Home » Blog » Stukje uit een boek

Categorie: Stukje uit een boek

Geloof hechten aan je eigen objectiviteit is een gotspe

Door Scott Kiloby, vertaald door Pleun Vermaas.

Heb je vaak ruzie met je partner? Zitten jij en je vriendin regelmatig te kissebissen? En heeft zij altijd gelijk? Of jij? Veel van de onenigheid in relaties kan worden toegeschreven aan het geloof dat we hechten aan onze eigen objectiviteit – dat wil zeggen dat we overtuigd zijn van de gedachte dat we andere mensen ervaren zoals ze werkelijk zijn. Zoals ik eerder al eens schreef, gaat geloven in je eigen objectiviteit hand in hand met geloven dat je een afzonderlijk individu bent. Een afgescheiden ik, kan enkel afgescheiden anderen zien. Zodra je dit onderscheid in gedachten gemaakt hebt, ontstaat de neiging te geloven dat jij, het subject, andere mensen en objecten precies kunt zien zoals ze zijn. Die neiging brengt je in een soort roes: je bent blind voor het feit dat elke keer dat je iets ziet, je eigenlijk niet (puur) aan het kijken, maar aan het denken bent. Je ziet niet dat je door een filter van gedachten kijkt.

Wanneer je overtuigd bent van je eigen objectiviteit, valt het je helemaal niet op dat het jouw woorden, beelden (je gedachten) en fysieke sensaties (je gevoelens en emoties) zijn, die de ander op een unieke manier, die kenmerkend is voor jou, afschilderen. Jouw woorden, beelden en fysieke sensaties vormen jouw realiteit, een realiteit die jouw signatuur draagt. Je mening over andere mensen wordt gevormd door je herinneringen, je persoonlijke geschiedenis, je cultuur, je blik op de wereld en je psychologische en emotionele eigenschappen. En er kunnen nog tal van andere factoren meespelen. Je ziet de ander niet zoals die echt is, maar zoals jezelf bent. Persoonlijke objectiviteit is een gotspe.

Je kunt dit zelf even ervaren. Rust in dit moment zonder gedachten. Als je zo rust zonder gedachten, heb jij geen idee hoe of wat iemand anders is. Juist omdat er geen gedachten in je omgaan. Je gedachten geven je informatie waardoor je meent te weten hoe de ander in elkaar steekt, inclusief jezelf. Wanneer er een gedachte in je opkomt, merk dan dat die uit jouw eigen persoonlijke herinneringen komt. Elk van die ontstane gedachten is onlosmakelijk verbonden met een specifieke ervaring uit je verleden. Een ervaring die je op een persoonlijke en specifieke manier hebt geïnterpreteerd. Zo is het beeld dat je van een persoon hebt feitelijk een weergave van je eigen herinneringen. Het is zowaar alsof je een relatie hebt met je herinneringen en niet met een persoon. En terwijl emoties en fysieke sensaties in je opwellen naast je herinneringen, wordt bij jou het beeld van die persoon versterkt.

Merk op dat dit altijd het geval is, ongeacht wie je tegenkomt. Op elk moment, ken je de ander alleen door de bril van je eigen gedachten. Een bril die bestaat uit de specifieke woorden, beelden en fysieke sensaties die in je opkomen. Wat je denkt over hem of haar, heeft veel te maken met je opleiding, je opvoeding, je angsten, je gedachten over jezelf en vele invloeden uit je cultuur (normen en waarden) die je houding bepalen over wie mensen zijn of wie ze zouden moeten zijn. Het is nog niet zo eenvoudig om door te krijgen dat dit inderdaad het geval is. Totdat je heel bewust mensen gaat ontmoeten, als nieuw, in het hier-en-nu, zonder je herinneringen bij elke ontmoeting erbij te slepen en ze te gebruiken om de woorden en daden van de ander in het heden te interpreteren. Als je niet in staat bent te zien dat je gedachten je mening over een ander persoon produceren, zul je er als vanzelfsprekend vanuit gaan dat jouw beeld van de ander een objectieve waarheid behelst; dat je hem of haar ziet precies zoals hij of zij werkelijk is. Je kunt niet zien dat jouw mening over de ander relatief en subjectief is. Je kunt niet zien dat jouw mening over de ander beperkt is tot wat jij op dit moment denkt, voelt en waarneemt.

Uit Scott’s boek: “The Unfindable Inquiry: One Simple Tool to Overcome Feelings of Unworthiness and Find Inner Peace” 

The Unfindable Inquiry is als paperback of als e-book verkrijgbaar bij bol.com

Let wel; politiek ís persoonlijk (wat je ook vindt)

Door Fiona Robertson, vertaald door Pleun Vermaas.

We kennen allemaal het spelletje dat politiek is: oppositiepartijen die elk hun eigen door angst gevoede toekomstbeeld voor ons schetsen: “Stem niet op de tegenpartij! Zij zullen jouw levensstijl of je leven hoe dan ook geen goed doen.” Of het nou gaat om de andere politieke partijen, andere landen, een bepaalde groep of een bepaald soort mensen, het spel is hetzelfde: zij tegenover ons. En die twee zullen het nooit eens worden. In de jaren ’70 hadden de feministen de leus: “Het persoonlijke wordt politiek”. Ik zeg dat het omgekeerde ook waar is: het politieke wordt persoonlijk.

Als klein meisje koos ik altijd al partij voor de schlemiel. Ik heb in achterstandswijken in de binnenstad gewoond en gewerkt. Ik uitte mijn minachting voor die éne procent van de bevolking: bankiers en de rijke stinkerds. Toen ik ernaar keek met een facilitator, viel me het onderliggende verhaal op. Ik zag de woorden: ik moet bescheiden zijn. Tegelijk met die woorden voelde ik een sterke fysieke sensatie en voor mijn ogen verschenen er talloze beelden. Behalve een zelf dat bescheiden was, was er een bevel of instructie om bescheiden te zijn. Toen werd me duidelijk hoezeer dit doorwerkte op vele facetten in mijn leven.

Ik weet nog niet hoe het doorzien van dit ik-moet-bescheiden-zijn-verhaal verder gaat. We kijken, misschien komt er nog wat. Er is geen voorschrift. Wat er vanaf nu ook mag gebeuren, ik ga niet meer gebukt onder mijn, voorheen onbewuste, bescheiden-moeten-zijn-verhaal, wat natuurlijk getriggerd werd door beelden van rijkelui die in grote villa’s wonen. Ik hoef het niet meer op anderen te projecteren. Als het weer opkomt zal ik me er, me dunkt wel, bewust van zijn. En zo niet, dan kan ik verder inquiry doen.

Ongeacht jouw eigen politieke voorkeur, kijk eens wie volgens jou ‘zij’ zijn; het mag iedereen zijn. Wie haat je? Met wie ben je het helemaal oneens? Met wie ga je in discussie? Als je een debat volgt op t.v., tegen wie schreeuw je dan? Of je nu politiek rechts, links of midden, Moslim of Jood, zwart of wit, vluchteling, feminist, pedofiel, religieus rechts, of religie anders, homo, immigrant, Darwinist, of homofoob bent, het gaat er niet om wie goed is en wie fout. Het gaat erom te kijken in hoe en waar het politieke persoonlijk wordt.

Neem even een moment van rust, sluit je ogen, focus je op je lichaam, en haal een paar keer diep adem. Dan haal je het plaatje van ‘zij’ voor ogen en bekijkt het. Gewoon kijken. Veroordelingen kunnen opkomen. Dat is o.k., daar kijken we later wel naar. Voor nu kijk je alleen naar dit plaatje. Gaat er dreiging, gevaar of aanval -je kunt kiezen welk woord je meest geschikt vindt- van uit? Onthoud, dit is geen intellectueel of verstandelijk proces; laat je lichaam maar het antwoord geven. Als je iets in je lijf voelt betekent dit dat er een dreiging is. Welk antwoord je maar krijgt, spanning of een verkramping, een gevoel van angst of andere emotie, neem het zoals het komt. Neem de tijd om het te voelen. En kijk dan wat er gebeurt, laat het proces zijn gang gaan. Kijk naar de woorden en de plaatjes die opkomen en voel die fysieke sensaties van de gevoelens. Kijk, dan kom je te weten waar precies het gevaar schuilt. Merk de reactie van je lichaam op.

Het zou kunnen dat terwijl je bewust dat gevaar ‘doorvoelt’, er een identiteit opduikt. Misschien komen er woorden voorbij als: “ik ben in gevaar“ of “ze willen wat van me afpakken”. Of: ‘ik ben waardeloos vergeleken met hen” of: “Ik ben veel beter dan ‘zij”. Kijk ook naar die identiteit(en).

Het kan ook handig zijn om gebruik te maken van de Boomerang of Panorama Inquiry. De Boomerang kun je gebruiken bij een specifieke persoon of situatie die je triggert en met de Panorama kijk je naar meer dan één persoon of situatie.

Wanneer we anderen kwaliteiten toedichten, negatief of positief, kun je er vergif op innemen dat er een beschadigde identiteit aan zet is. En ook nu, laat het zijn wat het is. Haal opnieuw het plaatje van die ‘zij’ voor ogen. Kijk wat het over jou zegt en wat je bent. Wie ben jij in vergelijking met hen? Stel jezelf die vraag en luister naar het antwoord. Herhaal de vraag, het is mogelijk dat er elke keer verschillende antwoorden opkomen. Voel welke van de antwoorden het meeste resoneert. En blijf zoeken naar die identiteit in de woorden, beelden en fysieke sensaties die om je aandacht vragen.

Als de Inquiries op deze manier worden gebruikt helpt het ons om een gevoel van angst of dreiging rond welke politieke kwestie dan ook te ontkrachten. Zelfs voor de kwesties die heel dichtbij komen en volkomen echt schijnen (opwarming van de aarde, vluchtelingenproblematiek, kredietcrisis, waar je hart ook maar van opspringt of je haren recht van overeind gaan staan) kan ontmanteld worden met een inquiry. Wees grondig, laat vooral geen lijken in de kast liggen. Het gaat bij een inquiry niet om het bestaan van dingen te ontkennen en dingen behoeven evenmin een conclusie. Het gaat erom onze ervaringen te onderzoeken om te zien of er niet eerder onderzochte aannames of overtuigingen rondzwerven en rotzooi trappen.

Als we er op deze manier naar kijken kunnen we elk politiek standpunt, emotioneel of spiritueel correct, loslaten. Zo laten de Inquiries ons op ieder moment oprecht zijn. We zijn misschien geschokt door wat komt. Of vinden het gênant. Maar dat hoort allemaal bij het proces. Als er een pad is wat we niet durven betreden, kunnen we ernaar kijken. Wat is het ergste dat kan gebeuren? We zien woorden en beelden en voelen lichamelijke sensaties.

Als we de tijd nemen om de angel van het persoonlijke uit het politieke te halen merken we doorgaans dat er meer duidelijkheid, flow en ruimte rond onze mening(en) is. Mogelijk ontdekken we dat de woede die we eerder voelden over een thema of standpunt dat een politicus te berbe bracht, eigenlijk het verhaal is van een onvolmaakt zelf in ons. Een zelf, dat toen niet, maar nu wèl scherp op ons netvlies staat. Mogelijk vinden we dat we hetzelfde moeten zijn als onze ouders, omdat we hun goedkeuring willen, waardoor we, onbewust, authentieke zelven een enkeltje vergetelheid hebben verkocht. Wat we ook maar ontdekken in dit proces, we zijn vrij om een mening, waar we ons senang bij voelen, te behouden. Zonder star te worden van angst of onvolmaaktheid. Dat is het verschil.

“Het is gezien, het is niet onopgemerkt gebleven.”  Gerard Reve (Uit De Avonden) [noot vertaler]

Dit artikel komt uit Fiona’s boek, The Art of Finding Yourself.