Home » Blog » De Boomerang Inquiry

Tag: De Boomerang Inquiry

De Boomerang Inquiry; een dialoog tussen Tricia en Scott Kiloby

Door Scott Kiloby, vertaald door Pleun Vermaas.

Tricia:
Mijn man Brian irriteert me bijna dagelijks. Als ik zie hoe hij naar andere vrouwen kijkt bijvoorbeeld. En dat hij niet naar me luistert, dat zit me écht dwars. Ik heb geprobeerd met hem over zijn gevoelens te praten, maar hij kan dat niet. Hij vindt dat ik alles zo overdrijf.

Scott:
Op die momenten dat jij ziet dat hij naar andere vrouwen kijkt, wat vind je dan van jezelf?

Tricia:
Lelijk. Alsof ik niet goed genoeg voor hem ben.

Scott:
En hoe zit dat met die keren dat hij niet naar je luistert, of niet wil praten over de dingen die jij wel met hem wilt bespreken?

Tricia:
Het voelt alsof hij me buitensluit en dat doet pijn.

Scott:
Geef het zelf dat tekortschiet een naam. Als je dit hele verhaal over hoe hij je doet voelen kon samenvatten tot één specifiek soort zelf dat tekortschiet, wat is dat dan? Beperk het tot iets dat diep van binnen echt als jou voelt.

Tricia:
Ik ben ongeliefd. Dat zegt al die blabla eigenlijk. Ja, dat is het precies!

Scott:
Kijk of je die ongeliefde zelf kan vinden. Ontspan en merk de capaciteit op om je bewust te zijn van gedachten die komen en weer weggaan. Kijk naar die woorden ‘ik ben ongeliefd’. Ben jij deze woorden? Jij, die ongeliefd bent? Het kan helpen om je voor te stellen hoe die woorden in een fotolijstje staan. Haal ze uit de context, zodat je er rechtstreeks naar kunt kijken.

Tricia:
Geef me een momentje… Ben ik de woorden ‘ik ben ongeliefd’? Ja, zeker weten. Dat is wat ik van mijzelf vind.

Scott:
Als woorden voelen als waar en echt voor jou, betekent dit alleen maar dat er een emotie of fysieke sensatie tegelijk opkomt met de woorden. Maar de emotie of fysieke sensatie is onbewust. Om zo te zeggen: je bent je niet direct bewust van wat er gebeurt. Neem even de tijd en ga met je aandacht naar je lichaam. Voel of er een emotie of fysieke sensatie opkomt.

Tricia:
Verdriet.

Scott:
Kijk rechtstreeks naar dat woord ‘verdriet’. Zet het in een fotolijstje. Ben jij dat, de ongeliefde zelf?

Tricia:
Nee, dat is duidelijk alleen een woord.

Scott:
Laat dat woord vervagen en ga met je aandacht terug naar je lichaam. Kun je de energie voelen, die jij verdriet noemt? Niet het woord ‘verdriet’, maar alleen de pure fysieke energie in je lichaam?

Tricia:
Ja, ik voel het.

Scott:
Neem de tijd en merk op dat jij je nu bewust bent van die energie, zonder het een label te geven. Raak het liefjes van binnenuit aan. Ben jij die energie? Jij, de ongeliefde persoon?

Tricia:
Ja, dat ben ik.

Scott:
Als het voelt alsof jij een emotie of fysieke sensatie bent, betekent dit alleen dat er wat woorden of mentale beelden tegelijk met het gevoel opkomen. Als je even de tijd neemt om de binnenkant van je ogen goed te bekijken: welke woorden of beelden komen er gelijktijdig op met die energie?

Tricia:
De woorden ‘ik heb altijd al dit probleem met mannen gehad.’

Scott:
Kijk rechtstreeks naar deze woorden. Ben jij deze woorden? Jij, de ongeliefde zelf?

Tricia:
Nee, dat zijn gewoon woorden. Toen ik naar ze keek, vervaagden ze.

Scott:
Richt je aandacht opnieuw op je lichaam. Voel je die energie nog?

Tricia:
Ja.

Scott:
Voel die energie opnieuw, zonder het te benoemen. Laat alle woorden en beelden ongemoeid opkomen. Voel het gewoon. Ben jij die energie?

Tricia:
Nee, dat is gewoon energie. Het verdween eigenlijk meteen, tegelijk met de woorden.

Scott:
Probeer een herinnering op te roepen van de laatste keer dat Brian niet naar je luisterde en jij daardoor gekwetst was.

Tricia:
Dat is niet zo moeilijk. Dat was vanochtend nog.

Scott:
Kijk naar dat plaatje van hoe jij vanochtend tegen hem stond te praten, terwijl hij niet luisterde. Zet desnoods een fotolijstje om dat beeld heen, als dat je helpt. Ben jij dat plaatje?

Tricia:
Nee, dat is een herinnering. Meer niet. Ik ben dat niet.

Scott:
Kijk naar de woorden ‘Hij kijkt naar andere vrouwen’. Ben jij deze woorden? Jij, de ongeliefde persoon? Antwoord alleen met ja of nee.

Tricia:
Nee.

Scott:
En hoe zit dat met ‘Hij luistert niet naar me en dat zit me écht dwars’?

Tricia:
Nee.

Scott:
Nu rust je gewoon en tast je de ruimte aan de binnenkant van je lichaam af. Laat ieder woord, beeld of energie opkomen zoals het komt. Waar is de ongeliefde persoon? Kun je haar vinden?

Tricia:
Ik begrijp niet wat je bedoelt.

Scott:
Je kwam naar me toe met het verhaal dat je een ongeliefd iemand bent. Ik neem aan dat je daar al jaren van overtuigd bent?

Tricia:
Ja, dat klopt, van kindsbeen af.

Scott:
Als dit echt is wie je bent, dan zou je die ongeliefde persoon nu ergens moeten kunnen vinden, niet? Het is net als met Pasen en de eieren. Kinderen die naar die eieren zoeken zijn totaal niet verward over wat ze aan het zoeken zijn. Er zijn slechts twee opties: het kind vindt de eieren wel, of het kind vindt ze niet. Als er een ongeliefd persoon nu naast me zit, wil je haar dan voor me aanwijzen?

Tricia:
Jawel. Ik ben het!

Scott:
Zijn de woorden ‘Ik ben het’ de ongeliefde zelf?

Tricia:
[Lacht hardop.] Nee. Gewoon woorden.

Scott:
Speur naar de ongeliefde persoon.

Tricia:
Het lijkt alsof het iets met mijn naam te maken heeft.

Scott:
Kijk rechtstreeks en alleen naar het woord ‘Tricia’. Is dat de ongeliefde persoon?

Tricia:
Nee, maar het lijkt alsof het naar haar verwijst.

Scott:
Vind de ongeliefde persoon die nu echt hier is. Niet alleen maar woorden die naar haar lijken te verwijzen. Vind haar!

Tricia:
Het gaat niet. Ik kan… Oh wacht, ja, het lukt. Ik zie de gedachte opkomen ‘Ik weet dat hij van me houdt, maar ik voel het niet’.

Scott:
Ben jij die woorden? Jij, de ongeliefde persoon?

Tricia:
Nou, verstandelijk weet ik wel dat het gewoon woorden zijn. Maar er is ook verdriet dat opkomt.

Scott:
Ga met je aandacht naar je lichaam en voel die energie. Zonder woorden, zonder beelden. Ben jij die energie?

Tricia:
Nee. Ik kan die ongeliefde persoon helemaal niet vinden. Ik zit hier gewoon lekker vredig, voel me volledig bevrijd van dat verhaaltje. Ik kan de herinnering aan mijn vader nu zien. Hij was koud. Maar als ik alleen maar naar het beeld kijk kan ik zien dat ik dat niet ben, die
persoon. Oh wacht… er komt een plaatje voorbij waarin ik mezelf zie als tienjarig meisje. Dát is die ongeliefde ik!

Scott:
Ben jij dat beeld van het meisje? Jij, de ongeliefde zelf?

Tricia:
Ik kan zien dat het alleen een plaatje is. Ik ging meteen mijn lichaam in om dat verdriet te voelen en waste wit als het ware, schoon (fris!). Nee, dit ben ik niet. Wauw! Ik heb zo lang geloofd in dit verhaaltje. Zo lang! Ik kan haar niet vinden, de ongeliefde zelf.

Scott:
Kijk in gedachten nu weer naar Brian. Heb je het idee dat jij een ongeliefd persoon bent nu, als je naar hem kijkt? Is er nog een boemerangeffect bezig?

Tricia:
Nee, Brian is prima zoals hij is. Ik kan zien dat ik van hem houd. Of eigenlijk, meer dan dat. Er is alleen maar liefde. Ik heb niet het gevoel dat er iets ontbreekt nu of mis is. Het was een verhaaltje dat ik op hem projecteerde. Dank je wel! Dank je zeer! Het is me kristalhelder nu. Ik voel me zoveel lichter nu!

Scott:
Ja, en als we van het verhaal van ‘ik ben ongeliefd’ overtuigd zijn, dan geloven we dat andere mensen onze liefde bezitten en het ons niet geven.

Tricia:
Wat een wrede grap!

Uit Scott’s boek: “The Unfindable Inquiry: One Simple Tool to Overcome Feelings of Unworthiness and Find Inner Peace”

The Unfindable Inquiry is als paperback of als e-book verkrijgbaar bij bol.com.

Conflict; een voorbeeld van de Boomerang Inquiry

Door Scott Kiloby, vertaald door Hanneke Geraeds-de Vries.

Robert:
Ik heb een collega, die Charlie heet. We lunchen meestal samen. Onze gesprekken gaan uiteindelijk altijd over de politiek. En altijd loopt het uit op verhitte discussies. Ik zou graag over politiek willen praten zonder dat ons gesprek een gevecht wordt.

Scott:
Misschien gaan die gesprekken niet alleen maar over de politiek.

Robert:
Ik begrijp wat je bedoelt. Het wordt heel persoonlijk.

Scott:
Laten we de Boomerang Inquiry gebruiken. Pas de spiegel toe. Als je nu naar het beeld van Charlie kijkt, op het moment dat hij zijn gelijk wil krijgen, wat laat de spiegel jou dan zien over wie jij bent?

Robert:
Ik krijg dan het gevoel dat ik het verkeerd heb.

Scott:
Zie je dat er een gevoel van een afgescheiden, tekortschietende persoon is, die zichzelf moet verdedigen en beschermen?

Robert:
Ja, zoals ik al zei, het voelt echt persoonlijk.

Scott:
Laten we het specifiek benoemen. Laten we het gewoon ‘de verkeerd-hebbende ik’ noemen of ‘de persoon die het verkeerd heeft’.

Robert:
Ja, dat heb ik in mijn leven vaak gevoeld. Dit moet de reden zijn waarom ik steeds in deze discussies verzeild raak. Ik wil gelijk hebben.

Scott:
Probeer het te vinden. Als je nu zoekt, kun je ‘de persoon die het verkeerd heeft’ vinden? Zijn de woorden ‘Ik heb het verkeerd’ die persoon?

Robert:
Mijn buikgevoel zegt: “Ja, dat ben ik.”

Scott:
Zodra woorden aanvoelen alsof ze jou zijn, betekent dat alleen maar dat er een bepaalde fysieke sensatie of emotie opkomt samen met die woorden. Wat is die fysieke sensatie in je buik?

Robert:
Een beklemmend gevoel.

Scott:
Zijn de woorden ‘beklemmend gevoel’ jou? Jij, de persoon die het verkeerd heeft?

Robert:
Nee.

Scott:
Neem even een moment en laat de woorden ‘Ik heb het verkeerd’ en ‘beklemmend gevoel’ tot rust komen. Rust een paar seconden hier, in het huidige moment, zonder je verhaal. Ga met je aandacht naar die energie in je buik. Ben jij die energie? Jij, de persoon dit het verkeerd heeft?

Robert:
Ja, zo voelt het wel.

Scott:
Als een emotie of fysieke sensatie aanvoelt alsof je dat zelf bent, betekent dit alleen maar dat er ook een bepaalde gedachte – een bepaalde reeks woorden of een beeld –opkomt. Merk je zoiets op? Kijk in je lichaam. Is er ook een mentaal plaatje daar onder in je buik?

Robert:
Ik zie een beeld van mijn maag.

Scott:
Ben jij dat beeld? Jij, de persoon die het verkeerd heeft?

Robert:
Nee, het is alleen maar een plaatje.

Scott:
Bekijk gewoon het plaatje, zonder er woorden bij te plaatsen. Zie hoe het uit zichzelf transformeert en verandert.

Robert:
Ja, het is aan het verdwijnen.

Scott:
Blijft er wat van een emotie over?

Robert:
Ja, angst, maar dat begint nu te verdwijnen nu het beeld verdwenen is. Maar het verdwijnt niet helemaal.

Scott:
Dat is niet erg. Laat het er zijn, zoals het is. Het gaat er niet om van fysieke sensaties en emoties af te komen. Het gaat erom om te proberen de persoon te vinden die het verkeerd heeft. Roep eens een recente herinnering op aan toen jij en Charlie aan het discussiëren waren over de politiek. Wat zegt hij?

Robert:
Dat ik in de war ben, net als alle Democraten.

Scott:
Je bent ‘in de war, net als alle Democraten.’ Ben jij die woorden?

Robert:
Nee, omdat het voor mij duidelijk is dat Democraten niet in de war zijn.

Scott:
Deze inquiry gaat niet over politiek. Het gaat er zelfs niet om wat waar is. Het gaat om het kijken of je de persoon die het verkeerd heeft kunt vinden, die ik die zich in zijn kern te kort voelt schieten, die het idee heeft dat hij zichzelf moet verdedigen en beschermen.

Robert:
Oké, nee. Ik ben niet deze woorden. Dit is ongelofelijk. Er viel net iets van me af… een gevoel van zwaarte werd opgeheven. Ik beschouwde deze woorden als mijzelf. Je hebt gelijk – dit gaat niet over politiek. Het gaat over mij.

Scott:
Kun je de persoon die het verkeerd heeft vinden, terwijl je hier in rust zit en gedachten laat opkomen en weer gaan?

Robert:
Er blijft nog iets hangen. Ik zie de gedachte ‘ Ik moet Charlie deze inquiry laten zien’. Dat voelt heel persoonlijk op de een of andere manier.

Scott:
Ben jij de woorden ‘Ik moet Charlie deze inquiry laten zien’? Jij , de persoon die het verkeerd heeft?

Robert:
[lachend] Nee, dat ben ik niet. En ik zie nu in dat ik hem alleen maar wilde laten zien dat hij het verkeerd heeft en dat dit helemaal niet over politiek gaat.

Scott:
Zoals je hier zit, op dit moment, kun je de persoon vinden die het verkeerd heeft?

Robert:
Hij zit in mijn lichaam.

Scott:
Ben jij de woorden ‘hij zit in mijn lichaam’? Jij, de persoon die het verkeerd heeft?

Robert:
Nee.

Scott:
Sluit je ogen en scan met aandacht de ruimte binnenin je lichaam. Denk er niet over na. Gewoon scannen. Kun je de persoon vinden die het verkeerd heeft?

Robert:
Nee, ik kan hem niet vinden. Maar ik voel dat hij in mijn lichaam zit.

Scott:
Zie je de omtrek van jouw lichaam als je je ogen gesloten hebt?

Robert:
Ja.

Scott:
Kun je zien dat het een mentaal beeld of plaatje is?

Robert:
Ja.

Scott:
Kijk naar die lijn. Volg hem rond je hele lichaam, van top tot teen. Ben jij het mentale beeld van een lijn? Jij, de persoon die het verkeerd heeft?

Robert:
Wanneer ik rechtstreeks naar de omtrek kijk, zie ik dat het gewoon een gedachte is. Ik voel op dit moment een grote openheid, alsof er geen lijn is tussen mij en de ruimte om mij heen.

Scott:
Kijk in die open ruimte. Scan het. Kun je de persoon vinden die het verkeerd heeft?

Robert:
Nee.

Scott:
Kijk nu terug naar Charlies gezicht. Raakt het je nog steeds?

Robert:
Helemaal niet. Ik heb nu niet de behoefte om met hem in discussie te gaan. Ik kan me er echt niet meer druk om maken.

Uit Scott’s boek: “The Unfindable Inquiry: One Simple Tool to Overcome Feelings of Unworthiness and Find Inner Peace”

The Unfindable Inquiry is als paperback of als e-book verkrijgbaar bij bol.com.

Het gebruik van de Boomerang en de Panorama Inquiry als je jezelf het liefst wil verstoppen

Door Scott Kiloby, vertaald door Hanneke Geraeds-de Vries.

Alexis:
Ik heb geen idee waar ik inquiry naar kan doen. Ik kan het maar niet achterhalen. Maar ik weet dat ik altijd al een gevoel heb gehad dat ik me moet verstoppen – dat ik mensen niet kan laten zien wie ik echt ben. Ik merk dit ook in mijn huidige relatie met mijn vriend. Ik verstop mezelf voor hem.

Scott:
Laten we de Boomerang Inquiry doen. Kijk in gedachten naar je vriend. Zie het als een spiegel. Wat refelecteert hij naar jou over je eigen tekortkoming – over dat je jezelf moet verstoppen?

Alexis:
Kwetsbaarheid, schaamte, angst om ontmaskerd te worden. Het is gewoon dat gevoel dat ik me het liefst wil verstoppen, begrijp je? Ik kan het niet precies benoemen.

Scott:
Dat is geen probleem. Je hoeft het niet precies te benoemen. Dit is jouw inquiry, jouw ontdekkingsreis. Je weet hoe jij je diep van binnen voelt. Laten we die ‘ik’ gewoon een naam geven, zodat we verder kunnen. Noem het maar iets dat kwetsbaarheid, schaamte, angst om ontmaskerd te worden en het gevoel dat je jezelf wil verstoppen lijkt te omvatten.

Alexis:
Ik noem het maar ‘de zich verstoppende ik’, ook al dekt dat de lading niet helemaal.

Scott:
Kun je ‘de zich verstoppende ik’ vinden? Is het woord ‘kwetsbaarheid’ die ik?

Alexis:
Nee. Ik voel er een lichte of vage pijn bij, maar het gaat ook weer snel weg.

Scott:
Hoe zit het met het woord ‘schaamte’?

Alexis:
Ja, dat ben ik. Ik schaam me.

Scott:
Laat de woorden tot rust komen. Ga met je aandacht naar je lichaam. Neem de tijd. En rust: laat die energie [noot vertaler: fysieke sensatie] er gewoon zijn zoals die is. Ben jij die energie? Jij, de zich verstoppende ik?

Alexis:
Zo voelt het, ja. En er komen nu allerlei herinneringen naar boven. Ik zie dat kleine meisje, mezelf, dat als kind steeds maar weer belachelijk gemaakt werd. Ik zie mijn ouders en mijzelf als volwassene die hen niets over mijn eigen leven wil laten weten.

Scott:
Laten we naar de Panorama Inquiry gaan, omdat er nu andere mensen en situaties in je opkomen. Zet je vriend, dat kleine meisje dat belachelijk gemaakt werd als kind en jouw ouders in een cirkel om je heen. Scan die cirkel. Wie zet je het meeste aan tot jezelf willen verstoppen?

Alexis:
Dat kleine meisje.

Scott:
Kijk naar dat plaatje van dat kleine meisje dat belachelijk gemaakt wordt. Zet het in een lijstje. Ben jij dat? Jij die zich moet verstoppen?

Alexis:
Ja. Dat ben ik. Zo heb ik me altijd al gevoeld. Ik herinner me dat toen ik twintig was, ik een groep vrienden had die echt heel open was en zomaar vanalles over zichzelf kon vertellen. Ik wilde dat niet, mezelf gewoon zo bloot geven. Denk je dat dit betekent dat ik iets niet wil erkennen? Dat heb ik zelf vaak gedacht. Ik had gisteren dat inzicht over niet willen erkennen. Daar moet iets achter zitten. Ik zou daar inquiry naar moeten doen. Ik denk ook dat mijn vriend dingen niet wil erkennen. We praten meestal niet veel. We houden van elkaar, maar er is een afstand tussen ons. Soms zou ik meer willen weten over hoe hij zich echt voelt, maar ik weet niet zeker of ik dat wel wil horen. Wie weet maakt het me bang. Ik weet niet of ik die afstand creëer, of dat we dat allebei doen. Ik begin me echt zorgen te maken over onze relatie nu ik er hier zo over na zet te denken. Denk je dat hij zich ook op de een of andere manier wil verstoppen?

Scott:
Ik begrijp dat het belangrijk voor je is te praten over jezelf om inquiry te kunnen doen. Maar ik denk dat je de draad kwijt raakt met je vragen en analyses. In hoeverre is het je ooit gelukt deze dingen uit te vogelen door er constant aan te denken?

Alexis:
Nooit. Ik heb hier al zo lang over nagedacht en het lijkt niet echt iets uit te maken.

Scott:
Laten we dan proberen bij de inquiry te blijven. Ga eens terug naar dat beeld ven dat kleine meisje dat belachelijk gemaakt werd. Ben jij dat, de zich verstoppende jij? Antwoord alleen met ‘ja’ of ‘nee’.

Alexis:
Nee. Het beeld vervaagt.

Scott:
Scan de cirkel. Wie maakt er iets in je los?

Alexis:
Ze maken allemaal iets los in mij. Ik zie een muur tussen mij en hen.

Scott:
Kijk rechtstreeks naar die muur. Zie je die voor je?

Alexis:
Ja.

Scott:
Ben jij dat beeld in je gedachten van een muur? De zich verstoppende jij?

Alexis:
Nee, het is een plaatje. De muur is meer iets dat ik voel. Ik voel dat er hier een muur is.

Scott:
Oké, blijf in je gedachten naar dat plaatje van die muur kijken totdat het vervaagt. Breng dan je aandacht naar de fysieke sensatie die overgebleven is.

Alexis:
Er is geen fysieke sensatie meer. Het beeld vervaagde en het gevoel van een muur verdween.

Scott:
Scan de cirkel. Wie of wat triggert je?

Alexis:
Mijn ouders. Ik vind het niet gemakkelijk om me voor hen open te stellen.

Scott:
Ben jij de woorden “Ik vind het niet gemakkelijk om me voor hen open te stellen”? Jij, diegene die zich moet verstoppen?

Alexis:
Ja.

Scott:
Laat de woorden gaan en raak het gevoel van binnen aan als het ware, zonder er woorden of beelden bij te halen. Rust er alleen maar in. Ben jij die energie?

Alexis:
Nee.

Scott:
Scan de cirkel.

Alexis:
Het kleine meisje komt weer tevoorschijn, samen met een herinnering dat jongens me “Dikkertje Dap” noemden. Ik was nogal flink als kind.

Scott:
Ben jij de woorden “Dikkertje Dap”? De zich verstoppende jij?

Alexis:
Ik voel een flinke golf van pijn. Ja!

Scott:
Kijk naar de woorden “een flinke golf van pijn”. Ben jij dat?

Alexis:
Nee. Ik voel de energie nu. Het is gewoon energie. Het voelt warm, bijna fijn, als ik het niet benoem of er een verhaal aan ophang.

Scott:
Scan de cirkel.

Alexis:
Mijn vriend triggert me. Soms voel ik me verlamd als ik in zijn buurt ben.

Scott:
Kijk naar zijn gezicht. Ben jij dat plaatje?

Alexis:
Nee.

Scott:
Hoe zit het met de woorden “Soms voel ik me verlamd als ik in zijn buurt ben”?

Alexis:
Ja, dat ben ik. Dat ben ik zeker!

Scott:
Ga met je aandacht naar je lichaam. Voel.

Alexis:
Wauw, mijn hele lichaam tintelt. Er komt iets los. Het voelt goed om dit eindelijk eens te voelen. Ik wil hier even bij blijven.

Scott:
Ja.

Alexis:
Ik ben niet die energie. Het is niet de zich verstoppende ik.

Scott:
Rust en kijk. Kun je die persoon, die zich moet verstoppen, vinden?

Alexis:
Nee. Nee, dat kan ik niet. Ik voel me gewoon helemaal open. En ik zie nu in dat het niet alleen maar draait om me te willen verstoppen. Ik heb een verhaal geloofd dat ik het niet waard ben. En dat verhaal maakt dat ik me wil verstoppen.

Scott:
Ja, soms is er een hele inquiry voor nodig om de kern te kunnen pakken van wat je over jezelf gelooft. Daarom wil ik je vragen: “Kun je die persoon hier vinden, die het niet waard is?”

Alexis:
Nee, die is hier niet. Ik zie gedachten opkomen en gaan, maar nergens een ik die het niet waard is. Er is alleen maar gewaarzijn hier, en het is echt onpersoonlijk, transparant en liefdevol. Ik zie het totale plaatje – het hele verhaal van het niet waard zijn – maar het voelt niet zo dat ik dat ben. Het is als een nep film, en ik ben hier, als het gewaarzijn dat er naar kijkt.

 

Meer over het verhaal van Alexis
Merk op dat Alexis pas aan het eind haar kernverhaal over hoe zij tekortschiet kon benoemen: Ik ben het niet waard. Dat kan gebeuren. Deze inquiries zijn eerder een kunst dan wetenschap. Als je het moeilijk vindt om het verhaal vooraf te benoemen, werk dan gewoon met wat er in je opkomt en volg dat. Het idee van inquiry doen is niet alleen om je verhaal netjes in een hokje te kunnen plaatsen. Het gaat erom de emoties die opkomen, als je rechtstreeks naar de woorden en beelden kijkt waarvan je denkt dat jij dat bent, aan te gaan. Zodra deze emoties gevoeld en gezien zijn, wordt het kernverhaal over hoe je denkt tekort te schieten vanzelf duidelijker.
Het kernverhaal “Ik ben het niet waard” komt vrij veel voor. Ik heb met veel mensen gewerkt die het gevoel hadden dat hun creativiteit en natuurlijke expressie onderdrukt werden door angst. Zelf ervoer ik angst om mijn standpunten naar voren te brengen en ook om mijzelf te uiten als muzikant en songwriter. Die angst verlamde me soms.
Deze angst volledig aangaan, in al zijn aspecten, is de weg om onszelf te laten stralen zoals we zijn. Als we alleen maar de angst uit de weg gaan, blijven we in het zich herhalende patroon zitten van onszelf onwaardig voelen en onszelf willen verstoppen. Zodra angst helemaal en vrij mag opkomen, zonder vast te zitten aan het kernverhaal van hoe wij tekortschieten, zijn we in staat onszelf onbevreesder te uiten. En ook al komt er angst op, het wordt dan gewoon een nieuwe kans om te zien wat we over onszelf geloven.

Uit Scott’s boek: “The Unfindable Inquiry: One Simple Tool to Overcome Feelings of Unworthiness and Find Inner Peace” 

The Unfindable Inquiry is als paperback of als e-book verkrijgbaar bij bol.com.

Perfectionisme en de Boomerang Inquiry, hoe werkt het?

Door Scott Kiloby, vertaald door Pleun Vermaas.

Met de Boomerang Inquiry kijk je naar het geloof in een tekortschietende ‘ik’, om vervolgens te zien dat deze ‘ik’ niet meer is dan een lege huls. Het is pure fictie.

Zoë:
Ik ben een perfectionist. Ik kan het niet helpen. Ben altijd al zo geweest. Hierdoor kom ik steeds in de problemen in mijn relatie. Ik kraak mijn partner voortdurend af, probeer hem steeds maar te veranderen.

Scott:
Heb je het idee dat er iets ‘mis’ is met hem? Dat ie niet oké is zoals ie is?

Zoë:
Ja. Ik weet gewoon dat hij beter kan dan dit. Hij is gewoon lui.

Scott:
Wat komt er bij je op als je aan hem denkt?

Zoë:
Ik voel vooral enorme frustratie naar hem toe. Ik weet dat als hij gewoon een paar dingen anders aanpakt, het allemaal soepeler zou gaan voor ons allebei. Ik zou hem dan niet meer constant achter zijn broek hoeven zitten.

Scott:
Ik zou graag zien dat je even stopt met je aandacht te richten op je partner. Zijn gedrag is als een spiegel. Kijk eens of je kunt ontdekken wat zijn gedrag naar jou reflecteert in de zin dat jij je op de een of andere manier tekort voelt schieten. Benoem dat.

Zoë:
Ik ben nog harder voor mezelf dan voor hem.

Scott:
Nu komen we ergens. Benoem die ‘ik’ die jij veroordeelt. Dan kunnen we kijken of dat diegene is, die je echt bent.

Zoë:
Het is alsof… er ook iets mis is met mij. Zelfkritiek is er al mijn hele leven geweest. Oké, laat me even denken. Zien of ik dit kan benoemen… Ontoereikendheid.

Scott:
Kun je die ontoereikende ‘ik’ vinden, in je ervaring, hier en nu? Zijn de woorden “ik ben ontoereikend” jou, de jij die ontoereikend is?

Zoë:
Ja, dat ben ik.

Scott:
Als er identificatie is met een gedachte, betekent dit dat er tegelijkertijd een emotie of fysieke sensatie bij opkomt. Welke emotie of fysieke sensatie voel je?

Zoë:
Verkramping. Frustratie.

Scott:
Ben jij dat woord ‘verkramping’; de jij die ontoereikend is?

Zoë:
Ja, dat klopt.

Scott:
Laat dat woord even gaan en kijk hoe het is om je die verkrampte sensatie in je lichaam gewaar te zijn, zonder het ‘verkramping’ te noemen. Neem de tijd. Als je het kunt voelen zonder het te benoemen, stel je jezelf de vraag: “Ben ik dit? Ik, de ontoereikende persoon?”

Zoë:
Ja, dat ben ik.

Scott:
Komen er nog woorden op bij die fysieke sensatie?

Zoë:
Ik zie nu geen woorden.

Scott:
Hoe zit het met herinneringen, mentale beelden? Een beeld kan soms zo subtiel zijn dat je het niet opmerkt, totdat je je helemaal ontspant en je alleen maar de innerlijke ruimte van je lichaam bekijkt. Het kan zelfs een beeld zijn van dat deel van je lichaam, dat de verkramping lijkt te bevatten.

Zoë:
Ja, ik zie een beeld van mijn borst.

Scott:
Ben jij dat beeld? Is dat de jij die ontoereikend is?

Zoë:
Ja, het voelt haast alsof dat gebied in mijn lichaam verantwoordelijk is voor al die zelfverwijtende gedachten.

Scott:
Kijk alleen naar dat beeld, zonder woorden. Scan het grondig. Van boven tot onder en van links naar rechts. Zitten er woorden bij?

Zoë:
Je bedoelt of er letterlijk woorden staan op dat beeld van mijn borst?

Scott:
Ja.

Zoë:
Nee, ik zie dat het alleen een beeld is van mijn borst.

Scott:
Dit klinkt wat maf misschien, maar goed: stop en luister of je dit beeld kunt horen. Blijf lang genoeg stil om op te merken of het beeld zelf spreekt. Zegt het wat?

Zoë:
Nee.

Scott:
Ben jij, zo, zonder het te interpreteren, dit beeld; jij, de ontoereikende persoon?

Zoë:
Nee. Ik zie dat het nu ook verandert. Maar er komt woede op. Ik ben boos op mezelf en mijn partner.

Scott:
Ben jij de woorden ‘Ik ben boos op mezelf en mijn partner’; de jij, die ontoereikend is?

Zoë:
Nee, dat is niet de ontoereikende ‘ik’.

Scott:
Laat die woorden tot rust komen door ze alleen maar te observeren. Ben jij dat woord ‘woede’?

Zoë:
Nee, dat ben ik niet. Maar dat gevoel is wel heel sterk aanwezig nu.

Scott:
Ben jij de woorden: ‘dat gevoel is wel heel sterk aanwezig nu’?

Zoë:
Nee.

Scott:
Oké, laat ook die woorden ongemoeid. Voel hoe woede voelt, zonder die te benoemen, of toe te schrijven aan een ander. Rust er alleen maar mee. Laat die fysieke sensatie, zonder woorden, zonder beelden, gewoon zijn ding doen. Ga er hetzelfde mee om als je met de lucht om je heen om gaat. Je kunt de lucht niet laten verdwijnen en ook niet hier houden.

Zoë:
Het is alleen een fysieke sensatie. Die ben ik ook niet. Het wordt nu minder sterk.

Scott:
Kijk of je de ontoereikende ‘ik’ kunt vinden. Scan heel bewust, al voelend, de ruimte van je hele lichaam af. Wees je gewaar van de binnenkant van elk lichaamsdeel, je hoofd, alles. Scan zonder te denken. Kun je de ontoereikende ‘ik’ vinden?

Zoë:
Nee.

Scott:
Goed, laat gedachten gewoon opkomen en verdwijnen. Kun je de ontoereikende persoon vinden?

Zoë:
Ik zie de gedachte: ‘ik doe dit niet goed’. Ik wil zelfs ook deze inquiry perfect doen.

Scott:
Ben jij die woorden: ‘ik doe dit niet goed’?

Zoë:
Nee. Nu kan ik mij, de ontoereikende ‘ik’, niet vinden. Die is er nu gewoon niet.

Scott:
Kijk nu nog eens naar je partner. Heb je het idee dat hij dat gevoel van ontoereikendheid bij je oproept?

Zoë:
Ja. Ik heb het gevoel dat het verkeerd van me is, dat ik hem steeds achter de broek aanzit.

Scott:
Ben jij die woorden?

Zoë:
Nee. Er viel net een last van mijn schouders. Hij roept nu niets bij me op als ik aan hem denk.

Scott:
Kun je de ontoereikende ‘ik’ vinden zoals je hier nu zit?

Zoë:
Nee. En ik zie ook dat er niets mis is met hem. Of met mij.

Scott:
Dus wat is er niet zo perfect aan jou of aan hem?

Zoë:
Er hoeft niets veranderd te worden.

Scott:
Juist. Als je ontdekt dat je die ontoereikende persoon, waar jij jezelf voor hield, niet kunt vinden, ogen anderen opeens ook niet ontoereikend.

Zoë:
Is het echt zo eenvoudig?!

Scott:
Ja. Het wordt alleen ingewikkeld als je je blijft focussen op je partner en al zijn doen en laten analyseert. Op die momenten neem je jouw gedachten over hem voor waar aan, in plaats van dat je op zoek gaat naar jezelf. De inadequate ‘ik’ is als een filmlaagje op je oog. Het vertekent alles wat je ziet. Dat is de reden waarom je zo druk bent geweest andere mensen en situaties om je heen proberen te veranderen. Zodra je op zoek gaat naar die inadequate ‘ik’, ga je met je aandacht naar die filmlaag. Het is gewoon een oud script dat zegt: “Er is iets mis met mij.” Het is niet wie je werkelijk bent. Dat is het nooit geweest. Er is nooit iets mis geweest met je. Als je die ‘ik’ niet kunt vinden, begint de filmlaag op te lossen. Je ziet andere mensen dan zoals ze echt zijn. Met hen is er ook niets mis.

Zoë:
Geweldig. Wat is het helder nu!

 

Uit Scott’s boek: “The Unfindable Inquiry: One Simple Tool to Overcome Feelings of Unworthiness and Find Inner Peace” 

The Unfindable Inquiry is als paperback of als e-book verkrijgbaar bij bol.com.