden zet en ik alleen maar de woorden zie, dan … nee. Dat ben ik niet.

Scott:
En als je denkt aan een herinnering aan je vader? Hoe hij je onder de duim wilde houden of je vertelde hoe je jouw leven moest leven? Kun je dat voor je zien? Ben jij die herinnering?

Kevin:
Ja, dat ben ik. Ik voel de drukkende band weer en er zit ook angst bij. 

Scott:
Je hoeft alleen maar te zitten en naar dat plaatje te kijken, zonder het te interpreteren. Kijk hoe het verdwijnt. Voel de energie in je lichaam, zonder woorden en beelden. Ben jij deze energie? Jij, de zwakke en kleine jongen? 

Kevin:
Toen ik het plaatje liet gaan, gleed de drukkende spanning van me af. 

Scott:
Neem even de tijd en ontspan je. Merk op dat je het vermogen hebt om gewaar te zijn. Onderzoek je onmiddellijke ervaring. Scan de ruimte binnenin je lichaam. Kijk overal, zoals een kind doet wanneer hij op zoek is naar de paaseieren van de Paashaas. Het ei dat je zoekt is de kleine, zwakke jongen. Kun je hem vinden?

Kevin:
Nee, ik kan hem niet vinden. En ik kan het mijn vader eigenlijk meteen vergeven. Ik zie in dat hij ook een eigen verhaal had. 

Scott:
Maak je cirkel weer. Kijk rond tot het moment dat je getriggerd wordt.

Kevin:
Ik zie politici. Ik zie mezelf naar hen kijken op t.v. en ze doen alsof ze de volmacht hebben over ons allemaal.

Scott:
Zijn de woorden: ‘Politici doen alsof ze de volmacht hebben over ons allemaal’ jou; jij de kleine en zwakke jongen?

Kevin:
Nee, ik ben niet die woorden. En dat plaatje is alweer weg. Nu zie ik mijn spirituele leraar. Hij gedroeg zich als zo’n echt Guru-type. Hij dacht dat hij de waarheid in pacht had. Als iemand het oneens was met hem, werd die persoon als onbelangrijk bestempeld.

Scott:
Dus je voelde je onbelangrijk?

Kevin:
Ja.

Scott:
Zie je het patroon al?

Kevin:
Ja. ‘Onbelangrijk’ betekent klein en zwak. 

Scott:
‘Hij dacht dat hij de waarheid in pacht had.’ Ben jij die woorden? Jij, die klein en zwak bent?

Kevin:
Nee, dat is een idee. Ik weet dat. Toch voel ik nog angst in mijn borst. 

Scott:
Laat het idee voor wat het is en voel de energie. Ben jij die energie?

Kevin:
Ja, deze angst voelt als mij. 

Scott:
Ben jij het woord ‘angst’?

Kevin:
Nee, maar ik ben wel de energie.

Scott:
Dat betekent gewoon dat er nog woorden en beelden opkomen. Welke zijn dat?

Kevin:
Het is een plaatje in mijn borst; lijkt op een zwart gat.

Scott:
Kijk rechtstreeks naar dat plaatje. Ben jij dat beeld? Jij, de kleine, zwakke jongen?

Kevin:
Ja, dat ben ik. 

Scott:
Ben jij de woorden ‘dat ben ik’? Jij, de kleine, zwakke jongen?

Kevin:
Interessant. Nee, ik zie dat het een gedachte is. Dat ben ik niet. 

Scott:
Als je geen belang hecht aan de gedachte ‘dat ben ik’, is dan het beeld van dat zwarte gat een beeld van jou?

Kevin:
Nee. En nu valt het uit elkaar, zie ik.

Scott:
Blijf er lichtjes naar kijken, zonder te omschrijven wat het voor jou betekent. Kijk hoe het vanzelf verandert en transformeert. Waar verandert het in?

Kevin:
In een beeld van een vuist in mijn maag en een gevoel van woede.

Scott:
Ben jij dat beeld van die vuist in je maag? Jij,de kleine, zwakke jongen?

Kevin:
Nee, het valt weg. Nu voel ik alleen nog die kokende woede. 

Scott:
Laat die maar koken, maar zonder woorden en beelden erbij.

Kevin:
Ik zag het opkomen, als energie. En nu heeft het me losgelaten en …  het verandert in … rust. 

Scott:
Kijk weer naar je spirituele leraar. Triggert dat je?

Kevin:
Ja, maar ik bekijk alleen die gedachte. Nee, dat ben ik niet. Dat is niet de zwakke, kleine jongen. Het is alleen maar een plaatje van mij en de rest van de klas die om de leraar heen zit. Er zit geen lading op. 

Scott:
Kijk de cirkel nog een keer rond.

Kevin:
Ik zie jou hier nu en voel een kleine reactie. Maar om dat gevoel gewoon te voelen, als een pure fysieke sensatie, is bevrijdend. Ik zie je niet als een autoritaire figuur. Je vertelt me niet wat waar is. Je helpt me gewoon met het kijken naar mijn eigen overtuigingen. 

Scott:
Kijk de cirkel rond. 

Kevin:
Ik zie mijn vader en mijn spirituele leraar, maar ze lijken helemaal oké zoals ze zijn nu. Ik voel geen agressie naar hen. Maar ik zie Mark, mijn beste vriend, die weetal. Ik houd van die jongen, maar soms ben ik zo pissig op hem. 

Scott:
Ben jij de woorden ‘Mark, die weetal’?

Kevin:
Nee. En ik kan zien dat ik ook niet de woorden ‘soms ben ik zo pissig op hem’ ben; ik de kleine, zwakke jongen.

Scott:
Kun je die kleine, zwakke jongen vinden?

Kevin:
Nee, die is nergens te vinden. Verdomd.

Scott:
Kijk de cirkel nog eens rond. Hoe zien de anderen er nu uit? Al die autoritaire figuren?

Kevin:
Er is helemaal niets mis met hen. 

Scott:
In hoeverre voelde je je rustig toen je steeds probeerde die mensen te laten inzien hoe arrogant ze wel niet waren met hun maniertjes?

Kevin:
Ik voelde me niet alleen niet rustig, ik kon ze ook niet veranderen. Zij bleven toch zeggen wat ze wilden zeggen, deden hun ding zoals altijd al. En ik bleef me maar opfokken. Dus ik vocht en ik vocht maar.

Scott:
Maar het leidde nergens toe. 

Kevin:
Misschien heb ik een of twee mensen enigszins veranderd tijdens mijn levenswandel, door steeds weer te ventileren dat ik tegen autoriteit was. Maar over het algemeen: nee, het leidde nergens toe. Er is voornamelijk veel schade berokkend.

Scott:
Zie je hoe relaties harmoniseren, als je stopt je te richten op anderen? En in plaats daarvan de focus bij jezelf houdt en dat zelf, dat tekortschiet, probeert te vinden?

Kevin:
Ja! Oh, mijn God, ja! Het voelt alsof ik een leven lang in een nachtmerrie heb gezeten en nu pas wakker word.

Scott:
Bekijk de cirkel nog één keer. Voel je een trigger?

Kevin:
Nee, helemaal niet.

Scott:
Je hoeft er alleen maar aan te denken deze inquiry te doen als je weer getriggerd wordt. 

Kevin:
Zal ik doen. Ik wil mezelf dit niet meer aandoen.

Scott:
Het is geweldig dat je inziet dat je dit jezelf aandoet. Wanneer je je eigen rommel opruimt, dan ziet ieder ander er vanzelf ook opgeruimd en frisser uit.

Kevin:
Vlekkeloos! [gelach] Er was maar één vlek, ikzelf, die er tussenin zit en een puinhoop van iedere relatie maak. Maar wacht! Betekent dit dat alle meningen slecht zijn? En dat ik nooit meer voor mijn mening mag uitkomen? Bedoel je dat? 

Scott:
Nee, dat bedoel ik niet. Je kunt altijd voor je mening uitkomen. We leren allemaal van elkaar en we beïnvloeden elkaar in een relatie. Je zult misschien ontdekken dat je stem komt vanuit een meer  authentiek, eerlijkere plek, als je eenmaal hebt gezien dat je niet een jongen bent die tekortschiet.

Kevin:
Het is helder als kristal. Ik kan ook zien dat mensen niet veel te verwijten valt, als ik me niet zwak en klein voel.

 

Uit Scott’s boek: “The Unfindable Inquiry: One Simple Tool to Overcome Feelings of Unworthiness and Find Inner Peace”

The Unfindable Inquiry is als paperback of als e-book verkrijgbaar bij bol.com.