Home » Blog » Poëzie

Categorie: Poëzie

Op zondagmiddag

Door Fiona Robertson, vertaald door Pleun Vermaas.

De wereld is in mij

Allicht kan ik dit toch niet zijn?
Allicht heb ik daar het recht niet toe?
Ik moet worden gekortwiekt, ingeperkt en vernederd

ik was dor, toch draag ik nu vrucht
was verdwaald, toch nu gevonden

ik sloot mezelf op
ik probeerde het binnenskamers te houden
ik probeerde het buitenskamers te houden
ik dacht dat ik het niet had
ik dacht dat ik God niet was
ik zag niet dat ik al piccobello was
en had constant het idee dat er nog wat dingen gedaan moesten worden
het kon niet hier zijn, of dit zijn
het kon niet nu zijn

gemis op gemis,
verdriet op verdriet
ik was onaf, tekort gedaan
lag daar maar met de grond gelijk gemaakt
ontwricht

De poortwachter, die waakzame:
verdelend, begrenzend, inperkend,
controlerend, vasthoudend, bang –
‘n doodsbange zielloze, eigenlijk –
vond zo’n veiligheid binnen restrictie
zo veilig binnen grenzen
onbeperkte vrijheid die het verstand te boven gaat
maar verdwaald en gevonden waren nooit echt van elkaar gescheiden

Elkander:
wat een liefde in dat woord
de innige omhelzing waarvan we denken dat we die kwijt zijn
de innig omhelzing die ons nooit verlaten heeft

In ons gebroken zijn ligt ons al-heel zijn
in onze kwetsbaarheid ligt onze kracht
we worden gevormd door ons tenietdoen
In elkaars armen vallend
rijker dan voordien want er is geen ander
dat is gezien

En nu dan? We vragen ons af Wat nu?
Geen eind en geen begin
Voorwaar, levendigheid, intimiteit, gezegende rust

Mijn Verdrietig Lied

Door Fiona Robertson, vertaald door Pleun Vermaas.

ik probeerde het niet te voelen
maar niet voelen bleek vele malen pijnlijker dan wel voelen

ik probeerde zonder verlangen te zijn
denkend dat als ik zonder verlangen zou kunnen zijn, het dan op mijn pad zou verschijnen

ik wist: dit is het in ieder geval niet
voorts negeerde ik die wetenschap; bleef mijn bekende paden sleets lopen

zo vastbesloten om mijn gelijk te bewijzen
wachtte ik (tevergeefs) totdat jij mijn versie van mij goed zou keuren

ik maakte een schrijn voor mezelf
ik zong mijn verdrietig lied

De Deur

Door Fiona Robertson, vertaald door Pleun Vermaas en Marloes Geraeds.

Lang, lang geleden, begon het kloppen op mijn deur
en duizend maal per dag weigerde ik open te doen
omdat ik aannam dat de deur op slot was
en ik geen sleutel had

Ik zocht stad en land af naar de beste slotenmakers
omdat ik dacht dat dit mysterie ingewikkeld was
en zich niet zomaar zou laten ontrafelen

Nu blijkt dat die deur al die tijd op een kiertje stond
en jij gewoon wachtte
tot ik op zou staan om de deur open te doen