Home » Blog » pesten

Tag: pesten

Uit de patstelling van pesten; een stappenplan voor alle betrokkenen

Door Hanneke Geraeds-de Vries.

Pesten is een groot maatschappelijk probleem. Onder jongeren komt pesten het meest voor op school, maar ook digitaal pesten vindt steeds vaker plaats (NJI, 2016, 2017). Ook volwassenen worden gepest; op het werk (FNV, 2018), in de buurt of in het verzorgingstehuis (Rickandie, 2011). De gevolgen van pesten kunnen zeer ernstig zijn, zowel op korte als op lange termijn (Kolstein, 2006; Reijntjes, 2010) en voor alle betrokkenen (Goossens, 2012, p. 30; Nishina, 2005). Het in dit artikel beschreven zevenstappenplan op basis van de Living Inquiries (Scott Kiloby) laat zien welke stappen jij kunt nemen als je last hebt van pesten.

De huidig aanpak op scholen richt zich vooral op het inzetten van gedragscodes, sociale vaardigheidstrainingen, extra surveillance, disciplinerende maat- regelen en cognitieve gedragstherapeutische benaderingen (Goossens, 2012, pp. 145-220; Yabko, 2013, p. 3). Met andere woorden: zorg dat je het juiste gedrag vertoont anders word je gestraft, ofwel door de leerkracht ofwel door de pestkop.

Betrokkenen bij een pestsituatie weten wel wat ze zouden moeten doen en willen het ook, maar lijken bij een confrontatie telkens weer te vervallen in reflexmatige reacties en gewoontes (Yabko, 2013). De huidige aanpak lijkt de betrokkenen onvoldoende handvatten te bieden om dit te veranderen (Androu, 2007).

Weet jij wel wat je zou moeten doen als je met pesten geconfronteerd wordt, maar reageer je altijd op dezelfde, niet-helpende manier? Dan kan dit zevenstappenplan behulpzaam zijn; of je nu gepest wordt, pest, meeloopt met de pester, een omstander bent, ouder bent of broer of zus, in vertrouwen genomen bent of de verantwoordelijkheid hebt over de groep waarin gepest wordt.

Als je handelt vanuit welbevinden, ook wel natuurlijke rust (Kiloby) of mindfulness (Kabat-Zinn, 2005), dan volgt de juiste actie op een natuurlijke manier en in harmonie met jezelf en met je omgeving (Dameron, 2015; Garofolo, 2012; Schonert-Reichl, 2015). De Living Inquiries van Scott Kiloby vormen een (zelf)onderzoeksmethode waarop het zevenstappenplan uit dit artikel gebaseerd is.


Last
Wie je ook bent, hoe je situatie ook is en welke rol je ook in de pestsituatie hebt, de last die jij ervaart bestaat uit wat je voelt en denkt. Dat wat je voelt zijn fysieke sensaties. Dat wat je denkt zijn woorden of beelden. Ga maar na. Denk eens terug aan een keer dat je last had van pesten. Zie je de situatie voor je? Misschien zijn er ook nog woorden die je hoort in je gedachten? Ontdek de fysieke sensatie(s) die gepaard gaan met deze beelden en/ of woorden. Voel je dat de fysieke sensatie opkomt zodra je aan die situatie denkt? Het lijkt of het gevoel vastgeklit zit aan de gedachten. Scott Kiloby noemt dit het ‘Velcro-effect’ (letterlijk: het klittenbandeffect): woorden (zwarte Bunchems), beelden (groene Bunchems) en/of fysieke sensaties (rode Bunchems) (Zie foto hierboven). Het aan elkaar klitten van deze elementen maakt dat je het als last ervaart. Om van de last af te komen is het dus zaak om dit kliteffect ongedaan te maken door elk onderdeeltje apart: 1. vast te pakken, 2. te isoleren van de rest en 3. het te laten verdwijnen, zodat het niet opnieuw gaat klitten.


Zevenstappenplan

Stap 1. Waar heb ik last van?
Wanneer had je voor het laatst last van pesten? Hoe verschijnt dat nu aan je: zijn het woorden, beelden of fysieke sensaties, of een combinatie (kliteffect)? Het is mogelijk om op een voor jou geschikt moment aan de last te werken. Je bent dus niet per se aangewezen op het moment van de confrontatie zelf.

Stap 2. Wat vraagt nu de meeste aandacht?
Als fysieke sensaties de boventoon voeren ga je na waar je precies de fysieke sensatie in je lichaam voelt. Voel je het op een plek, of op meerdere plekken? Als het er meerdere zijn, voel dan welke het meest om aandacht vraagt. Zijn ze gelijkwaardig, neem ze dan samen als uitgangspunt. Kun je niet meteen aanwijzen waar in je lichaam je het voelt, vraag je dan af of je het over je hele lichaam voelt. Zo ja, dan neem je deze fysieke sensatie als uitgangspunt. Zo nee, scan dan je lichaam al voelend van je hoofd langzaam naar beneden, net zo lang totdat je de fysieke sensatie tegenkomt. Zodra je de fysieke sensatie gelokaliseerd hebt, geef je er een cijfer aan tussen de 0 en de 10. 0 Betekent dat je helemaal niets voelt, 10 dat het bijna niet te hebben is. Schrijf het eventueel op. Zo kun je bijhouden of de fysieke sensatie verbetert en verdwijnt.

Stap 3. Rust er natuurlijk mee

1. Vastpakken
Vervolgens raak je de fysieke sensatie als het ware van binnen aan: Voelt de fysieke sensatie hard of zacht? Voelt het geconcentreerd op een plek of verspreid over een groter gebied? Voel je het continu of wordt het onderbroken? Voelt het warm of koud? Wat valt je nog meer op aan deze fysieke sensatie? Verzeker jezelf ervan dat je steeds alleen maar blijft voelen. Soms verschijnen er heel subtiel beelden bij, bijvoorbeeld van de locatie van het gevoel. Is dit het geval, bekijk het beeld even en ga dan weer van kijken naar voelen. Eventueel kun je het tekenen of ergens noteren voor een later zelfonderzoek.
Als er zich beelden aan je opdringen ga je na of het beeld stilstaand is, zoals bij een foto. Of bewegen ze als in een film? Al naar gelang wat er verschijnt, kijk je ernaar alsof je naar een foto of een fotocollage kijkt aan de muur of een film in de bioscoop of op televisie: merk de verschillende kleuren en de verschillende vormen op.
Zie je woorden, ga dan met je aandacht naar de letters. Zijn ze getypt of handgeschreven? Zijn het blokletters of niet? Hoor je woorden? Luister dan aandachtig of ze hard of zachtjes klinken. Wat is de toon waarop het gezegd wordt (vriendelijk, gemeen)? Is de toonhoogte hoog of laag? Wiens stem is het eigenlijk?

2. Isoleren
Tast al voelend, kijkend of luisterend de grens af van de fysieke sensatie, beelden of woorden. Waar beginnen ze, waar eindigen ze? Zijn er ook tussengrenzen?
Merk de verschillen op tussen het voelen van de fysieke sensatie en hoe het daarbuiten voelt; tussen wat je ziet als je naar het beeld of letter kijkt en daarbuiten; tussen het horen van woord(en) en ze niet meer horen.


Stap 4. Gaat het weg?

3. Verdwijnen
Bekijk, beluister of bevoel het en volg wat ermee gebeurt. Het is heel belangrijk dat je alleen maar volgt. Soms willen we dat iets weggaat of dat het verandert, en soms juist dat het blijft. Als dit gebeurt, merk dan op dat dit ook weer gedachten zijn; woorden en/of beelden dus. Neem ze waar en verplaats dan je aandacht weer terug naar datgene waar je mee bezig was, voordat deze extra woorden en/of beelden opdoken.
Benader het alsof je het voor de eerste keer ontdekt. En misschien is het ook de eerste keer dat je het op zo’n manier de volle aandacht geeft. De kans is groot dat er dan ook echt wat te ontdekken valt. Je doet er dus niks mee, alleen maar kijken, luisteren of voelen. Wat gebeurt er? Verdwijnt het? Zo ja, ga dan terug naar stap 1 en check of er nu nog iets is waar je last van hebt. Zo ja, doorloop hiermee dan het proces opnieuw.
Verdwijnt het niet, ga dan naar stap 5.


Stap 5. Verandert het?
Als het verandert, dan zijn er andere fysieke sensaties, woorden of beelden die we moeten isoleren. Ga weer naar stap 2 en onderzoek deze verandering.
Is dit niet het geval, ga dan verder bij stap 6.


Stap 6. Is het eng?
Is het eng of vormt het een dreiging? Dan zijn er andere fysieke sensaties, woorden of beelden die we moeten isoleren. Ga weer naar stap 2 en onderzoek deze dreiging.
Zo nee, ga dan verder bij stap 7.


Stap 7. Laat het me iets doen?
Check of je de neiging hebt om iets te gaan doen of juist iets te laten.
Zo nee, ga dan weer naar stap 2 en onderzoek datgene dat nu om aandacht vraagt.
Is dat wel het geval, onderzoek dan waar die neiging nu precies vandaan komt en diep dit antwoord uit door weer naar stap 2 te gaan.

Door op deze manier de drie onderdelen van de last volledige aandacht te geven, er op een natuurlijke manier mee te rusten, vermindert deze last. De klittenbal raakt ontklit. Als je de volgende keer in een vergelijkbare pestsituatie komt, word je er minder of niet meer door gehinderd. Concreet betekent dit dat je minder of niet meer automatisch overgaat tot het oude, onwenselijke gedragspatroon, dat niet helpend is in de pestsituatie.
Het uitblijven van dit reflexmatige gedragspatroon biedt ruimte voor creatieve mogelijkheden en oplossingen. Je ervaart dan meer keuzevrijheid. Misschien maak je gebruik van de aangeleerde gedragsregels. Misschien ontstaat er wel een uniek en creatief antwoord op de pestsituatie dat door zijn originaliteit veel meer indruk maakt en mogelijk anderen inspireert.


Voordeel
Zolang er op een dieper niveau een klittenbal van woorden, beelden en fysieke sensaties aan blijft zetten tot reflex- en patroonmatig gedrag, is elke gevraagde gedragsverandering een brug te ver (Nie, 2016) (nl.wikipedia.org/wiki/Amygdala, n.d.). Het zevenstappenmodel gebaseerd op de Living Inquiries maakt dit kliteffect ongedaan. De betrokkenen in een pestsituatie kunnen zich dan weer vrij bewegen, denken en uiten. Zo zijn ze wel in staat het geleerde toe te passen of zelfs met een creatieve, mooiere oplossing te komen.


Nadeel
Het is in het begin onwennig en het vraagt een zekere moed om aan te kijken en te voelen wat je een groot deel van je leven uit de weg bent gegaan. Je kunt het vergelijken met een spier die nog getraind moet worden. Het kan saai lijken en kost tijd. Maar ditzelfde kan gezegd worden van het trainen voor een marathon.


Conclusie
Blijven doen wat onvoldoende werkt is geen optie zolang de gevolgen van pesten zo ernstig zijn. Laten we ieder onze eigen verantwoordelijkheid nemen, als gepeste, pester, meeloper, omstander, gezinslid, vertrouwenspersoon of groepsverantwoordelijke. Vergeet niet dat wijzelf last hebben van de situatie. Wij zijn zelf de enigen die aan deze last, en dus ons eigen welzijn, kunnen werken. Als we dan weer in een pestsituatie terechtkomen, kunnen wij vrij op onze unieke en eigen manier wel tot adequate actie komen (Napoli, 2005; Wisner, 2010). We hebben geen last meer en het pesten is aangepakt: een winwinsituatie.

Hanneke Geraeds-de Vries is zelfstandig gevestigd, en werkt als facilitator Living Inquiries en (stress)coach. Met behulp van de Living Inquiries biedt zij begeleiding aan cliënten, zowel volwassenen als kinderen, die gebukt gaan onder stress of last hebben van pesten.  Voor meer info zie: www.Stress2Balance.nl.

Pesten; gefaciliteerd door Scott Kiloby

Door Scott Kiloby; vertaald door Hanneke Geraeds-de Vries.  

Werner:
Ik word zo’n beetje elke dag gepest op mijn werk. Ik sta op het punt om er gewoon mee te kappen. Ik kan het niet meer aan. In mijn fantasie zag ik mezelf zelfs geweldadig worden op een dag: ik kwam aan op mijn werk en zette ze even allemaal op hun plaats.

Scott:
Kan je werkgever iets doen om dit pesten aan te pakken?

Werner:
Mijn directe leidinggevende pest me ook, samen met mijn collega’s. Ze praten allemaal over mij achter mijn rug om en ze maken me belachelijk waar ik bij sta; ze zeggen bijvoorbeeld: “Werner de trage leerling”; omdat ik veel vragen stel tijdens vergaderingen.

Scott:
Stel je een cirkel voor met jezelf in het midden. Om je heen zit iedereen van je werk die je pest. Gebruik ze als een soort spiegel: als je zo naar deze mensen kijkt, hoe denk je dan over jezelf?

Werner:
Ik begin te geloven dat ik ben waar ze me voor uitschelden.

Scott:
Wil je me een paar van die andere scheldwoorden noemen?

Werner:
Het ergste is “rotkop”, omdat ik lelijk ben.

Scott:
Ik zie dat dit is wat zij je noemen. Hoe zie je jezelf? Benoem het. Als je deze gedachten bij jezelf waarneemt, wat vertellen ze je over wat jij denkt wie je echt bent?

Werner:
Een sukkel die niet goed genoeg is.

Scott:
Ik weet dat dit is wat je gedachten je vertellen, maar als je echt een sukkel bent die niet goed genoeg is, dan moeten we die toch kunnen vinden, niet?

Werner:
Ja.

Scott:
Laten we eens proberen om jou te vinden.

Werner:
Oké…

Scott:
Ga maar lekker zitten op je stoel en ontspan je. Haal een paar keer diep adem. Merk dan op dat er in je hoofd gedachten opkomen en weer verdwijnen.

Werner:
Ik zie het.

Scott:
Kijk eens naar de woorden “een sukkel die niet goed genoeg is” en kijk er rechtstreeks naar, zonder er andere woorden aan toe te voegen. Misschien helpt het om je deze woorden voor te stellen in een fotolijstje in je verbeelding. Ben jij deze woorden?

Werner:
Zeker weten.

Scott:
Wat voel je in je lichaam als je gelooft dat jij deze woorden bent?

Werner:
Heel verdrietig.

Scott:
Oké. Stel je de woorden “ik ben heel verdrietig” voor in een fotolijstje in je verbeelding. Ben jij deze woorden; jij, de sukkel die niet goed genoeg is?

Werner:
Ja, al die woorden voelen als mij. Ze komen te dicht bij, begrijp je? Ik kan ze niet zien als alleen maar woorden.

Scott:
Oké. Neem deze pen en dit papier en schrijf de woorden op “Ik ben een sukkel die niet goed genoeg is.”

Werner:
[schrijft de woorden op] Oké.

Scott:
Kijk nu rechtstreeks naar deze woorden op papier. Ben jij deze woorden?

Werner:
Ik ervaar nu ietsje meer afstand als ik ze zo op papier zie staan. Maar ik moet toch “ja” zeggen omdat ik verdriet in me op voel komen als ik ze lees.

Scott:
Kun je dat in je lichaam voelen, als een wolk van energie als het ware? Denk er niet over na. Gewoon voelen.

Werner:
Ja.

Scott:
Ben jij die energie; jij, de sukkel die niet goed genoeg is?

Werner:
Het is alleen maar een ongemakkelijk gevoel.

Scott:
Schrijf die woorden op: “Het is alleen maar een ongemakkelijk gevoel.” Ben jij deze woorden op papier; jij, de sukkel die niet goed genoeg is?

Werner:
Als ik naar die woorden op papier kijk, dan moet ik zeggen: “nee”.

Scott:
Oké. Ga nu voorzichtig met je aandacht naar de fysieke sensatie van het gevoel, zonder er woorden aan te geven. Neem je tijd. Ontspan in dat gewaarzijn. Is dat gevoel, die fysieke sensatie op zich, de sukkel die niet goed genoeg is?

Werner:
Ja, dat lijkt zo.

Scott:
Schrijf die woorden op “Ja, dat lijkt zo.” Ben jij deze woorden?

Werner:
Nee.

Scott:
Ervaar die fysieke sensatie nu weer, zonder er zelfs deze woorden aan te geven. Ben jij dit gevoel, deze fysieke sensatie? Druk het gevoel niet weg, maar raak het als het ware zachtjes aan met je innerlijke tastzin. Voel de fysieke sensatie van binnenuit, zonder ideeën erover.

Werner:
Nee, dat ben ik niet; ik, de sukkel.

Scott:
Haal je nu een beeld voor ogen, een herinnering, van een keer dat je pas geleden gepest werd op het werk. Zie je dat voor je?

Werner:
Ja.

Scott:
Ontspan en kijk rechtstreeks naar dit beeld. Ben jij dat? Het antwoord is “ja” als je lichaam op de een of andere manier erop reageert. Het is “nee” als je lichaam niet reageert.

Werner:
Ja; onmiddellijke boosheid.

Scott:
Schrijf die woorden op: “onmiddellijke boosheid”. Ben jij deze woorden; jij, de sukkel die niet goed genoeg is?

Werner:
[zit even in stilte] Nee … ha ha! Het is alleen maar energie die eigenlijk best aangenaam is als ik die er gewoon laat zijn zoals die is.

Scott:
Kijk nu nog eens terug naar dat beeld van toen je gepest werd op je werk. Ben jij dat beeld?

Werner:
Ik weet het niet. Het heeft nog steeds wat lading.

Scott:
Oké. Het enige wat je hoeft te doen als er lading op zit, is “ja” zeggen.

Werner:
Ja.

Scott:
Als woorden of beelden voelen als jou, de sukkel die niet goed genoeg is, dan betekent dit dat het lijkt alsof de woorden of beelden vastzitten aan emoties of fysieke sensaties. Dat is het Velcro-effect. Weet je wat Velcro is?

Werner:
Ja, ik heb Velcro [Velcro is klittenband.] op mijn halterbank thuis. Ik gebruik het om mijn handen vast te klitten aan de halter. Ja, ik zie het Velcro-effect tussen mijn gedachten en emoties.

Scott:
Door dat Velcro-effect treedt er zelfidentificatie op. Zie je dat?

Werner:
Ja.

Scott:
Lijkt het alsof het mentale beeld van gepest worden vastzit aan het gevoel van boosheid?

Werner:
Ja.

Scott:
Soms, als het Velcro-effect optreedt, is er een subtiel, mentaal beeld van een gedeelte van het lichaam of van een of andere vorm rond dit gevoel. Zie je zo’n beeld?

Werner:
Ja. Ik zie een bundel stalen staven bij het gevoel.

Scott:
Ontspan en kijk rechtstreeks naar die mentale foto van stalen staven. Ben jij dat beeld; jij, de sukkel die niet goed genoeg is?

Werner:
Hmmm… Ik weet het niet… nee, nu ik weer kijk, vervaagt die kleine jongen ook. Maar de woorden “je doet ook niets goed” komen op.

Scott:
Kijk rechtstreeks naar deze woorden. Ben jij deze woorden zelf; jij, de sukkel die niet goed genoeg is?

Werner:
Nee, het zijn gewoon woorden. Als ik er rechtstreeks naar kijk, zonder er meer woorden aan te geven, vervagen ze en de lading in mijn lichaam is ook vervaagd.

Scott:
Hoe zit het met het woord “rotkop”?

Werner:
Dat lijkt op mij te slaan. Ik voel weer verdriet.

Scott:
Blijf dit even voelen. Laat de energie er zijn zonder het te proberen te begrijpen of er een etiketje aan te geven. Stel jezelf dan de vraag of jij deze energie bent; jij, de lelijke sukkel. Neem de tijd.

Werner:
Nee, het is gewoon energie. Het voelt zo gezond om deze gevoelens op een natuurlijke manier te laten stromen!

Scott:
Kijk nog eens naar het woord “rotkop”. Ben jij dat woord op zich; jij, de sukkel die niet goed genoeg is?

Werner:
Alleen dat woord? Nee. Wauw, dit is interessant. Ik zie dit alles zo voor me oplossen.

Scott:
Hoe zit het met de woorden “Werner is een trage leerling”?

Werner:
Nee, ik ben die woorden niet. Ze lijken een of ander dom rijmpje. Eigenlijk best grappig nu.

Scott:
Als je je ontspant in gewaarzijn, kun je dan de sukkel vinden die niet goed genoeg is?

Werner:
[lachend] Nee, ik voel me alsof er een last van mijn schouders gevallen is. Ik voel me vrij. Maar… op de een of andere manier voelt het alsof de sukkel er nog steeds is, verborgen in de schaduw.

Scott:
Kijk naar de woorden “De sukkel is er nog steeds, verborgen in de schaduw.” Ben jij deze woorden op zich; jij, de sukkel?

Werner:
Nee.

Scott:
Zie je een of ander beeld van een sukkel die zich ergens verbergt in de schaduw?

Werner:
Ja. Ik zie een beeld waarin hij om de hoek kijkt, wachtend tot jij klaar bent, zodat hij weer tevoorschijn kan komen.

Scott:
Kijk naar die woorden. Ben jij deze woorden; jij, de sukkel die niet goed genoeg is?

Werner:
Nee, de woorden zijn niet de sukkel.

Scott:
Kijk naar dat beeld waarin die figuur om de hoek kijkt; maar kijk zonder woorden, welke dan ook. Ben jij dat beeld; jij, de sukkel die niet goed genoeg is?

Werner:
Nee. Het vervaagt nu…

Scott:
Kijk naar een beeld in de toekomst. Zie hoe je op je werk komt en gewelddadig bent naar al die mensen. Ben jij dat beeld? Ontspan en kijk rechtstreeks naar dat beeld. Neem alle tijd die je nodig hebt.

Werner:
Ha, nee. Dat is niet eens interessant nu. Dat is niet de sukkel.

Scott:
Blijf even rustig zitten, terwijl je gewaar bent. Je laat alles zoals het is. Of er nu wel of geen gedachten zijn, wel of geen gevoelens, kun je de sukkel vinden die niet goed genoeg is?

Werner:
[lachend] Nee! Het is verbazingwekkend hoe lang dat verhaal er geweest is. Ik geloofde het helemaal.

Scott:
Scan nu de cirkel van pestkoppen. Komt het gevoel dat jij een sukkel bent, die niet goed genoeg is, in je op?

Werner:
Nee. Eigenlijk is het gewoon een stelletje mannen op middelbare leeftijd.

Scott:
Zie je hoe je onmiddellijke vrijheid ervaarde, doordat je naar de wortel ging en op zoek ging naar het ontoereikende zelf?

Werner:
Absoluut!

Scott:
We blijven onszelf alleen maar zien als ontoereikend, zolang we niet goed kijken. We denken over onszelf in plaats van op zoek te gaan naar dat zelf.

Werner:
Ja, dat is me nu helemaal duidelijk. Ik richtte me vooral op hen, waardoor ik niet zag wat ik over mezelf geloofde. Van nu af aan, ga ik op zoek naar dat zelf in plaats van dit verhaal te geloven.

Uit Scott’s boek: “The Unfindable Inquiry: One Simple Tool to Overcome Feelings of Unworthiness and Find Inner Peace” 

The Unfindable Inquiry is als paperback of als e-book verkrijgbaar bij bol.com