Home » Blog » Hoe mezelf te accepteren zoals ik ben

Tag: Hoe mezelf te accepteren zoals ik ben

Als het kind in ons aandacht en liefde nodig heeft

Door Helena Weaver, vertaald door Pleun Vermaas.

Dit zijn uitdagende tijden. Zeker. Voor het eerst in weken was ik weer een keer in de stemming voor wat meditatie. Ik zat een tijdje, richtte mijn aandacht naar binnen en voelde hoe mijn ademhaling langzamer en dieper werd. Toen begon ik mijn lichaam te scannen en voelde ik voorzichtig de lichamelijke en emotionele sensaties van binnenuit, waarbij ik me geleidelijk aan meer en meer bewust werd van wat ik voelde in dat lijf van me.

Na een tijdje ontdekte ik een diepe laag in mijzelf die geschokt en bevroren aanvoelde. Een subtiel, bruisend, gespannen gevoel, afgedekt door een ietwat zweverig gevoel. Het drong op dat moment tot me door dat ik over deze laag heb geschaatst, afgeleid en gedesoriënteerd door de gebeurtenissen van de afgelopen weken. Ik voelde me bij tijd en wijle alsof ik niet met beide benen op de grond stond, maar net erboven zweefde, zonder precies te weten waarom. De enige reden die ik daarvoor kon verzinnen is dat deze tijden abnormaal en schokkend zijn. Maar die innerlijke, bevroren toestand voelde ook bekend aan – het begon me te dagen dat deze laag altijd al tot op zekere hoogte bevroren was.

Voorzichting tastte ik dit gevoel af. Ik merkte op dat het gevoel toebehoorde aan een jong kind. Herinneringen aan Bahrain kwamen bovendrijven. We hebben daar tussen mijn vierde en achtste jaar gewoond. Ik begon met een dankbaarheidsmeditatie, wat resulteerde in een hart dat zich langzaam ontvouwde voor liefde, waardoor vervolgens het bevroren deel begon te ontdooien. En dat was doodeng voor dit deel van mij, want het ijs fungeerde als een zelfbeschermingsmechanisme tegen alle onzekerheid, instabiliteit en alle angsten. Desondanks heb ik me altijd te min en niet in staat gevoeld om op te komen of te zorgen voor mezelf. Er kwam veel gesnik en gehuil bij kijken, dat oprecht uit het hart kwam. Ook voelde ik het in de solar plexus. Mijn lichaam schudde ervan. Destijds maakten mijn moeder en vader vaak ruzie. Ik herinnerde me een specifieke, beangstigende ruzie. Mijn vader smeet met dingen en mijn moeder en ik krompen ineen. En dan het schreeuwen, die onvoorspelbare explosies, hoe hij zo opeens pats-boem een kamer kon binnenvallen om dan als opgejaagd wild rond te lopen en vervolgens in volle woede te ontsteken en te klagen; zijn zure regen. Al die eindeloze drama’s, die hun volledige aandacht opeisten en waardoor zij als het ware met elkaar vergroeiden.

Ik herinnerde me hoe dat jonge eenzame kind met twee lichtgeraakte ouders, die elkaar regelmatig in de haren vlogen, in zichzelf keerde en vluchtte in haar eigen gedroomde wereldje met geheime tuin. Daar verdween ze, terwijl het gezin ondertussen van het ene naar het andere land trok. Koeweit, Irak, Bahrein, Turkije, Libië, waar ze telkens enkele jaren verbleven om vervolgens weer te vertrekken naar de volgende bestemming. Met elke verhuizing verloor ze haar huis, tuin, vrienden, school, vertrouwdheid van de buurt en de gewoontes en gebruiken van het dagelijkse leven. Bij elk nieuw begin werd mijn aanpassingsvermogen op de proef gesteld. En overvraagd. Dat liet zijn sporen na. Zo was ik sociaal gezien achter op mijn leeftijdsgenoten. Ik was een verlegen, introvert en onzeker meisje, was gauw van slag, makkelijk te raken en over het algemeen zeer instabiel. Eigenlijk weet ik niet eens zeker of dit deel van mij wel ooit volwassen is geworden. Het voelt alsof het er altijd al was, dat ik het diep van binnen met me meedroeg, bevroren en weggestopt; verborgen en toch in staat om haar invloed uit te oefenen, me af te remmen, omdat zij als een angst-generator fungeerde.

Vandaag realiseerde ik me voor het eerst, terwijl ik van binnenuit luisterde en voelde, hoe zeer de huidige situatie van buiten (de Corona-crisis) lijkt op mijn vroege verleden. Het is als het ware een echo van het leven zonder mogelijkheden, onder een grote wolk van dramatiek en continu gevaar en paniek. Ah, natuurlijk. Mensen met een onderliggend trauma weten hoe het is om met een onoplosbare angst te leven en dat ze zich nergens ooit veilig en geborgen kunnen voelen. Maar ik had nog niet volledig doorzien dat dit jonge meisje in mij zo getriggerd werd door wat er nu om haar heen gebeurt. Daarom heb ik van die perioden, hele dagen soms wel, dat ik me afgesloten en zweverig voel en op het punt van huilen sta.

Echter nu begrijp ik het. Het is allemaal heel logisch eigenlijk. Ik heb gewoon de neiging om me terug te trekken en mezelf te begraven in die magische tuin van me. Soms heb ik dat echt even nodig; zij heeft het nodig, en ik laat haar begaan. Zij studeert graag talen, speelt met de woorden, de klanken en hun betekenissen. Het is een beetje als het kraken van codes. Dus leren we nu Grieks en Frans. Die magische tuin is beschermend en een plaats om te herstellen, maar het is geen plek om continu in te verdwijnen (dat is wel wat zij het liefst zou doen).

Dus vandaag voelde het goed om dit jonge meisje bewust te ontmoeten en naar haar te luisteren. Ik verwelkomde haar verdriet volledig. Ik hechtte waarde aan haar herinneringen. En ik erkende haar angst. Dus wiegde ik haar zachtjes in mijn armen, ten teken dat ik haar angst volledig accepteerde en begreep, waardoor het voor ons beide makkelijker werd om de angst volledig te voelen, zonder dat er ook nog schaamte bij kwam kijken. Nu was er ruimte om daar afscheid van te nemen.

Daardoor stelde ze zichzelf open. Ze voelde zich door mij gezien en zelfs lief gehad, doordat ik haar omarmde en wiegde. En langzaam kwam die beschermende ijsklomp, stukje voor stukje, aan het breken, smelten en verdwijnen. De dankbaarheidsmeditatie trok als een golf door mijn hele systeem en ik kreeg het inzicht: we worden allemaal vastgehouden en we zijn allemaal geliefd, precies zoals we op elk moment zijn, door iets dat niemand van ons echt kan benoemen. Of we ons daar nou bewust van zijn of niet. Er is geen enkele uitzondering of voorwaarde, welke ervaringen we ook maar doormaken. Het maakt niet uit.

Liefde is…

Lieve allemaal; een brief van elk kind ter wereld

Door Scott Kiloby, vertaald door Pleun Vermaas.

Lieve allemaal,

Je hebt me geleerd om me onvolmaakt en afgescheiden te voelen. Vanaf het moment dat ik geboren ben werd me verteld dat ik niet goed genoeg ben, zoals ik ben. Je hebt de regels van tevoren al vast gesteld. Dat is nooit met mij overlegd. Al vertelde je me dat het verschil tussen goed en kwaad volkomen logisch is, toch zag ik dat jouw onderscheid en jouw regels gebaseerd waren op emoties. Zo leerde ik al op jonge leeftijd dat je tegen me loog, al van begin af aan. Wanneer ik iets deed wat jou tegen de borst stuitte omdat het niet was zoals jij graag zag, dan zei je dat de consequenties die jij me oplegde voor mijn eigen bestwil waren, alsof je zelf een onderonsje met de Alwetende hebt gehad. Maar ik voelde je emoties feilloos aan, van meet af aan. Ik kon zien dat jij gedreven werd door iets dat vele malen primitiever was, namelijk: opgekropte emoties en onbewust denken in jou, dat niet ontmanteld was.

Als ik me gekwetst voelde, opstandig, bang, beschaamd of boos was, overtrad ik jouw regels. Ik wist geen andere manier om je aandacht te krijgen. Terwijl dat was wat ik zo hard nodig had om mijn koers te bepalen in een complexe wereld die me, van begin af aan, alleen maar leugens verkocht. Ik zocht je en probeerde je te vertellen dat ik me gekwetst voelde, opstandig, bang, beschaamd of boos was. En ik kan zien dat jij dat ook bent. Ik wilde dat je je volledig bewust was van je eigen gedachten en gevoelens, zodat jij mij kon helpen bewust te zijn van die van mij. Ik hoopte dat je me kon helpen. Maar dat kon je niet. Telkens weer reageerde je namelijk vanuit je eigen kwetsuren, opstandigheid, angst, schaamte en boosheid als ik me niet aan jouw regels hield. Je projecteerde zo je eigen gevoelens op mij wanneer ik je regels brak. Daardoor werd mijn gevoel van ‘niet goed genoeg zijn’ en ‘afgescheiden zijn’ bestendigd. Dat is ook de reden dat ik als volwassene onmachtig ben om aanwezig te blijven bij mijn gedachten en gevoelens. Toen ik eenmaal wist hoe het was om ‘niet goed genoeg’ te zijn of ‘afgescheiden’, ging ik door met het overtreden van jouw regels. Ik wist niet beter! Alleen zo kon ik die gevoelens een plek geven. Kon ik iemand zijn. Ook al is die ‘iemand’ een sukkel in jouw ogen. Je hebt me geleerd dat niet-iemand zijn geen waarde heeft in jouw wereld. De enige manier die ik heb om mezelf te verzekeren van jouw onverdeelde aandacht is over de schreef gaan en mijn gevoel niet goed genoeg en afgescheiden te zijn in mijzelf te bestendigen.

Je hebt me geleerd lak te hebben aan jouw regels en dan ben je verbaasd als ik daar inderdaad lak aan heb?! Je reageerde vanuit kwetsuren, boosheid, schaamte en angst. Daarom voelde ik me, op mijn beurt, ook gekwetst, boos, beschaamd en bang. Ik vraag in plaats daarvan om onvoorwaardelijke liefde en acceptatie. Ik ben eerder geneigd me aan te passen als ik zie dat ik onvoorwaardelijke lief gehad en geaccepteerd wordt. Ik ben beter in staat om te genezen en gezond te worden als jij geneest en gezond wordt. Maar ik maak me zorgen om het feit dat je jezélf niet onvoorwaardelijk liefhebt en accepteert. Je bent mijn leraar. Ik zie graag dat mijn leraar er geen ‘lesdoekjes’ om windt en helder is, zodat ik leer hoe ik net zo helder kan zijn. Maar jij hebt me dat niet geleerd, hè?! Nee, je hebt me alleen geleerd om te liegen over hoe ik me echt voel. Ik heb dat van jou, echt!

Je hebt verwachtingen van mij die ik onmogelijk kan waarmaken. Dit heeft mijn wens om iemand te zijn versterkt, al is die iemand onvolmaakt en afgescheiden. Alles beter dan niemand zijn. Je eiste van me dat ik me aanpaste aan jouw beeld van mij. Je hebt me gevraagd om niet te liegen, vechten, verstoppen, manipuleren of controleren. Maar ik heb dat allemaal van jou geleerd?! Door naar jou te kijken en door het moeten laveren in een wereld die gecreëerd is door jouw onbewust-zijn. Ik zou niets liever willen dan leven in jouw wereld zonder hoeven te liegen, vechten, verstoppen, manipuleren en controleren. Maar ik kreeg steevast een seintje, dat wie of wat ik ben onacceptabel is. Je hebt tot op de dag van vandaag nooit eens een pas op de plaats gemaakt en het feit onderzocht of die onrealistische verwachtingen voortkomen uit jouw eigen kwetsuren, angst, schaamte en boosheid. Zelfs als je opbouwende kritiek geeft, voelt het als een verkapte terechtwijzing. Het enige wat er opbouwend aan is, is meer ego in ons alle twee. Daarom moet ik doorgaan met verstoppen, liegen, vechten, manipuleren en controleren. De hele rataplan! Ik kan niet anders dan je teleur stellen omdat ik niet aan jouw verwachtingen kan voldoen. Deze strategieën zijn mijn manier om te overleven, mijn hoofd boven water te houden. Jij maakt gebruik van dezelfde overlevingsstrategieën. Ik heb ze bij jou afgekeken. Iedere keer dat je tegen me begint met je hoge verwachtingen, voel ik je angst, schaamte, boosheid en kwetsuren. Maar jij bent je niet bewust van die emoties in jezelf. Je zegt dat ik me moet aanpassen wil ik overleven in deze wereld. Je zegt dat ik me moet aanpassen aan onbewust-zijn. Je zegt dat het nou eenmaal zo werkt in deze wereld. Maar het is juist deze wereld die mijn onvolmaaktheid en afgescheidenheid gemaakt heeft. Dus zeg je me om door te gaan op de oude voet, onvolmaakt en afgescheiden, omdat dat nou eenmaal de stand van zaken is. Dat kan ik niet doen.

De enige aanpassing die ik van jou geleerd heb, is handelen en reageren vanuit mijn eigen psychische en emotionele oprispingen. Dit is de aanpassing die jij mij met jouw regels en jouw emotionele buien bijgebracht hebt, ook al heb jij dat niet door. Zolang jouw irreële verwachtingen van mij niet verdwijnen, kan ik niet veranderen. Ik zit verstrikt in een web van gewoontes. Dat maakt dat ik alleen kan reageren vanuit onverwerkte emoties, net als jij! Als we zo op de oude voet verdergaan, zullen we alle twee niet genezen óf veranderen. En zo zadelen we de volgende generatie op met dezelfde staat van onbewust-zijn en die kinderen geven het door aan hun kinderen tot aan generatie sint-juttemis.

Ik wilde weten hoe het is: helder en onverstoorbaar te zijn, zowel emotioneel als psychisch. Ik wilde weten hoe het is: vredig te leven, met een hart vol liefde, dankbaarheid en acceptatie. Ik wilde weten hoe het is: OK te zijn zoals ik ben. Maar ik heb dit niet van jou kunnen oppikken, omdat ik zie dat je, emotioneel en psychisch, niet helder bent. Jij bent niet OK met wie je bent. Daardoor zitten we samen vast in deze onmogelijke situatie. Je verwacht van mij dat ik boven dit onbewust-zijn uitstijg als een feniks, maar hoe zou ik dat kunnen? Het onbewust-zijn heb ik toch van jou geërfd?! Ik kan dat niet zonder jouw hulp. Pas als jij je vleugels gebruikt en boven je onbewust-zijn gaat uitstijgen, dan kan ik het ook. Maar als je dat niet kunt, zeg het me gewoon, wees oprecht en zeg het asjeblieft, dan zal ik je niet meer om hulp vragen op dat gebied en elders zoeken. Maar als je zegt dat ik moet veranderen, dat ik boven mijn onbewust-zijn moet uitstijgen, terwijl jij dat zelf niet voor elkaar krijgt, dan krijg ik het gevoel dat je weer tegen me liegt. Daarom kan ik je niet vertrouwen. Doordat ik je niet vertrouw, blijf ik mijn onbewuste paden bewandelen van oude patronen en overlevingsmechanismen om te kunnen overleven. Alleen dan krijg ik jouw aandacht.

Ik leer om beschikbaar te zijn voor mijn eigen gedachten en gevoelens. Dit geeft me moed, het werpt zijn vruchten af. Vrede, liefde en geluk laten zich kennen in mijn leven. Maar ik heb je hulp hierbij nodig. En de enige manier waarop je me kunt helpen is deze: wees beschikbaar voor je eigen gedachten en gevoelens. Het helpt niet als je mij als schuldige aanwijst of op mij reageert vanuit jouw eigen kwetsuren, boosheid, schaamte en angst. Iedere keer dat je mij de schuld in de schoenen schuift, gaan we een stapje terug. Dan geef je me weer een seintje dat ik onvolmaakt ben, dat ik niet OK ben zoals ik ben. En dan krijg ik vanzelf het gevoel dat je weer tegen me liegt. Ik weet dat je niet OK bent met wie jij bent en met wat je voelt. Ik weet van je kwetsuren, boosheid, schaamte en angst en dat je er weer oneerlijk over bent. Ik weet dat je niet beschikbaar bent voor je onbewust-zijn. Ik zal wel beschikbaar zijn voor de gedachten en gevoelens die jouw onvermogen bij mij teweeg brengt. Ik vraag jou om hetzelfde te doen. Alleen dan kunnen we beide genezen en daarna veranderen we de wereld, in plaats van alleen te over-leven in de wereld.

 

In liefde en verbijstering,

 

Elk kind van de wereld.

Je springlevend voelen door ál je gevoelens te voelen

Door Fiona Robertson, vertaald door Pleun Vermaas.    

Jaren geleden, en met twee benen in een relatiecrisis, ging ik naar mijn wijze vriend en mentor. Na eerst flink janken en klagen over het gedrag van mijn nu-nog-man-maar-dat-duurt-niet-lang, schoot ik vervolgens in een lange monoloog over dat ik best wist dat ik wat er gebeurde moest accepteren, dat mijn onvermogen om dat ook te doen volkomen aan mezelf te wijten was, met mijn fouten en gebreken. Ik had, vrij recent, New Age sessies bezocht en was onmiddellijk gegrepen door het idee van onvoorwaarlijke acceptatie en overgave, ik slikte het allemaal voor zoete koek. Ik geloofde echt, een genadig korte periode bleek achteraf, dat al mijn lijden het bestaan uit geaffirmeerd kon worden.

Mijn vriend luisterde geduldig. Toen pakte hij een scherp potlood van zijn bureau.

En vroeg: “Wat zou er gebeuren als ik dit potlood in je oog steek?”

“Het zou erg pijnlijk zijn gok ik zo”, antwoorde ik terugdeinzend.

“Precies”, zei hij en hij glimlachte erbij!

Het duurde even voordat ik begreep wat hij bedoelde. Ineens zag ik het: er was niet werkelijk iets mis met mij of met mijn gevoelens. Ik had pijn, jazeker, maar dat was gezien de situatie, volkomen logisch. De gebeurtenis an sich was immers pijnlijk. Het gedrag dat ik me voorgenomen had te accepteren, was domweg onacceptabel. Mijn gevoelens hadden een soort gidsfunctie, om me de weg te wijzen in plaats van de ongemakkelijke reacties te zijn zoals ik ze ervoer en die ik zou moeten onderdrukken, censureren of overwinnen.

De overtuiging dat we niet zouden mogen voelen wat we voelen zorgt voor veel stress. Het is de motor van het lijden en verschijnt in vele gedaanten. Het kan zo zijn dat ouders ons vroeger hebben geleerd dat het niet o.k. is om bepaalde gevoelens te hebben of te uiten (in sommige families vindt men woede een emotie die je moet onderdrukken of wordt verdriet niet erkend bijvoorbeeld). Of misschien hebben we het geleerd vanuit onze cultuur, religie of spiritualiteit, dat bepaalde gevoelens niet wenselijk zijn, maar tekenen van tekortkoming, zwakte of slechtheid. Op bredere schaal legt de samenleving sancties en straffen op al naar gelang ras, geslacht en seksualiteit. Het is dus niet verwonderlijk dat, als we in de greep zijn van woede, verdriet, jaloezie, wrok, angst of welke emotie dan ook waarvan we hebben geleerd dat het verkeerd is, we denken dat er wat met ons mis is. Want dit zou ik niet moeten voelen dus dit gevoel moet rechtgezet worden, opgelost of weg. Bovenop het ervaren van het gevoel hebben we ook nog eens te maken met schaamte en zelfverwijt over dat we die gevoelens überhaupt hebben. Ons zelfvertrouwen wordt ondermijnd, we blijven maar twijfelen, vol van zelfverwijt en -kritiek.

Centraal in deze dynamiek staat het geïnternaliseerde, ideale zelfbeeld; het fictieve über-zelf dat voor altijd net buiten bereik ligt. Wat dit perfecte plaatje precies inhoudt is, vanzelfsprekend, voor ieder mens verschillend. We beginnen al vroeg, als kind weten we wat we ‘later’ het liefst willen worden, naarmate we ouder worden verfijnen we dat; we meten ons dagelijkse zelf eraan af en zo komen er meer verlangens bij. Dingen die we willen met als uiteindelijk doel, het bereiken van dat ideaalbeeld dat we inmiddels gecreëerd hebben. Een voorbeeld van zo een ideaal plaatje is, een beheerste en kalme vrouw die ongeacht de situatie rustig blijft. We merken echter vaak het tegenovergestelde op, we zijn woedend en gedragen ons vijandig en vervolgens bekritiseren we onszelf daarom. Of ons ideaal is een avonturier, altijd bereid risico’s te nemen en belangrijk: nergens bang voor. Als we dan opeens met knikkende knieën en een bonzend hart van angst in een situatie staan, slaan we onszelf met nauwverholen hatelijkheden om de oren. Met als resultaat: veelal groeiende zelfhaat. Ongeacht hoe we geloven dat we zouden moeten zijn en voelen, kunnen we niet om de realiteit van moment tot moment heen van wat we werkelijk voelen en zijn. We raken verstrikt in verwoede pogingen om ons werkelijke zelf met ons ideaalbeeld overeen te laten komen. Dit is uiteindelijk een gewelddadige activiteit, naar onszelf en vaak ook naar anderen; we proberen vaak ons ideaalbeeld in stand te houden door anderen als fout te bestempelen, terwijl we om ons heen schoppen.

Maar het kan ook anders, mits we bereid zijn tot wat grondig zelfonderzoek. Dan kan de gordiaanse knoop ontward worden en kunnen we een begin maken om open en eerlijk de realiteit tegemoet te treden in plaats van deze bij voorbaat af te serveren en te manipuleren omdat we de situatie nu eenmaal liever anders hadden gezien. Hoe? Ten eerste: opmerken van onze gedachten; wat vertellen ze? Let speciaal op de woorden: het zou moeten en het zou niet moeten, het moet of het hoort zo. Ik zou dit niet mogen voelen. Ik zou dit moeten accepteren. Ik zou niet jaloers mogen zijn. En vervolgens kijk je naar je gedachten en stel je jezelf er vragen bij: wat zegt ons dat we ons niet zo zouden moeten voelen? Hoe weten we dat we dit zouden moeten accepteren? Als we inquiry doen, stellen we de vragen niet vanuit een intellectueel perspectief. In plaats daarvan gaat het erom, dat de antwoorden opborrelen vanuit een diepere plek; de antwoorden komen uit het geheugen, uit het onderbewuste, dat opgeslagen ligt in zowel het hoofd als het lichaam. Wellicht ontdekken we zo waar een overtuiging vandaan komt. Het kan zomaar zijn dat we ooit gezworen hebben nooit en te nimmer woede te voelen of toe te laten simpelweg omdat een agressieve vader in onze jeugdjaren ons schrik aanjoeg. Of we werden gepest op school omdat klasgenootjes ons zagen huilen op het schoolplein. De voorbeelden zijn talrijk en voor ieder van ons verschillend. Hoe het voor jou werkt, welke regels en overtuigingen jou persoonlijk bewegen, daar draait het om. Om dat inzicht.

Tijdens sessies met cliënten (en in mijn eigen inquiry), komt het regelmatig voor dat een voorheen ontkend, ‘verboden’ gevoel, een taboegevoel zo gezegd, eindelijk gevoeld wordt. In een veilige omgeving krijgt het de ruimte om simpelweg te zijn wat het is: een gevoel, een fysieke sensatie. Niet meer en niet minder. En zelfs wanneer het ondraaglijk pijnlijk is, is er eveneens opluchting. Opluchting dat het mogelijk is om de realiteit van de fysieke sensatie te voelen en te laten voor wat het is. Het nu eindelijk erkende gevoel kan uitdrukken, laten zien en zo haar verhaal vertellen, waarvan de boodschap vaak jarenlang onopgemerkt is gebleven. Het is verbazingwekkend wat gevoelens ons kunnen vertellen over ons zelf. We worden eerlijker naar onszelf. We komen dichter bij ons meer reële zelf, zodra we niet meer zo strak vasthouden aan het ideale plaatje van onszelf. Eenmaal op dat punt aanbeland, staan we bereidwilliger tegenover de realiteit. Meer synchroon als het ware en eerder bereid om te zien (en voelen!) wat die is. Ook ontdekken we dat we minder bereid zijn om te luisteren naar leringen en regels die vertellen hoe we moeten zijn en wat we moeten voelen.

Al onze gevoelens, ongeacht hun signatuur en wat we er maar over geloven of denken, zijn simpelweg een natuurlijke reactie op een gebeurtenis. Ze ontstaan vanzelf, niet omdat er iets mis is met ons of omdat we er schuld aan hebben, maar omdat ons systeem zo ontworpen is. Het is een essentieel deel van onze ervaring als mens. Wie eigen of andermans gevoelens veroordeelt, slaat de plank volledig mis. Wanneer we echter de capaciteit ontwikkelen om ongeacht welk gevoel er opkomt, het gewoon te voelen, en we over een veilige omgeving beschikken om dit zelf of met een ander te doen, dan hoeven we ons niet langer op een destructieve of schadelijke manier te gedragen. Door ons volledig bewust te zijn van wat we voelen kunnen we de realiteit, zonder al die schadelijke rompslomp, tegemoet treden zoals we werkelijk zijn. Dus middenin het leven staan, het hele spectrum aan gevoelens voelen en contact maken met onze aangeboren levendigheid, bevrijd van de starheid om te moeten voldoen aan hoe het zou moeten en hoe het hoort teneinde aan het ideale plaatje te voldoen, dat we niet langer onderschrijven. In plaats van een soort ongenaakbaar übermensch zonder enig gevoel proberen te zijn, worden we gewoon lekker helemaal ons eigen zelf, kwetsbaar en juist zeer menselijk, alle aspecten omarmend van ons zijn. Het leven raakt ons – en wij raken het leven aan – steeds dieper.

De kritische massa en de innerlijke revolutie

Door Scott Kiloby; vertaald door Hanneke Geraeds-de Vries.

We leven in een nog grotendeels onontwikkelde wereld. Aan de buitenkant vertonen we zeker tekenen van evolutie. Onze telefoonvriendelijke levens, contacten via sociale media, wetenschappelijke doorbraken en andere wereldse ontwikkelingen onthullen een steeds veranderend menselijk landschap dat een vooruitstrevende kant op lijkt te gaan. Maar we ervaren nog steeds een groot gebrek aan verbondenheid met wat we zijn en stuiten op veel obstakels voor ware vrijheid, vreugde, creativiteit, tevredenheid en vrede; tenminste hier in het Westen. Velen zijn de mentale, emotionele en spirituele beperkingen, die ook hun ouders, grootouders en overgrootouders ervoeren, nog steeds niet ontgroeid. De generaties blijven genereren. De buitenkant wordt mooier en mooier. Maar de kernproblemen blijven meestal bestaan, ongeacht het aantal nieuwe nakomelingen. In zeker opzicht treedt er zelfs een soort regressie op, waarbij mensen zo van zichzelf en van elkaar verwijderd zijn, dat ze aan hun schermpjes gekluisterd blijven, zelfs als ze zich op een meter afstand van elkaar of in het gezelschap van dierbaren bevinden.

We lijken met alle geweld nog steeds relaties te willen onderhouden vanuit een gevoel van tekortkoming, alsof er ergens achter ons uiterlijk, in de diepe spelonken van ons hart en onze ziel, onze ware identiteit schuilt: “niet genoeg”. Dit doordringende gevoel van “niet genoeg” steekt overal de kop op, in elke relatie. Velen hebben zelfs de wens opgegeven om te erkennen dat er iets grootsers bestaat dan dit innerlijke gevoel van tekortkoming. In plaats daarvan herkaderen ze dit als: “het hoort nu eenmaal bij mens-zijn.” Het lijkt alsof de mogelijkheid om meer authentiek, echter, meer ontwaakt en liefdevoller te leven zo buiten hun bereik ligt, dat ze zich hebben neergelegd bij het zich toe-eigenen van dit valse masker, in plaats van het te onderzoeken.

Het masker laat anderen iets anders zien, terwijl we diep van binnen, achter die uiterlijke façade, niet bij machte zijn om echt onszelf te zijn, om onszelf, openlijk en onbeschaamd, precies te laten zien zoals we zijn. We hebben nauwelijks voeling met de fundamentele onzekerheden die bijna al onze behoeften en wensen voeden. We raken snel geëmotioneerd en vallen terug in oude patronen van conflicten, pruilen, beschuldigen, klagen of projecteren. We vermijden om deze basisemoties te voelen, terwijl we over-intellectualiseren en onszelf en elkaar over-analyseren. In het tijdperk van politieke en spirituele correctheid zijn we zo het contact met ons eigen lichaam en gevoelens verloren dat we continu nastreven de gevoelens van anderen niet te kwetsen. En zo beschermen we elkaar dus, als moederberen doen, tegen het ontgroeien van onze beperkte mentale en emotionele patronen. Dit gebrek aan contact met ons diepere emotionele landschap brengt het risico met zich mee dat we op dezelfde voet verder gaan, zoals we al duizenden jaren doen.

Wat voor veel mensen belangrijk schijnt te zijn, is hoe ze eruitzien of hoe ze op een ander over komen, of ze genoeg likes op Facebook hebben, of ze slimmer zijn dan gemiddeld, of ze gelijk hebben of het goed voor elkaar hebben of dat ze genoeg geld, roem, aandacht of erkenning van de anonieme massa verzameld hebben. Natuurlijk is niet iedereen even vatbaar voor dit soort patronen. Maar tot op zekere hoogte duikt het bij de meesten van ons wel eens de kop op. We zoeken buiten onszelf naar iets waarmee we het gevoel van tekortkoming in onszelf op kunnen vullen. En de belofte dat die leemte opgevuld gaat worden vind je op elke straathoek, in elke tv-reclame, promotie, nieuwe relatie of verslavend middel of activiteit. Zelfs heel veel moderne spiritualiteit lijkt sterk op deze dingen te focussen. In sommige van deze kringen lijkt het tegenwoordig belangrijker om deel uit te maken van een populaire beweging, om mensen een spiritueel Nooitgedachtland te bieden of om een fantastische reeks spirituele beloften te vergaren in plaats van het uitnodigen tot een diepgaand en radicaal onderzoek van onze ervaring. Je zou kunnen zeggen dat de spirituele leraren de vervangers zijn geworden van ouders die geen goede rolmodellen waren of niet de nodige liefde en aandacht schonken. Tekortkoming is de brandstof voor ons leven en onze relaties. En we lijken nooit zonder te komen zitten. Het gevoel van tekortkoming heeft zo’n sluw en verbluffend vermogen om elke generatie te overleven en zichzelf zo goed in elk verhaal, gevoel en relatie te verbergen, dat we ons er maar vaag bewust van zijn hoezeer de onderstroom ervan de touwtjes in handen heeft. Het is veel geschreeuw om weinig wol. En dat is precies wat het verhaal over tekortkoming ons biedt: niets, niets meer dan de schijn van vooruitgang, erkenning of vervulling.

Deze manier van leven brengt een soort ontoereikendheid met zich mee waardoor velen zich leeg, verloren en bedroefd voelen; niet bij machte om hun ware creativiteit en potentieel in het leven te realiseren. We houden niet van onszelf. En onze cultuur zendt alleen maar verkeerde signalen uit over hoe we van onszelf zouden kunnen gaan houden. Zij richt zich op wat er buiten onszelf te vinden is en hoe de buitenkant eruit hoort te zien. We laten ons misleiden door die cultuur in plaats van deze van binnenuit te ontmantelen.

We zouden het niet meer klakkeloos voor waar aan moeten nemen. Wat is er dan nodig om daarboven uit te stijgen? In ieder geval niet nog meer beloftes die van buitenaf komen. Het is geen nieuwe iPhone of een nieuwe liefde. Het gaat niet om de toekomst, want de toekomst is altijd minimaal een stap verwijderd, zo niet meer; we bereiken haar nooit. Het is geen spiritueel Nooitgedachtland dat zichzelf presenteert als de goede afloop van een sprookje: “en ze leefden nog lang en gelukkig”. Het is niet het vooruitzicht dat anderen ons lief hebben, ons nodig hebben en erkennen. Wat er voor nodig is, is de moed om deze patronen, waar tekortkoming een rol speelt, volledig in het moment, zodra ze zich voordoen, onder ogen te zien en ze te doorzien, onszelf zonder terughoudendheid onder te dompelen in de emoties die we zo wanhopig proberen te vermijden. Als we al die energie die naar buiten toe wordt geprojecteerd, op anderen en op de toekomst, bij onszelf kunnen houden door de kracht van louter waarnemen, dan maken we kans om op een veel diepere en meer transformerende manier te evolueren.

In plaats van het zoeken naar iets buiten onszelf zouden we beter ons innerlijk landschap kunnen waarnemen. Maar het maakt nogal uit hoe we dat doen, want we zijn geneigd tot een soort verlammende analyse te vervallen, zodra we naar binnen gaan kijken.

Er bestaat een verleidelijke aantrekkingskracht om onszelf, elkaar en onze emoties te over-conceptualiseren. Waarvoor ik je hier uitnodig, is niet het herdefiniëren van onze innerlijke ervaring, maar eerder een zuiver waarnemen ervan, terwijl je alles laat zijn zoals het is. En terwijl we zo waarnemen, komen we deze patronen op het spoor, waardoor generaties aan valse overtuigingen en patronen ontmanteld worden. Daarin schuilt een prachtige vrijheid, een omarming van alles. Dit omarmen laat ons verder kijken dan zelfgenoegzaam kernachtige uitspraken citeren als: “Ik accepteer zowel mijn perfecties als mijn imperfecties.” Dat is alleen maar een onvolwassen vorm van spiritualiteit. Het kan zoveel dieper gaan dan dat.

Dit onderzoek brengt ons niet in een of andere lege, open toestand van Nirvana, want ook zo’n toestand gaat weer voorbij. Ik spreek hier ook niet over een non-dualistische realisatie, want dat is ook alleen maar een voorbijgaande fase. Nee, dit soort waarnemen, zolang we niets omzeilen en de moed hebben om bij alles wat er dan ook maar opkomt te blijven, maakt het mogelijk om volledig van onszelf te houden en onszelf te zijn. We laten gehechtheid aan verleden en toekomst varen, maar ook de gehechtheid aan het nu en aan alle spirituele of speciale staten en ervaringen. We komen weer terug in de wereld en realiseren ons dat we die nooit verlaten hebben. We houden van onszelf zonder onszelf echt te kunnen definiëren. En deze vrijheid, die niet langer door concepten wordt aangetast, stelt ons in staat om te blijven veranderen en evolueren. Ons hart, denken en lichaam blijven plooibaar, in staat zich aan te passen aan en vloeiend mee te bewegen met allerlei ervaringen – van liefde tot liefdesverdriet tot rouw of de dood. Dit kan de manier waarop we onszelf, elkaar en de wereld zien, ingrijpend veranderen. Het kan ons creatieve vermogen ontketenen, niet langer gebonden aan de lof van anderen. We zijn dan creatief, louter uit pure en onverhulde vreugde om het creatieve proces zelf – niets meer en niets minder. We laten als vanzelf de generaties van leed en tekortkoming achter ons. Onze relaties veranderen. We zijn niet langer gebonden aan het altijd maar beschermen van de gevoelens van andere mensen of het willen ontvangen van liefde van anderen. We zijn niet langer op die oude, kleverige manier aan elkaar gehecht, die verstikkend en behoeftig aanvoelt. We hebben lief op een volwassen, heldere en openhartige manier. We komen dichter bij elkaar en voelen ons dieper verbonden met elkaar, simpelweg door onze maskers neer te leggen.

En dat, mijn vrienden, is geen belofte. Beloften impliceren dat er iets te geven valt, iets dat van buiten af komt of in de toekomst te vinden is. Dit alles zit al in je. Het enige dat nodig is, is de moed om op de juiste manier waar te nemen. Laat niemand je vertellen dat je meer nodig hebt dan de handeling van puur waarnemen en de organische acceptatie van je ervaring die daarmee samen gaat. De sleutel tot het leven zit niet verborgen in een diepgaande tekst. Het is niet iets dat we aan onszelf toe hoeven te voegen. Het menselijk leven is geen vergissing. Het is niet nodig om het van buitenaf te corrigeren. Onze liefde wordt binnenin onze smart vastgehouden, wachtend om los te breken zodra dit leed ontmoet wordt. Ons beloofde land is ons gewaarzijn in dit moment van alles dat zich al op een natuurlijke manier ontvouwt. Het grootste besef is niet dat er een prachtige toekomst op ons staat te wachten. Het zit hem in het van moment tot moment zien wat er werkelijk in de kern van onze huidige ervaring ligt. Als we zien dat daar niets ligt, is alles mogelijk. Compleet blanco laten we dan het leven alle ruimte innemen en op een wijze, andere manier evolueren. Dat is hoe de generaties van leed en tekortkoming wegvallen. Dat is hoe we verbinding met elkaar vinden. Dat is hoe we de pure vreugde herontdekken van het creëren van waar we voor hier zijn om te creëren. Dat is hoe we los komen van onze schermpjes. Dat is hoe we gezonde grenzen stellen. Dat is hoe we nieuwe mogelijkheden voor onze kinderen aanboren. Dat is hoe we de oorlogen beëindigen. Dat is hoe we anderen laten zijn wie ze zijn. Dat is hoe we onze eigen, unieke expressie in de wereld vinden. Dat is hoe we stoppen met het buiten onszelf zoeken naar iets dat ons innerlijk niet kan vervullen.

Zo worden we wie we altijd al bedoeld waren te zijn: onszelf.

Dit blog verscheen eerder op de oude Living Inquiries-website

Wat ik leuk vind aan mezelf

By Lynn Fraser; vertaald door Hanneke Geraeds-de Vries.  

Kun je 30 seconden over de volgende twee zinnen praten?

Wat ik leuk vind aan mezelf is …

Wat ik leuk vind aan mijn leven is …

Sluit af met de zin: “Wat ik leuk vind aan mezelf is alles.”

DOE dit thuis! Kijk naar jezelf in de spiegel. Stel een timer in als je wilt. START!

Tik tak tik tak tik tak tik tak

Welkom terug! (serieus, het is 30 seconden, probeer het!)

Ik deed dit vorige week in een workshop en had geen enkel probleem met 30 seconden. Ik had langer kunnen praten. Ik vond het prettig om te zeggen waar ik van hou en ik schepte niet op. Ik deelde mijn waarheid, mijn innerlijk weten, met de mensen in de kamer. Wat ik leuk vind aan mezelf en mijn leven, is familie, verbinding, stilte, mededogen, vriendelijkheid, vrijgevigheid, authenticiteit, leren, genezen, mensen helpen en in overeenstemming leven met mijn hoogste waarden. Oh ja, ik hou ook van wandelen op de prachtige stranden hier in Nova Scotia.

Ik zeg niet dat ik perfect ben of dat ik nooit lijd. Het gaat in het leven niet om perfectie of heiligheid. Het gaat om de diepe complexiteit en tederheid van het menselijk leven te erkennen. Het gaat om acceptatie en waardering en liefde voor mezelf als een mens die haar best doet. Dat is genoeg voor mij.

Begeleide Inquiry Oefening (in het Engels): https://youtu.be/Po9tUpqHIlA

Geïnteresseerd? Doe met me mee in een nieuwe cursus

Neem contact op via: [email protected]  http://lynnfraserstillpoint.com/blog/