Home » Blog » Fiona Robertson

Tag: Fiona Robertson

Vreemde tijden

Door Fiona Robertson, vertaald door Pleun Vermaas.

Het zijn zulke vreemde tijden en het lijkt alsof elke dag alsmaar vreemder wordt (vooral voor mensen die nog nooit andere verstoringen van het dagelijks leven of een pandemie hebben meegemaakt).

Ik voel me angstig en maak me zorgen over de mensen die behoren tot de hogere risicogroepen. Tegelijkertijd is er een soort fascinatie: waar gaat dit heen? Zelfonderzoek is het sleutelwoord hier. Het is mijn innerlijke TomTom, zoals altijd. Ik dacht bij mezelf dat wat er in mijn zelfonderzoek naar voren kwam, misschien bij meer mensen weerklank vindt. Dus hier komt het:

Toen ik ervoor ging zitten, voelde ik een extreem gevoel van uitputting en ik werd me bewust van de behoefte om er een tijdje tussenuit te gaan. Ik liet me erin zakken en dat voelde zo teder, lief en heerlijk; met tranen en al.

‘Uitgeput’ bleef echoën, dus besloot ik dit woord op te zoeken in het woordenboek. Alles wat daar stond raakte een gevoelige snaar: ‘uitputten is onttrekken, leegmaken door de inhoud eruit te halen, het geheel op gebruiken, verbruiken, afgemat raken door uitputting, om middelen, kracht of essentiële eigenschappen af te voeren.

Ineens kwam het plotsklaps binnen: ik ben uitgeput. Wij zijn uitgeput. De aarde is uitgeput. Wij zijn uitgeput door de huidige maatschappij.

Hoe bezorgd ik ook ben over dit hele gebeuren, toch voel ik me eveneens opgelucht. Sluit die deuren maar en dan blijven we een tijdje thuis.

Zoals ik hier nu lig, voel ik hoe mijn zenuwen (die door de buitenwereld regelmatig worden beproefd) zich ontspannen bij het idee dat alles een halt toegeroepen wordt, afgezegd wordt of op slot gaat. Het was altijd maar ‘rennen, springen, vliegen, duiken, vallen, opstaan en weer doorgaan’ en ik ben bekaf. Het is een grote opluchting om die uitputting bij naam te noemen en die er domweg te laten zijn. Het hoort er allemaal bij.

Op zondagmiddag

Door Fiona Robertson, vertaald door Pleun Vermaas.

De wereld is in mij

Allicht kan ik dit toch niet zijn?
Allicht heb ik daar het recht niet toe?
Ik moet worden gekortwiekt, ingeperkt en vernederd

ik was dor, toch draag ik nu vrucht
was verdwaald, toch nu gevonden

ik sloot mezelf op
ik probeerde het binnenskamers te houden
ik probeerde het buitenskamers te houden
ik dacht dat ik het niet had
ik dacht dat ik God niet was
ik zag niet dat ik al piccobello was
en had constant het idee dat er nog wat dingen gedaan moesten worden
het kon niet hier zijn, of dit zijn
het kon niet nu zijn

gemis op gemis,
verdriet op verdriet
ik was onaf, tekort gedaan
lag daar maar met de grond gelijk gemaakt
ontwricht

De poortwachter, die waakzame:
verdelend, begrenzend, inperkend,
controlerend, vasthoudend, bang –
‘n doodsbange zielloze, eigenlijk –
vond zo’n veiligheid binnen restrictie
zo veilig binnen grenzen
onbeperkte vrijheid die het verstand te boven gaat
maar verdwaald en gevonden waren nooit echt van elkaar gescheiden

Elkander:
wat een liefde in dat woord
de innige omhelzing waarvan we denken dat we die kwijt zijn
de innig omhelzing die ons nooit verlaten heeft

In ons gebroken zijn ligt ons al-heel zijn
in onze kwetsbaarheid ligt onze kracht
we worden gevormd door ons tenietdoen
In elkaars armen vallend
rijker dan voordien want er is geen ander
dat is gezien

En nu dan? We vragen ons af Wat nu?
Geen eind en geen begin
Voorwaar, levendigheid, intimiteit, gezegende rust

De sceptici en zelfonderzoek

Door Fiona Robertson, vertaald door Pleun Vermaas.

De oude Grieken gebruikten het woord skepsis voor ‘inquiry’, las ik vandaag. Daar komt ons woord sceptisch weer vandaan. Sceptische filosofen van waar ook ter wereld, in zowel de oude als de hedendaagse beschavingen, hebben ons vermogen om te weten, geheel of gedeeltelijk, altijd betwijfeld. Hun mening is een variant van het idee dat we niets zeker weten. En we kunnen zelfs niet weten dat we niets zeker weten.

Het is onvermijdelijk dat we inquiry gaan doen met een weten of geloof dat zeker voelt. In feite noemen we het meestal niet eens een geloof. We zeggen gewoonlijk niet: “Ik geloof dat ik niet goed genoeg ben”, maar stellen dit als een voldongen feit: “Ik ben niet goed genoeg”. Vaak komt er een punt in een sessie waarop die zekerheid barsten gaat vertonen. Dan beginnen we in te zien dat waarvan we dachten dat wat onomstotelijk vaststond, uiteindelijk wel eens op losse schroeven kan staan. Hoewel het geloof in kwestie pijnlijk is geweest, biedt de zekerheid een soort veiligheid. Het kan dus desoriënterend zijn om open te staan voor de mogelijkheid dat we misschien níet weten wat we dachten te weten. Er is vaak een gevoel van angst – als ik dit niet ben, wat dan? Of het besef dat we misschien vele jaren hebben geprobeerd om een probleem op te lossen, alleen om te ontdekken dat het niet het probleem was dat we dachten dat het was. Het is onvermijdelijk dat we uiteindelijk emoties of gewaarwordingen voelen waarvoor het geloof of weten ons op de een of andere manier heeft afgeschermd.

Ooit zag ik in een sessie een beeld van de contouren van een eiland. Het was alsof ik door een telescoop keek vanaf een schip. Het begon me te dagen dat wat ik dacht dat het geval was, misschien wel niet zo was. En zelfs bij het verminderen van de zekerheid tot 95% (in plaats van de volledige 100%), voelde ik enige opluchting. Ook bij het stellen van vragen – inclusief vragen als: “Hoe weet ik dat?” of “Wie of wat vertelt me dat?” – stellen we ons open voor de mogelijkheid van onzekerheid. De mogelijkheid dat we misschien niet echt zeker weten.

De oude sceptici wisten al dat het hebben van een ervaring van niet weten kan leiden tot rust. Heel herkenbaar, vanuit ons perspectief! Het is goed om te weten dat mensen al duizenden jaren op deze manier inquiry doen.

Mijn Verdrietig Lied

Door Fiona Robertson, vertaald door Pleun Vermaas.

ik probeerde het niet te voelen
maar niet voelen bleek vele malen pijnlijker dan wel voelen

ik probeerde zonder verlangen te zijn
denkend dat als ik zonder verlangen zou kunnen zijn, het dan op mijn pad zou verschijnen

ik wist: dit is het in ieder geval niet
voorts negeerde ik die wetenschap; bleef mijn bekende paden sleets lopen

zo vastbesloten om mijn gelijk te bewijzen
wachtte ik (tevergeefs) totdat jij mijn versie van mij goed zou keuren

ik maakte een schrijn voor mezelf
ik zong mijn verdrietig lied