Home » Blog » gewaarzijn

Tag: gewaarzijn

Iemand die over me waakt…

Door Melanie Balint Gray, vertaald door Pleun Vermaas.

Tegenwoordig merk ik dat ik terugblik op recente, moeilijke ervaringen om te zien of ik ze vanuit een ander perspectief kan zien. Ik vind het fijn als blijkt dat er een nieuwe kijk is ontstaan. Vooral sinds ik me er bewuster van ben dat mijn eerste standpunt nooit de enige hoek is van waaruit je het leven kan bezien. Op een herfstige namiddag, toen ik dit zo na aan het gaan was, werd ik verrast door wat ik ontdekte.

Een jaar geleden moest mijn man chemotherapie ondergaan. Dit gebeurde in zes  rondes. De hoge doseringen prednison die ze hem gaven, maakten het slapen hem haast onmogelijk, verhoogden zijn angstgevoelens en legden zijn zenuwstelsel helemaal bloot als het ware; alle gevoelens kwamen ongefilterd binnen. Dit duurde vijf tot zeven dagen na iedere ronde chemotherapie. Het was zo vreselijk zwaar voor hem. En zo zwaar voor mij.

Op een gegeven moment werden zijn uitputting, angst en boosheid zo extreem; dat had ik nog nooit zo bij hem gezien. Ik hoorde een stemmetje in mijn hoofd dat me zei dat ik moest vertrekken. Dat ik hier niet kon blijven. Een hotel. Ja, dat was het, ik zou naar een hotel gaan. De woorden kwamen op en gingen voorbij. Maar ik merkte dat ik bleef staan, met mijn voeten stevig op de vloer. Ik keek hem aan terwijl hij van emotie naar emotie geslingerd werd. Het was alsof mijn lichaam een schok kreeg bij elk woord dat hij schreeuwde en bij iedere nadrukkelijke beweging. Toch bleef ik gewoon staan. Stevig op de grond.

Was ik gek? Waarom luisterde ik niet naar die stem? Waarom zocht ik geen schuilplaats voor de storm die op komst was?

Nu ik op dit scenario terugblik, zie ik dat het niet alleen de mij wel bekende gewoonte was om me terug te trekken en me af te sluiten. Er was ook een tegenkracht om te blijven zitten, stil te worden en openlijk de golven van de uitbarsting te verwelkomen. Het was alsof een ongedefinieerde gids me op die plek hield. Ik wist dat dit niet persoonlijk was. Het voelde alsof hij die energieën moest laten stromen. Voor mij leek het me goed om zijn uitdrukking van de pijn te zien. Ik wilde dat proces niet hals-over-kop doorbreken. Ik wilde er getuige van zijn.

Vreemd genoeg voelde ik dat ik veilig was. Het was niet het veilige gevoel dat vergezeld gaat met een volledig kalm zenuwstelsel. Nee, verre van dat! Ik trilde als een rietje. Ik ging steeds in en uit de angst. Maar toch wist ik dat ik veilig was. Het was zo vreemd, bizar.

En er was iets of iemand die de hele situatie gadesloeg. Het aanwezige deel van mij dat me overal vergezelt (en dat altijd al heeft gedaan, ook al was ik me niet bewust van die aanwezigheid) was er nu heel  duidelijk. Het registreerde elke schokgolf die door mijn zenuwstelsel stroomde. Het registreerde elke verkramping van de borst, waardoor ademen moeilijk ging. Zij was er! In feite was zij mij:een alert, open en bewust Mij.

Misschien was ik veilig omdat ik wist dat zij over me zou waken; of ik nou stokstijf bleef staan of wegrende of pas op de plaats maakte. De beveiliging zat hem in het gezelschap: ik en Ik. Die ik, die met deze menselijke situatie worstelde, was in het gezelschap van deze opmerkzaamheid. En deze opmerkzaamheid, noem het Aanwezigheid of Gewaarzijn als je wil, was er al die tijd.

Hier begin ik te stotteren en te struikelen in mijn poging om de juiste woorden te vinden die recht doen aan wat ik ervoer. Op de een of andere manier leek deze reünie van ik en Ik een andere uitkomst mogelijk te maken. Zo kon ik er niet alleen voor mezelf zijn, ik kon eveneens standvastig mijn man bijstaan. Niet dat het er uitzag alsof ik alles onder controle had; iedere voorbijganger zou me waarschijnlijk als…, oh, ik weet het niet…, misschien als een idioot bestempelen. Maar dat was niet de hele ik, die op dat moment beschikbaar was. Ik was een duo. Ik en ik. Soort van.

Ik had je al gezegd dat het erg lastig is om over deze materie te schrijven!

Dit soort beveiliging is niet en is nooit afhankelijk geweest van iets dat van buitenaf komt zoals een persoon, een gewild object, een inbraakalarm, een wapen of een of andere vorm van afleiding.

Er is, was en is altijd iemand geweest die over me waakte…

Spiegeltje, spiegeltje aan de wand, wie is het mooiste van het land?

Door Melanie Balint Gray, vertaald door Pleun Vermaas.

Spiegels zijn een groot stuk van mijn leven een vijand voor mij geweest. Of ik er nou inkeek om mijn tanden eens een goede flosbeurt te geven, met lipstick en mascara de boel een beetje op te pimpen of gewoon even de snelle hoofd-schouder-knie-en-teen check te doen voor ik de deur uitging, die dingetjes voelde vaak als het startschot voor enorme bakken zelfkritiek. Degene die in de spiegel keek (ik???) kon altijd wel IETS vinden dat mis was met dat beeld in de spiegel (was ik dat ook???) – een scheve tand, scherpere kraaienpootjes, dikke dijen, ballonkuiten; kortom een eindeloze lijst van al mijn tekortkomingen!!! Hetzelfde gold voor profielfoto’s, snapshots, videobeelden etc. Het oog dat al deze beelden aan een inspectie onderwierp was ALTIJD KRITISCH en de eindconclusie was dat de meid die erop te zien was simpelweg niet voldeed. Waaraan? Aan wie? Een of andere standaard die ik zelf overgenomen had. Hoe dan ook, het voelde in ieder geval beroerd.

En ik weet dat ik hier niet alleen in sta. Vele vrienden van me reageren hetzelfde als ze geconfronteerd worden met een eigen snapshot of foto. Ik zie het gebeuren: ze krimpen ineen of kijken meteen de andere kant op om hun gezicht maar niet te hoeven zien. Sommige biechtten op dat het zien van een eigen foto hen aan het huilen kon krijgen. Het is triest als je bedenkt hoe vele van ons, en niet enkel vrouwen, zo diep gevangen zitten in een veroordeling van ons lichaam, dat ons zo barmhartig door het leven draagt. Het is belachelijk te denken dat al die verschillende lijven kunnen voldoen aan de ‘ideale maten’. Maten die je aantreft in de bladen of advertenties.

Ik zie wel waar de vernietigende zelfkritiek op mijn eigen lichaam vandaan komt:

  • een onschuldige opmerking van mijn moeder, die met haar vinger wijst naar de vrouw aan de overkant en zegt dat zij er zo hip en slank uitziet;
  • sprookjes zoals Sneeuwwitje en alle andere sprookjes met prinsessen die benadrukken hoe belangrijk het is om fysiek mooi te zijn en daardoor iedereen die niet aan het gangbare schoonheidsideaal voldoet buitensluit;
  • Hollywood, het Amerikaans bastion; de filmwereld vol pracht en praal;
  • mijn vader die regelmatig zijn Army Air Corps dieet (biefstuk en een berg ijsbergsla met olie en azijn) uit de kast haalde om zijn taille wat aan te scherpen (en om een tijdje ‘droog’ te staan, geen alcohol te drinken)… (Bah, hoeveel diëten heb ik wel niet uitgeprobeerd?!);
  • mijn moeder die zich opgedoft heeft voor weer een ambassadeursfeestje en mij (haar kleine dochter, godbetert!) met een zorgelijk gezicht vraagt: “Lieverd, wat denk je? Zie ik er goed uit zo?” (Oh gut, volgens mij deed ik dat bij MIJN dochter net zo!!!);
  • willekeurige mensen die tegen me zeiden: “Oh, wat zie je er beeldig uit in die jurk!”;
  • mijn moeder, die zo bang was dat ze te dik was zoals ze ooit (alleen maar een beetje) als jongvolwassene is geweest, die haar angst naar buiten projecteerde en zich niet inliet met dikke mensen. Ze liep liever met een grote boog om hen heen.

De bovenstaande lijst invloeden geeft me inzicht. Eerst was ik alleen maar pissig en vol wrok; geschokt omdat ik als jonkie onderworpen werd aan zulke kortzichtige opvattingen. Op den duur, door gewoon te zitten in dat vat vol wrok en boosheid op iedereen die zo attent was om mij op die standpunten te attenderen, totdat ik alleen nog maar een spons van zelfhaat was, zag ik in dat ook zij waren geïndoctrineerd. Zij probeerden ook gewoon te voldoen aan het ideaalplaatje.

Dit gezien hebbende, zag ik dat dit het zoveelste voorbeeld was van het onbewust van generatie op generatie doorgeven van niet-onderzochte gedachten. Het werd me duidelijk dat ik deze erf-stok niet meer door wilde geven. Bij mij zou het stoppen. Maar hoe zou ik dat voor elkaar kunnen krijgen? Hoe kon ik deze valse spiegel laten barsten? Hoe te breken met deze haat jegens het lichaam, die zo’n gewoonte was geworden?

Ik besloot het volgende te doen: om mezelf te ontmoeten waar ik was, hier-en-nu, nog immer vol van zelfhaat en met een kritisch oog dat elke millimeter van mijn lijf met argusogen veroordeelde. Ik ontmoette mezelf eerst in de spiegel – een van mijn vertrouwde strijdtonelen. Dus ging ik onderzoeken. Ik keek en keek beter. Wat gebeurde er telkens als ik voor de spiegel stond? In het begin was het gewoon zeer a-relaxed. Het liefst wilde ik me supersnel omdraaien en weglopen, zodat ik die afkeer van mijn lijf niet hoefde te voelen of de zinnen die in mijn hoofd voorbijraasden, over hoe beneden peil mijn looks wel niet waren, niet hoefde te horen: waarom ik niet beter voor mezelf kon zorgen en hoe ik me ooit op een feestje zou kunnen vertonen, zonder die eeuwige tentjurk van me, enz.

Dit ging een poosje zo door. Toch bleek, tegelijk, dat ik mij beter kon concentreren op mijn spiegelbeeld. Mijn beeld en ik brachten zo meer tijd met elkaar door. Soms met tranen over mijn (en haar!) wangen. En soms bekeken we elkaar gewoon, ontmoeting van oog-in-oog en was er weinig commentaar. Was me dat even een verschil!

Op een dag werd ik me ervan bewust dat er nog iemand anders was bij het onderonsje met mijn spiegelbeeld. Al kon ik dit wezen niet echt zien, toch voelde ik vaag de aanwezigheid ervan. Na een tijdje ving mijn bewustzijn een glimp op van deze ‘persoon’. Als in een flits. Het was alsof ik een vluchtig beeld van ‘mijn perfecte ik’ zag – een soort samengestelde lichaamsvorm waarin verschillende vrouwen (vriendinnen, vreemdelingen, beroemdheden) verwerkt zaten; vrouwen die, in mijn beleving, allemaal een of meer aspecten van het ‘perfecte’ lichaam bezaten.

Wauw, hé! Ik realiseerde me dat dit beeld van die ‘perfecte ik’ er altijd al was geweest en gewoon naast me stond terwijl ik met mijn spiegelbeeld driftig in discussie was OF geheel tevreden mijn looks aan het lofprijzen was. Ik had er stomweg jarenlang overheen gekeken. Omdat mijn aandacht alleen maar gericht was op mijn reflectie, kon ik het vage ideaalplaatje daar in de rechterhoek niet zien.

In die spaarzame momenten, wanneer ik mijn spiegelbeeld gewoon ‘normaal’ kon ontmoeten, zonder dat zelfveroordeling om de hoek kwam zeilen, was ‘zij’ er niet bij.

Alleen wanneer ik in tweestrijd stond met mijn mening over mijzelf – opgesplitst tussen mijn eigen spiegelbeeld en een heel vage weerspiegeling van hoe ik dacht dat ik eruit ZOU MOETEN zien – was ze er ineens wel. Maar als ‘zou zo moeten of zus’ geen grip op me kregen, dan was ze er niet. Zodra ik de vormen en kleuren met een neutrale blik kon bekijken was er geen ‘ander’ die mee gluurde op rechts.

Het zijn deze maatstaven, die ik mezelf eigen gemaakt heb, deze geadopteerde lijstjes van wat acceptabel is en wat niet; onbewust sjouwde ik die rugzak al heel lang met me mee. Aangezien mijn onderbewuste me veelal aanspreekt in beelden – meestal vluchtig van aard – in plaats van alleen maar in gesproken of gevisualiseerde woorden, heeft het me wel wat tijd gekost om er bedreven in te raken om deze flitsen van vage, kortstondige beelden te vangen.

Bovendien, toen ik dat eenmaal onder de knie kreeg en steeds meer spookbeelden uit de lucht kon vangen, ontstond bij mij het vertrouwen dat dit een manier was waarop mijn onderbewuste me iets wilde vertellen of laten zien. Het waren niet zomaar willekeurige beelden. Dus lette ik op of een vaag beeld dat verscheen in mijn bewustzijn, een reactie in mijn lichaam opriep. Zo ja, dan bekeek ik het plaatje beter om te ontdekken wat het me wilde zeggen. Als er geen fysieke reactie kwam, dan nam ik aan dat dat inhield dat ik niet onbewust een betekenis toe kende aan dat vage beeld.

Hierdoor werd mijn vermogen om ‘te horen’ wat mijn onderbewuste me wilde vertellen steeds verfijnder. Ik raakte meer en meer vertrouwd met de wereld van symbolen en beeldentaal, waar ik eerder alleen op woorden afging. Wat een ontdekking!

Terwijl ik verder voortging op deze avontuurlijke reis, gebeurde er nog iets anders. Ik werd nieuwsgierig naar mijn samengestelde, perfecte ik en al die vrouwen die ik onbewust gebruikt had om haar te creëren. Hoe zat het dan bij al die vrouwen en wat ik van hen wist en hoe hun leven eruitzag, gebaseerd op wat ze me hadden verteld of wat ik over hen gelezen had? In plaats van te ontdekken dat zij gelukkig of tevreden waren met zichzelf, kon ik zien dat ook zij worstelden met die innerlijke criticaster en het continue gevoel beter te moeten zijn dan ze waren. Wat een giller!

Ik was onbewust bezig met streven naar wat ik dacht dat perfectie betekende (hun ideale maten, ja, ja) en zij, waarvan ik dacht dat ze gewoonweg perfect waren, liepen op hetzelfde ‘gekke-hoeden-pad’ als ik, gewoon een paar stappen voor mij uit!!

Toen dit goed tot me was doorgedrongen en ik me realiseerde dat al die vrouwen dezelfde innerlijke worsteling hadden als ik, maakte dat dat ik me heel normaal ging voelen. Ik werd aardiger voor de ‘ik’ in de spiegel en de ‘ik’ die in de spiegel keek. Tegenwoordig, als we zo naar elkaar staan te kijken, komt er soms wat zelfkritiek voorbij en soms ook niet. Wat het anders maakt is dat er nu een bewustzijn is van de uitwisseling tussen beide ‘ikjes’; een overkoepelende en meer omvattende observatie van wat er gaande is tijdens elk onderonsje.

En de erkenning van die samengestelde ik, die komt en gaat in de spiegel, werkt prachtig als een post-it memo om mezelf eraan te herinneren aan ALLE manieren waarop ik in mijn leven nog steeds verstrikt raak in vergelijkingen. Het heeft ertoe geleid dat ik nu meer let op de onderbewuste beelden van andere mensen die ik op andere gebieden van mijn leven als richtlijn heb gebruikt. Het is zo fijn om al die spoken uit de kast te halen. Zo kan ik ze tenminste echt goed zien en naar ze kijken!

Geloof hechten aan je eigen objectiviteit is een gotspe

Door Scott Kiloby, vertaald door Pleun Vermaas.

Heb je vaak ruzie met je partner? Zitten jij en je vriendin regelmatig te kissebissen? En heeft zij altijd gelijk? Of jij? Veel van de onenigheid in relaties kan worden toegeschreven aan het geloof dat we hechten aan onze eigen objectiviteit – dat wil zeggen dat we overtuigd zijn van de gedachte dat we andere mensen ervaren zoals ze werkelijk zijn. Zoals ik eerder al eens schreef, gaat geloven in je eigen objectiviteit hand in hand met geloven dat je een afzonderlijk individu bent. Een afgescheiden ik, kan enkel afgescheiden anderen zien. Zodra je dit onderscheid in gedachten gemaakt hebt, ontstaat de neiging te geloven dat jij, het subject, andere mensen en objecten precies kunt zien zoals ze zijn. Die neiging brengt je in een soort roes: je bent blind voor het feit dat elke keer dat je iets ziet, je eigenlijk niet (puur) aan het kijken, maar aan het denken bent. Je ziet niet dat je door een filter van gedachten kijkt.

Wanneer je overtuigd bent van je eigen objectiviteit, valt het je helemaal niet op dat het jouw woorden, beelden (je gedachten) en fysieke sensaties (je gevoelens en emoties) zijn, die de ander op een unieke manier, die kenmerkend is voor jou, afschilderen. Jouw woorden, beelden en fysieke sensaties vormen jouw realiteit, een realiteit die jouw signatuur draagt. Je mening over andere mensen wordt gevormd door je herinneringen, je persoonlijke geschiedenis, je cultuur, je blik op de wereld en je psychologische en emotionele eigenschappen. En er kunnen nog tal van andere factoren meespelen. Je ziet de ander niet zoals die echt is, maar zoals jezelf bent. Persoonlijke objectiviteit is een gotspe.

Je kunt dit zelf even ervaren. Rust in dit moment zonder gedachten. Als je zo rust zonder gedachten, heb jij geen idee hoe of wat iemand anders is. Juist omdat er geen gedachten in je omgaan. Je gedachten geven je informatie waardoor je meent te weten hoe de ander in elkaar steekt, inclusief jezelf. Wanneer er een gedachte in je opkomt, merk dan dat die uit jouw eigen persoonlijke herinneringen komt. Elk van die ontstane gedachten is onlosmakelijk verbonden met een specifieke ervaring uit je verleden. Een ervaring die je op een persoonlijke en specifieke manier hebt geïnterpreteerd. Zo is het beeld dat je van een persoon hebt feitelijk een weergave van je eigen herinneringen. Het is zowaar alsof je een relatie hebt met je herinneringen en niet met een persoon. En terwijl emoties en fysieke sensaties in je opwellen naast je herinneringen, wordt bij jou het beeld van die persoon versterkt.

Merk op dat dit altijd het geval is, ongeacht wie je tegenkomt. Op elk moment, ken je de ander alleen door de bril van je eigen gedachten. Een bril die bestaat uit de specifieke woorden, beelden en fysieke sensaties die in je opkomen. Wat je denkt over hem of haar, heeft veel te maken met je opleiding, je opvoeding, je angsten, je gedachten over jezelf en vele invloeden uit je cultuur (normen en waarden) die je houding bepalen over wie mensen zijn of wie ze zouden moeten zijn. Het is nog niet zo eenvoudig om door te krijgen dat dit inderdaad het geval is. Totdat je heel bewust mensen gaat ontmoeten, als nieuw, in het hier-en-nu, zonder je herinneringen bij elke ontmoeting erbij te slepen en ze te gebruiken om de woorden en daden van de ander in het heden te interpreteren. Als je niet in staat bent te zien dat je gedachten je mening over een ander persoon produceren, zul je er als vanzelfsprekend vanuit gaan dat jouw beeld van de ander een objectieve waarheid behelst; dat je hem of haar ziet precies zoals hij of zij werkelijk is. Je kunt niet zien dat jouw mening over de ander relatief en subjectief is. Je kunt niet zien dat jouw mening over de ander beperkt is tot wat jij op dit moment denkt, voelt en waarneemt.

Uit Scott’s boek: “The Unfindable Inquiry: One Simple Tool to Overcome Feelings of Unworthiness and Find Inner Peace” 

The Unfindable Inquiry is als paperback of als e-book verkrijgbaar bij bol.com

Lieve allemaal; een brief van elk kind ter wereld

Door Scott Kiloby, vertaald door Pleun Vermaas.

Lieve allemaal,

Je hebt me geleerd om me onvolmaakt en afgescheiden te voelen. Vanaf het moment dat ik geboren ben werd me verteld dat ik niet goed genoeg ben, zoals ik ben. Je hebt de regels van tevoren al vast gesteld. Dat is nooit met mij overlegd. Al vertelde je me dat het verschil tussen goed en kwaad volkomen logisch is, toch zag ik dat jouw onderscheid en jouw regels gebaseerd waren op emoties. Zo leerde ik al op jonge leeftijd dat je tegen me loog, al van begin af aan. Wanneer ik iets deed wat jou tegen de borst stuitte omdat het niet was zoals jij graag zag, dan zei je dat de consequenties die jij me oplegde voor mijn eigen bestwil waren, alsof je zelf een onderonsje met de Alwetende hebt gehad. Maar ik voelde je emoties feilloos aan, van meet af aan. Ik kon zien dat jij gedreven werd door iets dat vele malen primitiever was, namelijk: opgekropte emoties en onbewust denken in jou, dat niet ontmanteld was.

Als ik me gekwetst voelde, opstandig, bang, beschaamd of boos was, overtrad ik jouw regels. Ik wist geen andere manier om je aandacht te krijgen. Terwijl dat was wat ik zo hard nodig had om mijn koers te bepalen in een complexe wereld die me, van begin af aan, alleen maar leugens verkocht. Ik zocht je en probeerde je te vertellen dat ik me gekwetst voelde, opstandig, bang, beschaamd of boos was. En ik kan zien dat jij dat ook bent. Ik wilde dat je je volledig bewust was van je eigen gedachten en gevoelens, zodat jij mij kon helpen bewust te zijn van die van mij. Ik hoopte dat je me kon helpen. Maar dat kon je niet. Telkens weer reageerde je namelijk vanuit je eigen kwetsuren, opstandigheid, angst, schaamte en boosheid als ik me niet aan jouw regels hield. Je projecteerde zo je eigen gevoelens op mij wanneer ik je regels brak. Daardoor werd mijn gevoel van ‘niet goed genoeg zijn’ en ‘afgescheiden zijn’ bestendigd. Dat is ook de reden dat ik als volwassene onmachtig ben om aanwezig te blijven bij mijn gedachten en gevoelens. Toen ik eenmaal wist hoe het was om ‘niet goed genoeg’ te zijn of ‘afgescheiden’, ging ik door met het overtreden van jouw regels. Ik wist niet beter! Alleen zo kon ik die gevoelens een plek geven. Kon ik iemand zijn. Ook al is die ‘iemand’ een sukkel in jouw ogen. Je hebt me geleerd dat niet-iemand zijn geen waarde heeft in jouw wereld. De enige manier die ik heb om mezelf te verzekeren van jouw onverdeelde aandacht is over de schreef gaan en mijn gevoel niet goed genoeg en afgescheiden te zijn in mijzelf te bestendigen.

Je hebt me geleerd lak te hebben aan jouw regels en dan ben je verbaasd als ik daar inderdaad lak aan heb?! Je reageerde vanuit kwetsuren, boosheid, schaamte en angst. Daarom voelde ik me, op mijn beurt, ook gekwetst, boos, beschaamd en bang. Ik vraag in plaats daarvan om onvoorwaardelijke liefde en acceptatie. Ik ben eerder geneigd me aan te passen als ik zie dat ik onvoorwaardelijke lief gehad en geaccepteerd wordt. Ik ben beter in staat om te genezen en gezond te worden als jij geneest en gezond wordt. Maar ik maak me zorgen om het feit dat je jezélf niet onvoorwaardelijk liefhebt en accepteert. Je bent mijn leraar. Ik zie graag dat mijn leraar er geen ‘lesdoekjes’ om windt en helder is, zodat ik leer hoe ik net zo helder kan zijn. Maar jij hebt me dat niet geleerd, hè?! Nee, je hebt me alleen geleerd om te liegen over hoe ik me echt voel. Ik heb dat van jou, echt!

Je hebt verwachtingen van mij die ik onmogelijk kan waarmaken. Dit heeft mijn wens om iemand te zijn versterkt, al is die iemand onvolmaakt en afgescheiden. Alles beter dan niemand zijn. Je eiste van me dat ik me aanpaste aan jouw beeld van mij. Je hebt me gevraagd om niet te liegen, vechten, verstoppen, manipuleren of controleren. Maar ik heb dat allemaal van jou geleerd?! Door naar jou te kijken en door het moeten laveren in een wereld die gecreëerd is door jouw onbewust-zijn. Ik zou niets liever willen dan leven in jouw wereld zonder hoeven te liegen, vechten, verstoppen, manipuleren en controleren. Maar ik kreeg steevast een seintje, dat wie of wat ik ben onacceptabel is. Je hebt tot op de dag van vandaag nooit eens een pas op de plaats gemaakt en het feit onderzocht of die onrealistische verwachtingen voortkomen uit jouw eigen kwetsuren, angst, schaamte en boosheid. Zelfs als je opbouwende kritiek geeft, voelt het als een verkapte terechtwijzing. Het enige wat er opbouwend aan is, is meer ego in ons alle twee. Daarom moet ik doorgaan met verstoppen, liegen, vechten, manipuleren en controleren. De hele rataplan! Ik kan niet anders dan je teleur stellen omdat ik niet aan jouw verwachtingen kan voldoen. Deze strategieën zijn mijn manier om te overleven, mijn hoofd boven water te houden. Jij maakt gebruik van dezelfde overlevingsstrategieën. Ik heb ze bij jou afgekeken. Iedere keer dat je tegen me begint met je hoge verwachtingen, voel ik je angst, schaamte, boosheid en kwetsuren. Maar jij bent je niet bewust van die emoties in jezelf. Je zegt dat ik me moet aanpassen wil ik overleven in deze wereld. Je zegt dat ik me moet aanpassen aan onbewust-zijn. Je zegt dat het nou eenmaal zo werkt in deze wereld. Maar het is juist deze wereld die mijn onvolmaaktheid en afgescheidenheid gemaakt heeft. Dus zeg je me om door te gaan op de oude voet, onvolmaakt en afgescheiden, omdat dat nou eenmaal de stand van zaken is. Dat kan ik niet doen.

De enige aanpassing die ik van jou geleerd heb, is handelen en reageren vanuit mijn eigen psychische en emotionele oprispingen. Dit is de aanpassing die jij mij met jouw regels en jouw emotionele buien bijgebracht hebt, ook al heb jij dat niet door. Zolang jouw irreële verwachtingen van mij niet verdwijnen, kan ik niet veranderen. Ik zit verstrikt in een web van gewoontes. Dat maakt dat ik alleen kan reageren vanuit onverwerkte emoties, net als jij! Als we zo op de oude voet verdergaan, zullen we alle twee niet genezen óf veranderen. En zo zadelen we de volgende generatie op met dezelfde staat van onbewust-zijn en die kinderen geven het door aan hun kinderen tot aan generatie sint-juttemis.

Ik wilde weten hoe het is: helder en onverstoorbaar te zijn, zowel emotioneel als psychisch. Ik wilde weten hoe het is: vredig te leven, met een hart vol liefde, dankbaarheid en acceptatie. Ik wilde weten hoe het is: OK te zijn zoals ik ben. Maar ik heb dit niet van jou kunnen oppikken, omdat ik zie dat je, emotioneel en psychisch, niet helder bent. Jij bent niet OK met wie je bent. Daardoor zitten we samen vast in deze onmogelijke situatie. Je verwacht van mij dat ik boven dit onbewust-zijn uitstijg als een feniks, maar hoe zou ik dat kunnen? Het onbewust-zijn heb ik toch van jou geërfd?! Ik kan dat niet zonder jouw hulp. Pas als jij je vleugels gebruikt en boven je onbewust-zijn gaat uitstijgen, dan kan ik het ook. Maar als je dat niet kunt, zeg het me gewoon, wees oprecht en zeg het asjeblieft, dan zal ik je niet meer om hulp vragen op dat gebied en elders zoeken. Maar als je zegt dat ik moet veranderen, dat ik boven mijn onbewust-zijn moet uitstijgen, terwijl jij dat zelf niet voor elkaar krijgt, dan krijg ik het gevoel dat je weer tegen me liegt. Daarom kan ik je niet vertrouwen. Doordat ik je niet vertrouw, blijf ik mijn onbewuste paden bewandelen van oude patronen en overlevingsmechanismen om te kunnen overleven. Alleen dan krijg ik jouw aandacht.

Ik leer om beschikbaar te zijn voor mijn eigen gedachten en gevoelens. Dit geeft me moed, het werpt zijn vruchten af. Vrede, liefde en geluk laten zich kennen in mijn leven. Maar ik heb je hulp hierbij nodig. En de enige manier waarop je me kunt helpen is deze: wees beschikbaar voor je eigen gedachten en gevoelens. Het helpt niet als je mij als schuldige aanwijst of op mij reageert vanuit jouw eigen kwetsuren, boosheid, schaamte en angst. Iedere keer dat je mij de schuld in de schoenen schuift, gaan we een stapje terug. Dan geef je me weer een seintje dat ik onvolmaakt ben, dat ik niet OK ben zoals ik ben. En dan krijg ik vanzelf het gevoel dat je weer tegen me liegt. Ik weet dat je niet OK bent met wie jij bent en met wat je voelt. Ik weet van je kwetsuren, boosheid, schaamte en angst en dat je er weer oneerlijk over bent. Ik weet dat je niet beschikbaar bent voor je onbewust-zijn. Ik zal wel beschikbaar zijn voor de gedachten en gevoelens die jouw onvermogen bij mij teweeg brengt. Ik vraag jou om hetzelfde te doen. Alleen dan kunnen we beide genezen en daarna veranderen we de wereld, in plaats van alleen te over-leven in de wereld.

 

In liefde en verbijstering,

 

Elk kind van de wereld.

Een dankbrief aan angst

Door Scott Kiloby, vertaald door Pleun Vermaas.

Lieve Angst,

Ik ben zo blij met jou! Dat je zomaar komt opdagen. Dankjewel dat je één van de miljoen gedaanten bent die in en uit de onmetelijke en oneindige ruimte van het nu drijven. Soms verberg je jezelf in het verstand. Ogenschijnlijk als een gedachte die me zegt dat ik maatregelen moet nemen voor morgen. Je bent een briljante acteur, je verdient een Oscar!

Je hebt me voor de gek gehouden. Je laat me echt geloven dat mijn beslissingen voor de toekomst gebaseerd zijn op louter mijn verstand. Op deze momenten herken ik je niet. Je bent dan zo goed vermomd! Je verstopt je in de stem van de rede en de diepe spelonken van maag en borst. Ik herken je dan helemaal niet, hè?! Toch ben jij het die aan de touwtjes trekt. Ik ben écht jouw marionet, hè? We vormen ook zo’n goed team. We houden het bewustzijn in mezelf en in ieder ander voor de gek! Want iedereen denkt écht dat mijn afwegingen en besluiten helemaal ‘helder’ genomen zijn. Dat ik terecht koers op mijn verstand en dingen besluit om mezelf te beschermen. Dat ik adequaat mijn grenzen aan geef, een toekomst opbouw… of (en dit is de beste ☺) een pientere keuze maak.

Door de jaren heen, heb ik zeker een miljoen beslissingen genomen die feitelijk geheel aan jou toebehoren. Je verstopt je ook zo goed, al jarenlang, dat ik stomweg denk dat ik het zelf ben die beslist. En je hebt me beschermd, hebt grenzen voor me vastgesteld, je hebt me een toekomst gegeven en me geholpen keuzes te maken. Jij hebt dat allemaal voor mij gedaan en meer, lieve Angst. Ik dank je daarvoor, duizend maal.

En ook bedankt, voor iedere keer dat je herkenbaar voor me verschijnt. Soms ben je zelfs zo attent om direct in mijn bewustzijn te treden, zodat ik even naar je kan loeren, je aanwezigheid kan voelen, proeven, je rechtstreeks kan leren kennen, zonder de verhullende kledij van concepten. Je had er gemakkelijk voor kunnen kiezen om onherkenbaar voor mij te blijven, maar je deed het niet. Je gaf me toestemming om jou echt te zien. En op die momenten zag ik gewoon hoezeer jij aan mijn ‘touwtjes’ trekt. Jij runt de hele show, echt.

Laatst hoorde ik, in een telefoongesprek, mijn eigen antwoord op een vraag. Ik dacht nog zo dat ik zonder angst, helemaal ‘helder’ zogezegd, antwoord gaf. Maar nee! Daar was jij weer! Jij gaf me de kans je ‘live’ te ontmoeten. Daardoor werd ik overspoeld door inzichten, ja het leek wel een zondvloed. Ik zag haarscherp alle keren op mijn netvlies verschijnen waarbij jij het woord voerde. Jij was het toen ook. En toen ik een keer s’ avonds laat, een huishoudelijke beslissing nam met mijn partner, was ik me onmiddellijk van jouw aanwezigheid in mij bewust en zag hoe jij het woord voerde. Ik dacht nog dat ik mezelf tegen hem beschermde en mijn grenzen stelde. Ik dacht dat ik heel ‘verstandig’ een beslissing nam. Maar omdat ik je helemaal in mij aanwezig voelde, viel de muur van afscheiding tussen mij en mijn partner weg. Er was niemand en niets meer om te beschermen. Ik voelde me nader tot mijn partner staan dan ooit tevoren, heel nabij en intiem, echt onafscheidelijk! Lieve Angst, je bent een wolf in schaapskleren.

Weet je nog laatst toen ik op mijn werk was en probeerde een probleem daar op te lossen?
Je had me mooi te pakken! Dacht ik weer zeer intelligent de verschillende mogelijkheden zorgvuldig af te wegen, maar integendeel: ik was allesbehalve intelligent en was me daar niet eens van bewust! Ik merkte je aanwezigheid op in mijn maag en ik ging rustig met je zitten en gaf je zoveel ruimte als je nodig had. Oh, wat hield ik van je! Je liet me inzien dat er niets was om bang voor te zijn. Toen zag ik ineens hoe ik het probleem kon oplossen en die oplossing had niets meer met angst van doen. Ik ontspande volledig en weer kwam er een stortvloed aan nieuwe inzichten over me heen. Ik zag dat ik niets nodig heb om iets te laten slagen. Ik ben immers de flow zelve, aanwezig in het huidige moment. Vanaf dat moment kon ik efficiënter werken zonder dat het verstand maar door raast.

Lieve Angst, los van alles wat ik je al schreef, is dit wel het belangrijkst: ik bedank je oprecht omdat ik door jou weet dat ik zonder jou leven kan. Ik ben je bijzonder dankbaar voor al die jaren dat je belangeloos voor me in de bres sprong en me zo je bescherming bood. Uiteindelijk, weet ik door jou, dat er niemand is die beschermd hoeft te worden. Ik waardeer het dat je zo nu en dan nog eens bij me langs komt om me daaraan te herinneren wanneer dat nodig is. Ik ben zo blij dat je telkens weer op komt draven, op precies het goede moment. Je bent niet mijn vijand. Je was mijn beschermengel toen dat nodig was. Je werd mijn toegangsticket naar vrijheid. Je was verlossing in momenten van lijden. Je bent een zeer trouwe vriend gebleken. Je liet me oplossen in die eindeloze ruimte van rust en liefde, en alleen zodra ik daaraan toe was.

Jouw toegenegen,

Scott

Dit blog verscheen eerder op de oude Living Inquiries-website