Home » Blog » Hanneke Geraeds-de Vries

Tag: Hanneke Geraeds-de Vries

Het gebruik van de Unfindable Inquiry om op zoek te gaan naar ‘de ander’: een voorbeeld

Door Scott Kiloby; vertaald door Hanneke Geraeds-de Vries.  

In deze inquiry hielp ik Tom de Unfindable Inquiry gebruiken voor zijn zoon, Brandon, die net zijn familie had ingelicht dat hij homo is. Merk op hoe ik Tom een richting gewezen heb waarbij hij niet zomaar hoefde te geloven wat hij dacht. Ik heb hem geholpen om zijn diepste overtuigingen over zijn zoon en over homo’s en vrouwen in het algemeen aan de kaak te stellen.

Tom:
Mijn zoon, Brandon, heeft me net verteld dat hij homo is en ik geloof dat homoseksualiteit verkeerd is. Toen hij kind was, wist ik dat hij vrouwelijker was dan andere jongens. Ik stopte het weg. Ik wilde dat hij zich ‘vermande’. Maar dat deed hij niet. Ik vraag me af of ik iets verkeerds gedaan heb. Of ik wel een goede vader voor hem geweest ben.

Scott:
Kun je je zoon vinden?

Tom:
Ja, hij is mijn zoon. Natuurlijk kan ik dat. Hij heeft zijn hele leven bij me gewoond. Ik ken hem echt heel goed.

Scott:
Ik vroeg niet of je hem kende of met hem in een huis gewoond hebt. Ik vroeg of je hem kunt vinden. Is het woord “Brandon” je zoon, Brandon?

Tom:
Nee, dat is alleen maar de naam die wij hem gaven bij zijn geboorte.

Scott:
Is het woord “zoon”, Brandon, als je naar dat woord, uitgespeld in je gedachten, kijkt, of ernaar luistert in je hoofd?

Tom:
Nee, het is alleen maar een woord.

Scott:
Zijn de woorden “Brandon is homo”, je zoon?

Tom:
Ja, zo voelt het wel. En het voelt helemaal niet goed.

Scott:
Als woorden voelen als je zoon, betekent dit alleen maar dat er fysieke sensaties aan vast zitten. Deze fysieke sensaties zijn er soms onbewust. Met andere woorden: je bent je er dan niet meteen bewust van dat ze opkomen. Ga er daarom nu met je aandacht naar toe. Welke emotie of fysieke sensatie treedt er op als je de gedachte “Brandon is homo” hebt?

Tom:
Verdriet en een beetje gêne. En schaamte omdat ik gêne voel.

Scott:
Is het woord “verdriet”, je zoon Brandon?

Tom:
Nee, dat is gewoon een woord.

Scott:
Hoe zit het met de woorden “gêne” en “schaamte”? Zijn die woorden je zoon? Neem de tijd. Kijk goed naar elke gedachte totdat die begint te vervagen.

Tom:
Nee, alleen maar woorden.

Scott:
Laat die woorden dan gewoon ontspannen. Laat ze vanzelf verdwijnen. Ga met je aandacht naar je lichaam en ervaar rechtstreeks hoe gêne en schaamte voelen als je er geen woorden aan geeft.

Tom:
Ja, ik voel het nu. Het voelt erg ongemakkelijk. Ik merk dat ik aan deze gevoelens wil ontsnappen.

Scott:
Als je geen woorden geeft aan de fysieke sensatie in je lichaam, is het je zoon, Brandon?

Tom:
Nee, het zijn alleen maar gevoelens.

Scott:
Laat deze gevoelens uit zichzelf tot rust komen, alsof je geen motief had om ze weg te duwen of ze te laten blijven.

Tom:
Zodra ik ze voelde, werden ze intenser. Ik merkte een verlangen op om uit mijn lichaam en terug naar het denken te gaan. Maar ik bleef erbij en nu zijn ze aan het verdwijnen.

Scott:
Zijn de woorden “Homoseksualisteit is verkeerd”, je zoon Brandon?

Tom:
Nee, ik weet dat dat gewoon woorden zijn.

Scott:
Let goed op je lichaam als je antwoord geeft. Reageert je lichaam op de gedachte “Homoseksualiteit is verkeerd”?

Tom:
Ja, ik voel een sterke contractie in mijn onderbuik.

Scott:
Zijn de woorden “Ik voel een sterke contractie in mijn onderbuik”, je zoon Brandon?

Tom:
Nee, die woorden zijn niet mijn zoon.

Scott:
Laat deze woorden even gaan en ervaar de contractie door er op een vriendelijke manier met je aandacht heen te gaan. Merk enkel op dat er een innerlijke ruimte in je lichaam is, die zich gewaar is. Laat die ruimte zich gewaar zijn van de fysieke sensatie zonder er een etiketje aan te geven. Neem alle tijd die je nodig hebt. Is die fysieke sensatie, je zoon Brandon?

Tom:
Ja. Op de een of andere manier voelt het zo aan. Of het is nauw verwant aan hem.

Scott:
Telkens als een fysieke sensatie aanvoelt als iemand, betekent dit alleen maar dat er nog enkele woorden of beelden bij opkomen. Kun je woorden of beelden zien, welke dan ook?

Tom:
Ja. Ik kan niet geloven wat ik nu wil gaan zeggen, maar wat bij me opkwam was “Mijn mannelijkheid wordt uitgedaagd”. Wauw, Brandon’s homoseksualiteit raakt mij persoonlijk, mijn eigen gevoel van een man te zijn. Ik zie nu hoe de maatschappij mijn beeld van hoe een man hoort te zijn gevormd heeft. En dat heeft niets te maken met Brandon.

Scott:
Het heeft ook niets met jou te maken.

Tom:
Dat vind ik moeilijker om in te zien.

Scott:
Gebruik deze inquiry om later naar die overtuiging te kijken. Laat voor nu de woorden “Mijn mannelijkheid wordt uitgedaagd” even weg vallen. Kijk gewoon rechtstreeks naar de gedachte en volg hoe die verdwijnt. Voel dan de fysieke sensatie van de contractie, zonder woorden of beelden erbij. Is die fysieke sensatie, je zoon Brandon?

Tom:
Nee, en ik ben het ook niet. Het is gewoon een fysieke sensatie. En ik kan nu voelen hoe het tot rust komt. Grappig hoe ik kon denken dat het Brandon was en ook dat ik het was.

Scott:
Kijk naar een mentaal beeld van Brandon toen hij een jong kind was, die in jouw ogen vrouwelijk leek. Is dat beeld, Brandon?

Tom:
Het is een beeld van hem, ja. Dat is hij toen hij een kind was. Eigenlijk probeer ik dat beeld zoveel mogelijk uit mijn hoofd te zetten. Jij kwam er mee aanzetten en ik kan zien dat ik dat beeld aanzie voor hem.

Scott:
Laat het beeld op een natuurlijke manier wegvagen door er alleen maar naar te kijken. Welke emotie of fysieke sensatie komt er op?

Tom:
Ik voel me verdrietig en teleurgesteld.

Scott:
Zijn de woorden “Ik voel me verdrietig en teleurgesteld”, je zoon?

Tom:
Nee.

Scott:
Hoe zit het met de fysieke sensatie van verdriet en teleurstelling als je daar geen woorden aan geeft?

Tom:
Ja, die fysieke sensatie voelt als Brandon.

Scott:
Dat betekent alleen maar dat er wat woorden of beelden in je gedachten opkomen. Welke?

Tom:
Ik schaam me om dit te zeggen. De gedachte Vrouwen zijn zwak kwam in me op, tegelijkertijd met de gedachte Brandon ziet er ook zwak uit. Het is behoorlijk pijnlijk te zien dat ik dit geloof. Waarschijnlijk denk ik zo over alle vrouwen, inclusief mijn vrouw.

Scott:
Is de gedachte Vrouwen zijn zwak, je zoon?

Tom:
Ha ha! Nee, helemaal niet. Ik zie dat dit vooral over mij gaat, mijn ideeën over mannelijkheid en zelfs mijn angst voor vrouwen of vrouwelijke energie. Het voelt bedreigend.

Scott:
Zijn de woorden “Het voelt bedreigend”, je zoon Brandon?

Tom:
Eerst leek dat zo, maar toen ik met mijn aandacht naar mijn lichaam ging en de angst gewoon voelde zonder het angst te noemen, was het niet zo erg. Het spoelde weg. Dus, nee, hij is niet die woorden. En hij is niet die fysieke sensatie.

Scott:
Is die fysieke sensatie, je vrouw of vrouwen in het algemeen?

Tom:
Nee, dat lijkt volslagen belachelijk nu.

Scott:
Kijk naar de woorden “Ik ben geen goede vader voor hem geweest”. Zijn deze woorden, Brandon?

Tom:
Nee.

Scott:
Neem even een moment om hier en nu te rusten, terwijl je alles op laat komen, elke gedachte, emotie of fysieke sensatie. Kun je Brandon, je zoon, vinden?

Tom:
Niet echt. Ik zie wel een beeld van hem waarin hij met een man kust. Dat voelt als Brandon.

Scott:
Merk je een emotie of fysieke sensatie op, die opkomt?

Tom:
Ja, afschuw. Ik laat dat woord vallen om te voelen hoe afschuw voelt als ik er geen etiket op plak. Eens kijken… is deze fysieke energie, Brandon? Nee, hij is het niet. En als ik weer naar dat beeld kijk, zie ik dat hij het niet is. Dat beeld en deze fysieke sensatie hebben te maken met mijn eigen overtuigingen over mannelijkheid en homoseksualiteit.

Scott:
Kun je Brandon vinden?

Tom:
Ja. Hij zit nu thuis.

Scott:
Is dat mentale beeld waarin hij thuis zit, je zoon Brandon?

Tom:
Oh, dat is interessant! Nee, dat is gewoon weer een ander mentaal beeld. Ik weet eigenlijk niet eens of hij nu thuis is. Jee, ik ontdek nu iets geweldigs! Alles waarvan ik dacht dat het Brandon was, is een gedachte, met emoties en fysieke sensaties. Ik voel zoveel ruimte nu, zo’n rust en lichtheid rondom de hele kwestie van het homo zijn van Brandon. Ik zie ook dat ik van hem houd. Ik bedoel… Ik hou van mijn verhaal over hem. Ik zie in dat ik altijd al alleen maar een verhaal over hem had. Het lijkt alsof ik hem nog nooit ontmoet heb. Ik heb hem nooit laten zijn wie hij is. Ik wilde dat hij voldeed aan mijn beeld van hem. En dat kwam grotendeels uit mijn overtuigingen over mannen en vrouwen en homoseksualiteit. Dit is zo’n bevrijding van dat alles.

 

De Unfindable Inquiry toepassen in je dagelijkse leven

Het was zo aangrijpend om er getuige van te zijn hoe Tom zich ineens realiseerde dat hij niet met zijn zoon om was gegaan zoals zijn zoon werkelijk was. Hij nam onterecht aan dat innerlijke woorden, beelden en fysieke sensaties een objectieve, op zichzelf bestaande zoon vormden. En de woorden en beelden waren grotendeels beïnvloed door zijn culturele overtuigingen over mannelijkheid, vrouwelijkheid en homoseksualiteit.

Vanaf onze geboorte worden we overspoeld met de gangbare overtuigingen van de cultuur waarin wij leven. Deze overtuiginen definiëren en vormen wie we zijn en wie we denken dat anderen zijn. Als we naar anderen kijken, kijken we vaak naar onze eigen projecties en angsten. Maar dat wordt pas duidelijk als we rechtstreeks naar de woorden en beelden kijken en de fysieke sensaties direct voelen die in ons opkomen en weer verdwijnen.

Nu je gezien hebt hoe je de Unfindable Inquiry op deze manier kunt gebruiken, kun je het in je eigen dagelijkse leven gaan toepassen. Hoe zie jij je echtgenoot, je moeder, je baas, je buurman, je politieke leiders, je vrienden en je vijanden? Bij elke persoon die je ontmoet, kijk rechtstreeks naar de gedachten die in je opkomen. Doe deze inquiry. Merk op in welke mate je emoties en fysieke sensaties een rol spelen bij wat je over iemand gelooft. Ga niet analyseren. Gebruik alleen maar de Unfindable Inquiry om de ander te vinden.

De Unfindable Inquiry kan op diverse niveau’s van onze menselijke ervaring ingezet worden. Stel je eens voor dat politiek leiders de Unfindable Inquiry zouden toepassen op andere politiek leiders bij het overwegen om wel of niet tot oorlog over te gaan. Stel je een verkrachter voor die de Unfindable Inquiry doet voordat hij toegeeft aan zijn impulsen. Stel je een boze moeder voor die de Unfindable Inquiry toepast  voordat ze uitvliegt tegen haar kind. Stel je de politieke deskundigen op TV voor die de Unfindable Inquiry doen voordat ze een tirade afsteken over wat er allemaal mis is met de wereld van vandaag. Het enige wat nodig is om de Unfindable Inquiry toe te passen is om open te staan om eens op een andere manier te kijken in plaats van onmiddellijk te geloven dat je gedachten objectief waar zijn. En als je de lange historie bekijkt van al het leed dat de mens elkaar heeft aangedaan, kun je niet ontkennen dat we toe zijn aan een andere manier van kijken.

Uit Scott’s boek: “The Unfindable Inquiry: One Simple Tool to Overcome Feelings of Unworthiness and Find Inner Peace” 

The Unfindable Inquiry is als paperback of als e-book verkrijgbaar bij bol.com.

Uit de patstelling van pesten; een stappenplan voor alle betrokkenen

Door Hanneke Geraeds-de Vries.

Pesten is een groot maatschappelijk probleem. Onder jongeren komt pesten het meest voor op school, maar ook digitaal pesten vindt steeds vaker plaats (NJI, 2016, 2017). Ook volwassenen worden gepest; op het werk (FNV, 2018), in de buurt of in het verzorgingstehuis (Rickandie, 2011). De gevolgen van pesten kunnen zeer ernstig zijn, zowel op korte als op lange termijn (Kolstein, 2006; Reijntjes, 2010) en voor alle betrokkenen (Goossens, 2012, p. 30; Nishina, 2005). Het in dit artikel beschreven zevenstappenplan op basis van de Living Inquiries (Scott Kiloby) laat zien welke stappen jij kunt nemen als je last hebt van pesten.

De huidig aanpak op scholen richt zich vooral op het inzetten van gedragscodes, sociale vaardigheidstrainingen, extra surveillance, disciplinerende maat- regelen en cognitieve gedragstherapeutische benaderingen (Goossens, 2012, pp. 145-220; Yabko, 2013, p. 3). Met andere woorden: zorg dat je het juiste gedrag vertoont anders word je gestraft, ofwel door de leerkracht ofwel door de pestkop.

Betrokkenen bij een pestsituatie weten wel wat ze zouden moeten doen en willen het ook, maar lijken bij een confrontatie telkens weer te vervallen in reflexmatige reacties en gewoontes (Yabko, 2013). De huidige aanpak lijkt de betrokkenen onvoldoende handvatten te bieden om dit te veranderen (Androu, 2007).

Weet jij wel wat je zou moeten doen als je met pesten geconfronteerd wordt, maar reageer je altijd op dezelfde, niet-helpende manier? Dan kan dit zevenstappenplan behulpzaam zijn; of je nu gepest wordt, pest, meeloopt met de pester, een omstander bent, ouder bent of broer of zus, in vertrouwen genomen bent of de verantwoordelijkheid hebt over de groep waarin gepest wordt.

Als je handelt vanuit welbevinden, ook wel natuurlijke rust (Kiloby) of mindfulness (Kabat-Zinn, 2005), dan volgt de juiste actie op een natuurlijke manier en in harmonie met jezelf en met je omgeving (Dameron, 2015; Garofolo, 2012; Schonert-Reichl, 2015). De Living Inquiries van Scott Kiloby vormen een (zelf)onderzoeksmethode waarop het zevenstappenplan uit dit artikel gebaseerd is.


Last
Wie je ook bent, hoe je situatie ook is en welke rol je ook in de pestsituatie hebt, de last die jij ervaart bestaat uit wat je voelt en denkt. Dat wat je voelt zijn fysieke sensaties. Dat wat je denkt zijn woorden of beelden. Ga maar na. Denk eens terug aan een keer dat je last had van pesten. Zie je de situatie voor je? Misschien zijn er ook nog woorden die je hoort in je gedachten? Ontdek de fysieke sensatie(s) die gepaard gaan met deze beelden en/ of woorden. Voel je dat de fysieke sensatie opkomt zodra je aan die situatie denkt? Het lijkt of het gevoel vastgeklit zit aan de gedachten. Scott Kiloby noemt dit het ‘Velcro-effect’ (letterlijk: het klittenbandeffect): woorden (zwarte Bunchems), beelden (groene Bunchems) en/of fysieke sensaties (rode Bunchems) (Zie foto hierboven). Het aan elkaar klitten van deze elementen maakt dat je het als last ervaart. Om van de last af te komen is het dus zaak om dit kliteffect ongedaan te maken door elk onderdeeltje apart: 1. vast te pakken, 2. te isoleren van de rest en 3. het te laten verdwijnen, zodat het niet opnieuw gaat klitten.


Zevenstappenplan

Stap 1. Waar heb ik last van?
Wanneer had je voor het laatst last van pesten? Hoe verschijnt dat nu aan je: zijn het woorden, beelden of fysieke sensaties, of een combinatie (kliteffect)? Het is mogelijk om op een voor jou geschikt moment aan de last te werken. Je bent dus niet per se aangewezen op het moment van de confrontatie zelf.

Stap 2. Wat vraagt nu de meeste aandacht?
Als fysieke sensaties de boventoon voeren ga je na waar je precies de fysieke sensatie in je lichaam voelt. Voel je het op een plek, of op meerdere plekken? Als het er meerdere zijn, voel dan welke het meest om aandacht vraagt. Zijn ze gelijkwaardig, neem ze dan samen als uitgangspunt. Kun je niet meteen aanwijzen waar in je lichaam je het voelt, vraag je dan af of je het over je hele lichaam voelt. Zo ja, dan neem je deze fysieke sensatie als uitgangspunt. Zo nee, scan dan je lichaam al voelend van je hoofd langzaam naar beneden, net zo lang totdat je de fysieke sensatie tegenkomt. Zodra je de fysieke sensatie gelokaliseerd hebt, geef je er een cijfer aan tussen de 0 en de 10. 0 Betekent dat je helemaal niets voelt, 10 dat het bijna niet te hebben is. Schrijf het eventueel op. Zo kun je bijhouden of de fysieke sensatie verbetert en verdwijnt.

Stap 3. Rust er natuurlijk mee

1. Vastpakken
Vervolgens raak je de fysieke sensatie als het ware van binnen aan: Voelt de fysieke sensatie hard of zacht? Voelt het geconcentreerd op een plek of verspreid over een groter gebied? Voel je het continu of wordt het onderbroken? Voelt het warm of koud? Wat valt je nog meer op aan deze fysieke sensatie? Verzeker jezelf ervan dat je steeds alleen maar blijft voelen. Soms verschijnen er heel subtiel beelden bij, bijvoorbeeld van de locatie van het gevoel. Is dit het geval, bekijk het beeld even en ga dan weer van kijken naar voelen. Eventueel kun je het tekenen of ergens noteren voor een later zelfonderzoek.
Als er zich beelden aan je opdringen ga je na of het beeld stilstaand is, zoals bij een foto. Of bewegen ze als in een film? Al naar gelang wat er verschijnt, kijk je ernaar alsof je naar een foto of een fotocollage kijkt aan de muur of een film in de bioscoop of op televisie: merk de verschillende kleuren en de verschillende vormen op.
Zie je woorden, ga dan met je aandacht naar de letters. Zijn ze getypt of handgeschreven? Zijn het blokletters of niet? Hoor je woorden? Luister dan aandachtig of ze hard of zachtjes klinken. Wat is de toon waarop het gezegd wordt (vriendelijk, gemeen)? Is de toonhoogte hoog of laag? Wiens stem is het eigenlijk?

2. Isoleren
Tast al voelend, kijkend of luisterend de grens af van de fysieke sensatie, beelden of woorden. Waar beginnen ze, waar eindigen ze? Zijn er ook tussengrenzen?
Merk de verschillen op tussen het voelen van de fysieke sensatie en hoe het daarbuiten voelt; tussen wat je ziet als je naar het beeld of letter kijkt en daarbuiten; tussen het horen van woord(en) en ze niet meer horen.


Stap 4. Gaat het weg?

3. Verdwijnen
Bekijk, beluister of bevoel het en volg wat ermee gebeurt. Het is heel belangrijk dat je alleen maar volgt. Soms willen we dat iets weggaat of dat het verandert, en soms juist dat het blijft. Als dit gebeurt, merk dan op dat dit ook weer gedachten zijn; woorden en/of beelden dus. Neem ze waar en verplaats dan je aandacht weer terug naar datgene waar je mee bezig was, voordat deze extra woorden en/of beelden opdoken.
Benader het alsof je het voor de eerste keer ontdekt. En misschien is het ook de eerste keer dat je het op zo’n manier de volle aandacht geeft. De kans is groot dat er dan ook echt wat te ontdekken valt. Je doet er dus niks mee, alleen maar kijken, luisteren of voelen. Wat gebeurt er? Verdwijnt het? Zo ja, ga dan terug naar stap 1 en check of er nu nog iets is waar je last van hebt. Zo ja, doorloop hiermee dan het proces opnieuw.
Verdwijnt het niet, ga dan naar stap 5.


Stap 5. Verandert het?
Als het verandert, dan zijn er andere fysieke sensaties, woorden of beelden die we moeten isoleren. Ga weer naar stap 2 en onderzoek deze verandering.
Is dit niet het geval, ga dan verder bij stap 6.


Stap 6. Is het eng?
Is het eng of vormt het een dreiging? Dan zijn er andere fysieke sensaties, woorden of beelden die we moeten isoleren. Ga weer naar stap 2 en onderzoek deze dreiging.
Zo nee, ga dan verder bij stap 7.


Stap 7. Laat het me iets doen?
Check of je de neiging hebt om iets te gaan doen of juist iets te laten.
Zo nee, ga dan weer naar stap 2 en onderzoek datgene dat nu om aandacht vraagt.
Is dat wel het geval, onderzoek dan waar die neiging nu precies vandaan komt en diep dit antwoord uit door weer naar stap 2 te gaan.

Door op deze manier de drie onderdelen van de last volledige aandacht te geven, er op een natuurlijke manier mee te rusten, vermindert deze last. De klittenbal raakt ontklit. Als je de volgende keer in een vergelijkbare pestsituatie komt, word je er minder of niet meer door gehinderd. Concreet betekent dit dat je minder of niet meer automatisch overgaat tot het oude, onwenselijke gedragspatroon, dat niet helpend is in de pestsituatie.
Het uitblijven van dit reflexmatige gedragspatroon biedt ruimte voor creatieve mogelijkheden en oplossingen. Je ervaart dan meer keuzevrijheid. Misschien maak je gebruik van de aangeleerde gedragsregels. Misschien ontstaat er wel een uniek en creatief antwoord op de pestsituatie dat door zijn originaliteit veel meer indruk maakt en mogelijk anderen inspireert.


Voordeel
Zolang er op een dieper niveau een klittenbal van woorden, beelden en fysieke sensaties aan blijft zetten tot reflex- en patroonmatig gedrag, is elke gevraagde gedragsverandering een brug te ver (Nie, 2016) (nl.wikipedia.org/wiki/Amygdala, n.d.). Het zevenstappenmodel gebaseerd op de Living Inquiries maakt dit kliteffect ongedaan. De betrokkenen in een pestsituatie kunnen zich dan weer vrij bewegen, denken en uiten. Zo zijn ze wel in staat het geleerde toe te passen of zelfs met een creatieve, mooiere oplossing te komen.


Nadeel
Het is in het begin onwennig en het vraagt een zekere moed om aan te kijken en te voelen wat je een groot deel van je leven uit de weg bent gegaan. Je kunt het vergelijken met een spier die nog getraind moet worden. Het kan saai lijken en kost tijd. Maar ditzelfde kan gezegd worden van het trainen voor een marathon.


Conclusie
Blijven doen wat onvoldoende werkt is geen optie zolang de gevolgen van pesten zo ernstig zijn. Laten we ieder onze eigen verantwoordelijkheid nemen, als gepeste, pester, meeloper, omstander, gezinslid, vertrouwenspersoon of groepsverantwoordelijke. Vergeet niet dat wijzelf last hebben van de situatie. Wij zijn zelf de enigen die aan deze last, en dus ons eigen welzijn, kunnen werken. Als we dan weer in een pestsituatie terechtkomen, kunnen wij vrij op onze unieke en eigen manier wel tot adequate actie komen (Napoli, 2005; Wisner, 2010). We hebben geen last meer en het pesten is aangepakt: een winwinsituatie.

Hanneke Geraeds-de Vries is zelfstandig gevestigd, en werkt als facilitator Living Inquiries en (stress)coach. Met behulp van de Living Inquiries biedt zij begeleiding aan cliënten, zowel volwassenen als kinderen, die gebukt gaan onder stress of last hebben van pesten.  Voor meer info zie: www.Stress2Balance.nl.