Home » Blog » Blog

Categorie: Blog

The Living Inquiries Blog

Spiegeltje, spiegeltje aan de wand, wie is het mooiste van het land?

Door Melanie Balint Gray, vertaald door Pleun Vermaas.

Spiegels zijn een groot stuk van mijn leven een vijand voor mij geweest. Of ik er nou inkeek om mijn tanden eens een goede flosbeurt te geven, met lipstick en mascara de boel een beetje op te pimpen of gewoon even de snelle hoofd-schouder-knie-en-teen check te doen voor ik de deur uitging, die dingetjes voelde vaak als het startschot voor enorme bakken zelfkritiek. Degene die in de spiegel keek (ik???) kon altijd wel IETS vinden dat mis was met dat beeld in de spiegel (was ik dat ook???) – een scheve tand, scherpere kraaienpootjes, dikke dijen, ballonkuiten; kortom een eindeloze lijst van al mijn tekortkomingen!!! Hetzelfde gold voor profielfoto’s, snapshots, videobeelden etc. Het oog dat al deze beelden aan een inspectie onderwierp was ALTIJD KRITISCH en de eindconclusie was dat de meid die erop te zien was simpelweg niet voldeed. Waaraan? Aan wie? Een of andere standaard die ik zelf overgenomen had. Hoe dan ook, het voelde in ieder geval beroerd.

En ik weet dat ik hier niet alleen in sta. Vele vrienden van me reageren hetzelfde als ze geconfronteerd worden met een eigen snapshot of foto. Ik zie het gebeuren: ze krimpen ineen of kijken meteen de andere kant op om hun gezicht maar niet te hoeven zien. Sommige biechtten op dat het zien van een eigen foto hen aan het huilen kon krijgen. Het is triest als je bedenkt hoe vele van ons, en niet enkel vrouwen, zo diep gevangen zitten in een veroordeling van ons lichaam, dat ons zo barmhartig door het leven draagt. Het is belachelijk te denken dat al die verschillende lijven kunnen voldoen aan de ‘ideale maten’. Maten die je aantreft in de bladen of advertenties.

Ik zie wel waar de vernietigende zelfkritiek op mijn eigen lichaam vandaan komt:

  • een onschuldige opmerking van mijn moeder, die met haar vinger wijst naar de vrouw aan de overkant en zegt dat zij er zo hip en slank uitziet;
  • sprookjes zoals Sneeuwwitje en alle andere sprookjes met prinsessen die benadrukken hoe belangrijk het is om fysiek mooi te zijn en daardoor iedereen die niet aan het gangbare schoonheidsideaal voldoet buitensluit;
  • Hollywood, het Amerikaans bastion; de filmwereld vol pracht en praal;
  • mijn vader die regelmatig zijn Army Air Corps dieet (biefstuk en een berg ijsbergsla met olie en azijn) uit de kast haalde om zijn taille wat aan te scherpen (en om een tijdje ‘droog’ te staan, geen alcohol te drinken)… (Bah, hoeveel diëten heb ik wel niet uitgeprobeerd?!);
  • mijn moeder die zich opgedoft heeft voor weer een ambassadeursfeestje en mij (haar kleine dochter, godbetert!) met een zorgelijk gezicht vraagt: “Lieverd, wat denk je? Zie ik er goed uit zo?” (Oh gut, volgens mij deed ik dat bij MIJN dochter net zo!!!);
  • willekeurige mensen die tegen me zeiden: “Oh, wat zie je er beeldig uit in die jurk!”;
  • mijn moeder, die zo bang was dat ze te dik was zoals ze ooit (alleen maar een beetje) als jongvolwassene is geweest, die haar angst naar buiten projecteerde en zich niet inliet met dikke mensen. Ze liep liever met een grote boog om hen heen.

De bovenstaande lijst invloeden geeft me inzicht. Eerst was ik alleen maar pissig en vol wrok; geschokt omdat ik als jonkie onderworpen werd aan zulke kortzichtige opvattingen. Op den duur, door gewoon te zitten in dat vat vol wrok en boosheid op iedereen die zo attent was om mij op die standpunten te attenderen, totdat ik alleen nog maar een spons van zelfhaat was, zag ik in dat ook zij waren geïndoctrineerd. Zij probeerden ook gewoon te voldoen aan het ideaalplaatje.

Dit gezien hebbende, zag ik dat dit het zoveelste voorbeeld was van het onbewust van generatie op generatie doorgeven van niet-onderzochte gedachten. Het werd me duidelijk dat ik deze erf-stok niet meer door wilde geven. Bij mij zou het stoppen. Maar hoe zou ik dat voor elkaar kunnen krijgen? Hoe kon ik deze valse spiegel laten barsten? Hoe te breken met deze haat jegens het lichaam, die zo’n gewoonte was geworden?

Ik besloot het volgende te doen: om mezelf te ontmoeten waar ik was, hier-en-nu, nog immer vol van zelfhaat en met een kritisch oog dat elke millimeter van mijn lijf met argusogen veroordeelde. Ik ontmoette mezelf eerst in de spiegel – een van mijn vertrouwde strijdtonelen. Dus ging ik onderzoeken. Ik keek en keek beter. Wat gebeurde er telkens als ik voor de spiegel stond? In het begin was het gewoon zeer a-relaxed. Het liefst wilde ik me supersnel omdraaien en weglopen, zodat ik die afkeer van mijn lijf niet hoefde te voelen of de zinnen die in mijn hoofd voorbijraasden, over hoe beneden peil mijn looks wel niet waren, niet hoefde te horen: waarom ik niet beter voor mezelf kon zorgen en hoe ik me ooit op een feestje zou kunnen vertonen, zonder die eeuwige tentjurk van me, enz.

Dit ging een poosje zo door. Toch bleek, tegelijk, dat ik mij beter kon concentreren op mijn spiegelbeeld. Mijn beeld en ik brachten zo meer tijd met elkaar door. Soms met tranen over mijn (en haar!) wangen. En soms bekeken we elkaar gewoon, ontmoeting van oog-in-oog en was er weinig commentaar. Was me dat even een verschil!

Op een dag werd ik me ervan bewust dat er nog iemand anders was bij het onderonsje met mijn spiegelbeeld. Al kon ik dit wezen niet echt zien, toch voelde ik vaag de aanwezigheid ervan. Na een tijdje ving mijn bewustzijn een glimp op van deze ‘persoon’. Als in een flits. Het was alsof ik een vluchtig beeld van ‘mijn perfecte ik’ zag – een soort samengestelde lichaamsvorm waarin verschillende vrouwen (vriendinnen, vreemdelingen, beroemdheden) verwerkt zaten; vrouwen die, in mijn beleving, allemaal een of meer aspecten van het ‘perfecte’ lichaam bezaten.

Wauw, hé! Ik realiseerde me dat dit beeld van die ‘perfecte ik’ er altijd al was geweest en gewoon naast me stond terwijl ik met mijn spiegelbeeld driftig in discussie was OF geheel tevreden mijn looks aan het lofprijzen was. Ik had er stomweg jarenlang overheen gekeken. Omdat mijn aandacht alleen maar gericht was op mijn reflectie, kon ik het vage ideaalplaatje daar in de rechterhoek niet zien.

In die spaarzame momenten, wanneer ik mijn spiegelbeeld gewoon ‘normaal’ kon ontmoeten, zonder dat zelfveroordeling om de hoek kwam zeilen, was ‘zij’ er niet bij.

Alleen wanneer ik in tweestrijd stond met mijn mening over mijzelf – opgesplitst tussen mijn eigen spiegelbeeld en een heel vage weerspiegeling van hoe ik dacht dat ik eruit ZOU MOETEN zien – was ze er ineens wel. Maar als ‘zou zo moeten of zus’ geen grip op me kregen, dan was ze er niet. Zodra ik de vormen en kleuren met een neutrale blik kon bekijken was er geen ‘ander’ die mee gluurde op rechts.

Het zijn deze maatstaven, die ik mezelf eigen gemaakt heb, deze geadopteerde lijstjes van wat acceptabel is en wat niet; onbewust sjouwde ik die rugzak al heel lang met me mee. Aangezien mijn onderbewuste me veelal aanspreekt in beelden – meestal vluchtig van aard – in plaats van alleen maar in gesproken of gevisualiseerde woorden, heeft het me wel wat tijd gekost om er bedreven in te raken om deze flitsen van vage, kortstondige beelden te vangen.

Bovendien, toen ik dat eenmaal onder de knie kreeg en steeds meer spookbeelden uit de lucht kon vangen, ontstond bij mij het vertrouwen dat dit een manier was waarop mijn onderbewuste me iets wilde vertellen of laten zien. Het waren niet zomaar willekeurige beelden. Dus lette ik op of een vaag beeld dat verscheen in mijn bewustzijn, een reactie in mijn lichaam opriep. Zo ja, dan bekeek ik het plaatje beter om te ontdekken wat het me wilde zeggen. Als er geen fysieke reactie kwam, dan nam ik aan dat dat inhield dat ik niet onbewust een betekenis toe kende aan dat vage beeld.

Hierdoor werd mijn vermogen om ‘te horen’ wat mijn onderbewuste me wilde vertellen steeds verfijnder. Ik raakte meer en meer vertrouwd met de wereld van symbolen en beeldentaal, waar ik eerder alleen op woorden afging. Wat een ontdekking!

Terwijl ik verder voortging op deze avontuurlijke reis, gebeurde er nog iets anders. Ik werd nieuwsgierig naar mijn samengestelde, perfecte ik en al die vrouwen die ik onbewust gebruikt had om haar te creëren. Hoe zat het dan bij al die vrouwen en wat ik van hen wist en hoe hun leven eruitzag, gebaseerd op wat ze me hadden verteld of wat ik over hen gelezen had? In plaats van te ontdekken dat zij gelukkig of tevreden waren met zichzelf, kon ik zien dat ook zij worstelden met die innerlijke criticaster en het continue gevoel beter te moeten zijn dan ze waren. Wat een giller!

Ik was onbewust bezig met streven naar wat ik dacht dat perfectie betekende (hun ideale maten, ja, ja) en zij, waarvan ik dacht dat ze gewoonweg perfect waren, liepen op hetzelfde ‘gekke-hoeden-pad’ als ik, gewoon een paar stappen voor mij uit!!

Toen dit goed tot me was doorgedrongen en ik me realiseerde dat al die vrouwen dezelfde innerlijke worsteling hadden als ik, maakte dat dat ik me heel normaal ging voelen. Ik werd aardiger voor de ‘ik’ in de spiegel en de ‘ik’ die in de spiegel keek. Tegenwoordig, als we zo naar elkaar staan te kijken, komt er soms wat zelfkritiek voorbij en soms ook niet. Wat het anders maakt is dat er nu een bewustzijn is van de uitwisseling tussen beide ‘ikjes’; een overkoepelende en meer omvattende observatie van wat er gaande is tijdens elk onderonsje.

En de erkenning van die samengestelde ik, die komt en gaat in de spiegel, werkt prachtig als een post-it memo om mezelf eraan te herinneren aan ALLE manieren waarop ik in mijn leven nog steeds verstrikt raak in vergelijkingen. Het heeft ertoe geleid dat ik nu meer let op de onderbewuste beelden van andere mensen die ik op andere gebieden van mijn leven als richtlijn heb gebruikt. Het is zo fijn om al die spoken uit de kast te halen. Zo kan ik ze tenminste echt goed zien en naar ze kijken!

Twee kleine druktemakers

Door Judith Sumitra Burton, vertaald door Hanneke Geraeds-de Vries.

Tijdens een Living Inquiries-sessie vanmorgen voelde ik me ‘wanhopig’. Dat kwam door de druk om meer geld te moeten verdienen. Het is een oude bekende voor mij, dat verhaal!

Voor vandaag, morgen en waarschijnlijk de komende paar jaar is er genoeg geld om rond te komen. Maar hoe moet het daarna? Ik moet meer verdienen, meer sparen, zorgen voor een goed gevulde bankrekening, zodat ik op mijn oude dag geen last zal zijn voor mijn familie!

Ik kon de druk van wanhoop in de linkerkant van mijn buik voelen. Twee kleine ballen van energie daar schenen te weten dat dit waar was – ze zetten me letterlijk onder druk om beter mijn best te doen, om iets extra’s te doen, om meer geld te verdienen. Ik bleef met mijn aandacht bij deze energieën, de twee kleine ballen, en stond toe dat ze met nieuwsgierigheid gevoeld werden. Waar was dit allemaal voor nodig?

En toen verschenen ze: ik zag deze twee kleine druktemakers van uilen, precies op die plek in mijn buik (ik had dit plaatje van de kleine uilen eerder in de week online gezien). Ik kon ze allebei zien en voelen, rondrennend in een poging wat energie op te wekken. Hoe meer ik met mijn aandacht bij deze kleine druktemakers bleef, des te  meer ze op stripfiguren gingen lijken. Ik begon te lachen en mijn facilitator ook. Hun energie was aanstekelijk – zo authentiek druk, een hoop geblaat maar weinig wol.

Door het lachen kon ik me wat ontspannen. En toen ik mijn aandacht terugbracht naar mijn lichaam om op zoek te gaan naar deze ‘wanhoop om meer geld te verdienen’, waren deze kleine druktemakers van uilen vertederend en stil geworden.

Het werd me toen duidelijk dat als ik zo nodig een druktemaker wilde zijn en me een beetje zorgen wilde maken over geld of iets anders, deze kleine uilen er zouden zijn om samen met mij drukte te maken. We zouden rond kunnen stampen, onze veren kunnen pluizen en schelle kreetjes kunnen slaken, zoveel we maar wilden. En als we moe zouden worden van al dat gedoe, zouden we weer stil worden en tot rust komen.

Ah, hoe wonderlijk die inquiries!

Zo werkt de Living Realization-methode in ons leven:

Door Scott Kiloby, vertaald door Pleun Vermaas.

Het begint bij het idee dat we afzonderlijk bestaande ik-jes zijn in een wereld vol andere afzonderlijk bestaande ik-jes en dingen. De meeste mensen zijn hiervan overtuigd, de een wat stelliger dan de ander. Dit geloof in afgescheidenheid is de bron van ons leed, onze hunkering en strijd. Bij deze methode beginnen we met de heel eenvoudige uitnodiging om het gewaarzijn in iedere situatie te herkennen. We ontdekken gewaarzijn als iets dat er altijd en overal is, wat er ook speelt op dat moment. Dit geeft ons de mogelijkheid om onze neiging, om helemaal te focussen en te vertrouwen op het denken, ongemoeid te laten. Zodra we het gewaarzijn herkennen, ondervinden we een natuurlijk gemak en welzijn.

We ervaren emoties en fysieke sensaties steeds meer zonder ze automatisch te willen benoemen en er een persoonlijk verhaaltje aan op te hangen. Dit verlicht het verlangen om steeds weg te vluchten in een toekomst om te proberen ons beter te laten voelen. Elke emotie en fysieke sensatie mag zijn zoals die nu is. Dit biedt de mogelijkheid om op een natuurlijke manier te helen, de mentale en emotionele balans in ons leven te herstellen.

We ontdekken dat elk object onlosmakelijk verbonden is met de gedachten, emoties en fysieke sensaties, die er “vorm aan geven”. We zien dat alle gedachten, emoties en fysieke sensaties onafscheidelijk van het gewaarzijn opkomen en weer verdwijnen. Met behulp van de Unfindable Inquiry ontdekken we dat er geen afzonderlijk ding te vinden is. Het geloof in afgescheidenheid verdwijnt. Soms meteen of geleidelijk aan. Nadat het geloof in afgescheidenheid is ontmanteld, blijven we, voor het gemak, gerust de dingen bij naam noemen. Dit is de gulden middenweg. Het gangbare bestaan is de verschijningsvorm van verschillende dingen, zoals: ik-je, andere persoontjes, auto’s, steden, gerechtigheid, appels, de aarde en wetenschap. We zien dat het allemaal niet als iets afzonderlijks bestaat en toch verschijnt het. In het gangbare bestaan staat alles in relatie tot elkaar, en juist afgescheidenheid valt nergens te ontdekken.

Het Leven is Voor Mij

Door Judith Sumitra Burton, vertaald door Hanneke Geraeds-de Vries.

Het leven is voor me (niet tegen me).

Een paar maanden geleden drong dit besef ineens tot me door en het voelt alsof alles in mijn wezen nu verschuift om ruimte te maken voor deze waarheid.

Een groot deel van mijn leven heb ik zonder dat ik het in de gaten had in een waas rond gelopen. Hierbij had ik het idee, zonder dat ik het begreep, dat ik door iets duisters achtervolgd werd. Het voelde echt (als ik er al ooit eens echt bij stil heb gestaan om erover na te denken) alsof het leven tegen me was. Dat het obstakels en afschuwelijke toestanden op mijn pad bracht, waardoor ik moest worstelen om de dingen aan te pakken. Niets ging zoals ik dacht dat het zou moeten gaan. Ik voelde me een slachtoffer van heftige, onzichtbare krachten.

Jarenlang heb ik moeite gedaan om ‘het verhaal van mijn leven’ te begrijpen. Een leven dat zich helemaal niet ontvouwde zoals ik had gehoopt en gepland; vechtend tegen deze onzichtbare krachten, terwijl ik probeerde de scènes weer in overeenstemming te brengen met mijn oorspronkelijke droom. Het mocht niet baten. Hoe meer ik vocht, des te meer ik faalde. Uiteindelijk gaf ik het gewoon op. En dat opgeven lijkt de basis te hebben gelegd voor dit nieuwe inzicht.

In de afgelopen jaren, waarin ik met de Living Inquiries gewerkt heb, leerde ik geleidelijk aan me te ontspannen, om de dingen te laten zoals ze zijn. Wat een enorme verandering ten opzichte van de eerdere strijd om de dingen in overeenstemming te brengen met mijn persoonlijke wensen! Als kind heb ik geleerd dat ik mijn eigen lot kon creëren; dat ik alles kon bereiken als ik me daar maar voor inzette. Klinkt als een goed bedoelde les, toch? Maar in feite leidde al dit proberen en doen mij in een waas van verwarring.

Nu voelt het meer alsof ‘iets anders’ de leiding heeft. Een kracht die groter is dan dit kleine ik-je. En ik hoef me niet te verzetten tegen alles wat op mijn pad komt. Het voelt veilig om het los te laten, te stoppen met vechten en me te ontspannen in het leven zoals het door me heen stroomt.

Ik hoef alleen maar te Rusten, Inquiry (zelf-onderzoek) te doen en te Genieten van het Leven (zoals Scott Kiloby vaak  adviseert). Rust zo vaak mogelijk zonder in gedachten te verzinken, al is het maar voor heel even; doe zelf-onderzoek naar alles wat het oneens lijkt te zijn met wat het leven brengt en wees daarbij nieuwsgierig en mild; en geniet van wat er al is.

Het klinkt gemakkelijk, hoewel het niet altijd zo is. Er spoelen nog steeds golven van emotie door me heen als er een blokkade is. Ik denk er niet altijd aan om de tijd te nemen om te rusten, om echt te ontspannen in ‘wat is’. En ik betrap mezelf er wel eens op dat ik nog steeds vecht tegen de realiteit, bang dat ontspannen in het leven te kort door de bocht is om van het leed verlost te raken.

Maar er is een groeiend besef dat Het Leven voor mij is. Dat het hier is om mij te helpen, niet om mij kwaad te doen. En dat is fenomenaal!

Eten op wilskracht?!

Door Judith Sumitra Burton, vertaald door Pleun Vermaas.

 

Eten op wilskracht? Het smaakt zoeter zonder. Eureka!

Kunnen de Living Inquiries, of andere tools, de helpende hand bieden om een eetverslaving achter je te laten? Het is een lastig iets, ik bedoel daarmee dat het niet mogelijk is om eten uit je leven te schrappen. Mijn relatie met eten en troosteten heeft me, door de jaren heen, veel geleerd over mezelf. Op wilskracht begon ik aan een nieuw dieet, gewapend met nieuwe voornemens en verboden, om er na een tijdje weer de brui aan te geven, omdat het onmogelijk was om het vol te houden voor een langere periode. Ik ben vele malen afgevallen en na een tijdje zat het gewicht er weer aan.

Het is nog maar pas, dat ik inzag dat mijn pogingen om wilskracht te gebruiken om mijn eten aan banden te leggen, niet werkt. Op wilskracht voel ik mijn binnenste samentrekken, als ik heel ‘vastberaden’ iets forceer, om zo gehoorzaamheid af te dwingen van dit stiekeme en zwakke zelf, dat zelfs de simpelste dingen soms niet voor elkaar krijgt.

Wat ik toen zag was zo heerlijk – een intentie om te onderzoeken of ik zonder meteen op standje wilskracht over te gaan, een gevoel van bereidwilligheid kan aanspreken – om mezelf gewoon de vraag te stellen, met liefde en respect: “Wat ben ik bereid te doen op dit moment?”.

Ik ben oprecht verbaasd hoe veel verschil het maakt, als ik op deze wijze met mezelf praat. Gewoon aardig zijn opent ‘zoete’ deuren. Bereidwilligheid geeft me de mogelijkheid om in het moment een keuze te maken, in plaats van mezelf aan een streng regime over te leveren. Werkelijk ieder moment biedt nieuwe mogelijkheden.

Ik merk dat er ruimte is om dingen te overwegen. Zo vraag ik mezelf bijvoorbeeld af: als ik dit nu eet, hoe zal ik me dan voelen na een half uurtje? Terwijl ik me het liefst sterk en licht voel. Er is meer ruimte bij bereidwilligheid, die ik bij wilskracht niet ervaar. In plaats van dat ik voetje voor voetje schuifel binnen een strikt afgebakend gebied, is er een open veld waarin zich speels en liefdevol nieuwe paden ontvouwen.

Op deze manier speelt ‘de wil’ nog wel een rol, maar dan als een zacht feel good-deuntje op de radio, waardoor ik op respectvolle wijze vol compassie met mezelf kan praten. Als ik toch een misstap bega en teveel heb gegeten, is dat oké. “Geen probleem. Perfectie is niet de hoofdzaak…” Door bereidheid kun je vrij ademen en lachen. Er is ruimte.

Het Living Inquiries-proces helpt me om lief te zijn voor mezelf en het goed/fout-denken tot rust te brengen. Het zal nog wel een tijd duren voor ook het compulsieve gedrag –bereidwilligheid versus wilskracht – uitgedoofd is. Er zijn nog veel gedachtepatronen, emoties en fysieke sensaties waar ik de Living Inquiries op los kan laten. Maar, ook al duurt het nog een tijd, ik heb goede hoop dat de resultaten blijvend zullen zijn.

In de tussentijd leer ik mezelf, stapje voor stapje, lief te hebben. Dit is hartverwarmend.