Home » Blog » Melanie Balint Gray

Tag: Melanie Balint Gray

In plaats van het met mijn hoofd te begrijpen, voel ik hoe het mij aangrijpt…

Door Melanie Balint Gray, vertaald door Pleun Vermaas.

Soms droom ik. Meestal vertel ik mijn echtgenoot s’ morgens over mijn droom. Ik heb geleerd om te luisteren naar de woorden die mijn mond uit tuimelen als ik mijn droom beschrijf. Vaak zijn dit geen woorden die ik doorgaans gebruik. Het is alsof, door de droom, mijn onderbewuste verder gaat dan het gebruik van symbolen en op de een of andere manier ook via woorden met mij “praat”. En ik voel de woorden eigenlijk meer dan dat ik ernaar luister.

Ik richt mijn aandacht op hoe mijn lichaam van binnenuit reageert op elk gesproken woord. Is er een fysieke reactie of blijft het juist neutraal? Of het nu gaat om de woorden die ik gebruik bij het beschrijven van een droom of de woorden die mijn man zegt als hij me vragen stelt of andere invalshoeken aandraagt, ik ben haast alleen maar gericht op hoe mijn lichaam van binnen voelt en hoe het reageert op dit gesprek.

Vanmorgen werd ik wakker en in mijn droom nam ik samen met iemand uit mijn verleden deel aan een of andere wedstrijd of competitie om een wezen uit een verticale buis te halen. We moesten hem bevrijden omdat hij opgesloten zat in die buis. In het echt hebben die man en ik regelmatig met elkaar in de clinch gelegen. Ik ben er tot op heden niet in geslaagd mijn waakzaamheid tegenover hem te laten varen. Ben altijd op mijn qui vive met hem. Dus het was in die zin een uitdaging om met hem te moeten samenwerken in deze droom.

Het beknelde wezen had het uiterlijk en de maten als die van een dwerg. De buis was te smal voor de hand van mijn partner, maar mijn hand was een stukje kleiner en paste er wel in. Dus reikte ik naar binnen en met wat hindernissen, bevrijdde ik het kleine creatuurtje.

Ik gaf het kleine wezentje aan mijn partner. Ergens wist ik dat hij moest wegrennen met dit wezen en hem zo in veiligheid brengen. Ver weg zou hij immers vrij zijn en veilig.

In eerste instantie zei deze droom me niets. Ik kon er geen chocolade van maken. Tot mijn man me vroeg wat dit zei over mij. Voor welke kwaliteit weigerde ik mijn partner (in de droom) erkenning te geven? Welke kwaliteit had ik niet willen zien in hem en gaf ik hem nu terug, in de vorm van dat kleine wezen, zodat hij er mee vandoor kon gaan. Anders gezegd: wat had ik op deze man geprojecteerd dat ik nu wilde opheffen?

Beng!

Ik zei: “Het voelt alsof dat klopt.” Niet op een verstandelijke manier. Helemaal niet. Er waren geen gedachten of analyses op dat moment. Zulks had niet plaatsgevonden.

Het was alsof mijn lichaam een echo liet klinken van die “Beng”, alsof in die vragen erkenning van de waarheid verankerd lag. Ik voelde een brok in mijn keel opkomen voor ik antwoordde: “Ik nam het hem kwalijk dat hij niet het vermogen leek te hebben om simpelweg te “zijn”. Ik zag hoe ik die man al afgeschreven had wat dat betreft: hij zou nooit samen met mij in het-hier-en-nu aanwezig kunnen zijn en we zouden nooit een lucht-je-hart gesprek voeren. Ik voelde tranen over mijn wangen druppen en daarna spijt.

Het kleine wezen in mijn droom was als een entkristal van ‘aanwezig zijn’ dat ik nu terug gaf aan die man, terwijl ik mijn kleingeestige projectie introk.

Toen doemde er een panorama op met een kring van mensen die ik onbewust had afgedaan als mensen die niet bij machte leken gewoonweg te “zijn”. Ik zag hoe vaak ik de etiketten “in slaap”, “onbewust” en “onwetend” gemakshalve op verschillende mensen plakte waar ik van hield.

Beng!

Ik voelde het schaamrood mijn wangen kleuren en dat greep me naar de strot. Ik zat daar, met mijn vingers masseerde ik mijn keel. Er was niets aan te doen, deze ervaring moest eerst gekauwd en verteerd worden; bij die galerij van portretten voelen hoe het was om al die mensen al lang en breed afgeschreven te hebben.

Uiteindelijk loste de strakke band op en de dingen kwamen in rustiger vaarwater. Het kalmeerde, als ware.

Ik had mijn lesje geleerd. Eentje over de wijze waarop ik mezelf had gedistantieerd van juist die mensen die ik het meest liefhad. Een lesje over hoe ik een tegenstelling tussen superieur-en-inferieur-zijn in het leven had geroepen. En hoe veel pijn het me deed om dat te doen. Mijn lichaam vertelde me dat.

Waar ik mee wil zeggen dat mijn lichaam tegen me “praat” en dat er dan misschien woorden kunnen opkomen die meer inzichtelijk dan analytisch van aard zijn.

Zie wat het je te bieden heeft deze grondige gids in jezelf te voelen en van binnenuit aan te raken!

Spiegeltje, spiegeltje aan de wand, wie is het mooiste van het land?

Door Melanie Balint Gray, vertaald door Pleun Vermaas.

Spiegels zijn een groot stuk van mijn leven een vijand voor mij geweest. Of ik er nou inkeek om mijn tanden eens een goede flosbeurt te geven, met lipstick en mascara de boel een beetje op te pimpen of gewoon even de snelle hoofd-schouder-knie-en-teen check te doen voor ik de deur uitging, die dingetjes voelde vaak als het startschot voor enorme bakken zelfkritiek. Degene die in de spiegel keek (ik???) kon altijd wel IETS vinden dat mis was met dat beeld in de spiegel (was ik dat ook???) – een scheve tand, scherpere kraaienpootjes, dikke dijen, ballonkuiten; kortom een eindeloze lijst van al mijn tekortkomingen!!! Hetzelfde gold voor profielfoto’s, snapshots, videobeelden etc. Het oog dat al deze beelden aan een inspectie onderwierp was ALTIJD KRITISCH en de eindconclusie was dat de meid die erop te zien was simpelweg niet voldeed. Waaraan? Aan wie? Een of andere standaard die ik zelf overgenomen had. Hoe dan ook, het voelde in ieder geval beroerd.

En ik weet dat ik hier niet alleen in sta. Vele vrienden van me reageren hetzelfde als ze geconfronteerd worden met een eigen snapshot of foto. Ik zie het gebeuren: ze krimpen ineen of kijken meteen de andere kant op om hun gezicht maar niet te hoeven zien. Sommige biechtten op dat het zien van een eigen foto hen aan het huilen kon krijgen. Het is triest als je bedenkt hoe vele van ons, en niet enkel vrouwen, zo diep gevangen zitten in een veroordeling van ons lichaam, dat ons zo barmhartig door het leven draagt. Het is belachelijk te denken dat al die verschillende lijven kunnen voldoen aan de ‘ideale maten’. Maten die je aantreft in de bladen of advertenties.

Ik zie wel waar de vernietigende zelfkritiek op mijn eigen lichaam vandaan komt:

  • een onschuldige opmerking van mijn moeder, die met haar vinger wijst naar de vrouw aan de overkant en zegt dat zij er zo hip en slank uitziet;
  • sprookjes zoals Sneeuwwitje en alle andere sprookjes met prinsessen die benadrukken hoe belangrijk het is om fysiek mooi te zijn en daardoor iedereen die niet aan het gangbare schoonheidsideaal voldoet buitensluit;
  • Hollywood, het Amerikaans bastion; de filmwereld vol pracht en praal;
  • mijn vader die regelmatig zijn Army Air Corps dieet (biefstuk en een berg ijsbergsla met olie en azijn) uit de kast haalde om zijn taille wat aan te scherpen (en om een tijdje ‘droog’ te staan, geen alcohol te drinken)… (Bah, hoeveel diëten heb ik wel niet uitgeprobeerd?!);
  • mijn moeder die zich opgedoft heeft voor weer een ambassadeursfeestje en mij (haar kleine dochter, godbetert!) met een zorgelijk gezicht vraagt: “Lieverd, wat denk je? Zie ik er goed uit zo?” (Oh gut, volgens mij deed ik dat bij MIJN dochter net zo!!!);
  • willekeurige mensen die tegen me zeiden: “Oh, wat zie je er beeldig uit in die jurk!”;
  • mijn moeder, die zo bang was dat ze te dik was zoals ze ooit (alleen maar een beetje) als jongvolwassene is geweest, die haar angst naar buiten projecteerde en zich niet inliet met dikke mensen. Ze liep liever met een grote boog om hen heen.

De bovenstaande lijst invloeden geeft me inzicht. Eerst was ik alleen maar pissig en vol wrok; geschokt omdat ik als jonkie onderworpen werd aan zulke kortzichtige opvattingen. Op den duur, door gewoon te zitten in dat vat vol wrok en boosheid op iedereen die zo attent was om mij op die standpunten te attenderen, totdat ik alleen nog maar een spons van zelfhaat was, zag ik in dat ook zij waren geïndoctrineerd. Zij probeerden ook gewoon te voldoen aan het ideaalplaatje.

Dit gezien hebbende, zag ik dat dit het zoveelste voorbeeld was van het onbewust van generatie op generatie doorgeven van niet-onderzochte gedachten. Het werd me duidelijk dat ik deze erf-stok niet meer door wilde geven. Bij mij zou het stoppen. Maar hoe zou ik dat voor elkaar kunnen krijgen? Hoe kon ik deze valse spiegel laten barsten? Hoe te breken met deze haat jegens het lichaam, die zo’n gewoonte was geworden?

Ik besloot het volgende te doen: om mezelf te ontmoeten waar ik was, hier-en-nu, nog immer vol van zelfhaat en met een kritisch oog dat elke millimeter van mijn lijf met argusogen veroordeelde. Ik ontmoette mezelf eerst in de spiegel – een van mijn vertrouwde strijdtonelen. Dus ging ik onderzoeken. Ik keek en keek beter. Wat gebeurde er telkens als ik voor de spiegel stond? In het begin was het gewoon zeer a-relaxed. Het liefst wilde ik me supersnel omdraaien en weglopen, zodat ik die afkeer van mijn lijf niet hoefde te voelen of de zinnen die in mijn hoofd voorbijraasden, over hoe beneden peil mijn looks wel niet waren, niet hoefde te horen: waarom ik niet beter voor mezelf kon zorgen en hoe ik me ooit op een feestje zou kunnen vertonen, zonder die eeuwige tentjurk van me, enz.

Dit ging een poosje zo door. Toch bleek, tegelijk, dat ik mij beter kon concentreren op mijn spiegelbeeld. Mijn beeld en ik brachten zo meer tijd met elkaar door. Soms met tranen over mijn (en haar!) wangen. En soms bekeken we elkaar gewoon, ontmoeting van oog-in-oog en was er weinig commentaar. Was me dat even een verschil!

Op een dag werd ik me ervan bewust dat er nog iemand anders was bij het onderonsje met mijn spiegelbeeld. Al kon ik dit wezen niet echt zien, toch voelde ik vaag de aanwezigheid ervan. Na een tijdje ving mijn bewustzijn een glimp op van deze ‘persoon’. Als in een flits. Het was alsof ik een vluchtig beeld van ‘mijn perfecte ik’ zag – een soort samengestelde lichaamsvorm waarin verschillende vrouwen (vriendinnen, vreemdelingen, beroemdheden) verwerkt zaten; vrouwen die, in mijn beleving, allemaal een of meer aspecten van het ‘perfecte’ lichaam bezaten.

Wauw, hé! Ik realiseerde me dat dit beeld van die ‘perfecte ik’ er altijd al was geweest en gewoon naast me stond terwijl ik met mijn spiegelbeeld driftig in discussie was OF geheel tevreden mijn looks aan het lofprijzen was. Ik had er stomweg jarenlang overheen gekeken. Omdat mijn aandacht alleen maar gericht was op mijn reflectie, kon ik het vage ideaalplaatje daar in de rechterhoek niet zien.

In die spaarzame momenten, wanneer ik mijn spiegelbeeld gewoon ‘normaal’ kon ontmoeten, zonder dat zelfveroordeling om de hoek kwam zeilen, was ‘zij’ er niet bij.

Alleen wanneer ik in tweestrijd stond met mijn mening over mijzelf – opgesplitst tussen mijn eigen spiegelbeeld en een heel vage weerspiegeling van hoe ik dacht dat ik eruit ZOU MOETEN zien – was ze er ineens wel. Maar als ‘zou zo moeten of zus’ geen grip op me kregen, dan was ze er niet. Zodra ik de vormen en kleuren met een neutrale blik kon bekijken was er geen ‘ander’ die mee gluurde op rechts.

Het zijn deze maatstaven, die ik mezelf eigen gemaakt heb, deze geadopteerde lijstjes van wat acceptabel is en wat niet; onbewust sjouwde ik die rugzak al heel lang met me mee. Aangezien mijn onderbewuste me veelal aanspreekt in beelden – meestal vluchtig van aard – in plaats van alleen maar in gesproken of gevisualiseerde woorden, heeft het me wel wat tijd gekost om er bedreven in te raken om deze flitsen van vage, kortstondige beelden te vangen.

Bovendien, toen ik dat eenmaal onder de knie kreeg en steeds meer spookbeelden uit de lucht kon vangen, ontstond bij mij het vertrouwen dat dit een manier was waarop mijn onderbewuste me iets wilde vertellen of laten zien. Het waren niet zomaar willekeurige beelden. Dus lette ik op of een vaag beeld dat verscheen in mijn bewustzijn, een reactie in mijn lichaam opriep. Zo ja, dan bekeek ik het plaatje beter om te ontdekken wat het me wilde zeggen. Als er geen fysieke reactie kwam, dan nam ik aan dat dat inhield dat ik niet onbewust een betekenis toe kende aan dat vage beeld.

Hierdoor werd mijn vermogen om ‘te horen’ wat mijn onderbewuste me wilde vertellen steeds verfijnder. Ik raakte meer en meer vertrouwd met de wereld van symbolen en beeldentaal, waar ik eerder alleen op woorden afging. Wat een ontdekking!

Terwijl ik verder voortging op deze avontuurlijke reis, gebeurde er nog iets anders. Ik werd nieuwsgierig naar mijn samengestelde, perfecte ik en al die vrouwen die ik onbewust gebruikt had om haar te creëren. Hoe zat het dan bij al die vrouwen en wat ik van hen wist en hoe hun leven eruitzag, gebaseerd op wat ze me hadden verteld of wat ik over hen gelezen had? In plaats van te ontdekken dat zij gelukkig of tevreden waren met zichzelf, kon ik zien dat ook zij worstelden met die innerlijke criticaster en het continue gevoel beter te moeten zijn dan ze waren. Wat een giller!

Ik was onbewust bezig met streven naar wat ik dacht dat perfectie betekende (hun ideale maten, ja, ja) en zij, waarvan ik dacht dat ze gewoonweg perfect waren, liepen op hetzelfde ‘gekke-hoeden-pad’ als ik, gewoon een paar stappen voor mij uit!!

Toen dit goed tot me was doorgedrongen en ik me realiseerde dat al die vrouwen dezelfde innerlijke worsteling hadden als ik, maakte dat dat ik me heel normaal ging voelen. Ik werd aardiger voor de ‘ik’ in de spiegel en de ‘ik’ die in de spiegel keek. Tegenwoordig, als we zo naar elkaar staan te kijken, komt er soms wat zelfkritiek voorbij en soms ook niet. Wat het anders maakt is dat er nu een bewustzijn is van de uitwisseling tussen beide ‘ikjes’; een overkoepelende en meer omvattende observatie van wat er gaande is tijdens elk onderonsje.

En de erkenning van die samengestelde ik, die komt en gaat in de spiegel, werkt prachtig als een post-it memo om mezelf eraan te herinneren aan ALLE manieren waarop ik in mijn leven nog steeds verstrikt raak in vergelijkingen. Het heeft ertoe geleid dat ik nu meer let op de onderbewuste beelden van andere mensen die ik op andere gebieden van mijn leven als richtlijn heb gebruikt. Het is zo fijn om al die spoken uit de kast te halen. Zo kan ik ze tenminste echt goed zien en naar ze kijken!